Het dorpje en de elite
De 'woestijn'. NRC / Gianluca Fratantonio
Als je loopt, elke meter met de voet moet afleggen, komt alles binnen. De sfeer van een plek beïnvloedt je stemming. En wel of geen bakkers is een kwestie van overleven.
Toen we een paar jaar terug door Italië liepen was elk dorp wat we passeerden in staat om ons de pijn te doen vergeten. Er waren mensen op straat, leven, geluid en vrolijkheid. En als je honger had, was overal het heerlijkste eten. Het lopen was zwaar, zwaarder dan nu, maar telkens als je ergens arriveerde snapte je waarvoor je het deed.
Zoals ik al zei: de Champagne-Ardennen lijken vaak op een woestijn. Dorpjes liggen ver uit elkaar en als er in zo’n dorpje al een bakker is, is die vaak gesloten. Telkens als we ergens eten tegenkomen, slaan we zo veel in als we kunnen dragen, maar zelfs dat blijkt meestal niet genoeg om de tijd te overbruggen tot de volgende eetgelegenheid.
Ook het leven ontbreekt. Auto’s zie je, maar weinig mensen op straat. Geen opa’s en oma’s op bankjes, geen groepjes keuvelende vrouwen. Elk dorp heeft een kerk, maar al die kerken zijn gesloten. En de mensen die je ziet zijn alleen.

Een dichte bar. NRC / Gianluca FratantonioEen dichte bar. NRC / Gianluca Fratantonio
De Champagne-Ardennen lijken een beetje vergeten. Door de rest van Frankrijk, maar vooral ook door de Champagne-Ardennen zelf. Net als de mijnwerkersstadjes in België moeten ook deze stadjes ooit een functie hebben gehad, niet eens zo heel erg lang geleden. Nu is het er alleen maar. Triestig en verlaten, ongeliefd en ongebruikt, als herinnering aan een andere wereld en een andere tijd.
Drie dorpjes moesten we vanmiddag doorkruisen voor we wat te eten vonden. Na kilometers en kilometers over een lange rechte weg, zonder beschutting, onder de brandende zon.
Uiteindelijk vonden we een supermarktje langs een rotonde, helemaal aan het einde van dat derde dorp, Juvigny, wat aan de andere kant begon met een rottend beeld van Maria.
Het was er een komen en gaan van auto’s, de meest levende plek die we die dag hadden gezien. Als twee boulimiepatiënten deden we ons te goed aan in cellofaan verpakte snacks en moesten toen op zoek naar een slaapplek.

Een leeg dorpsplein. Foto NRC / Gianluca FratantonioEen leeg dorpsplein. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
De priester van het dorp, een oude man die leek op een spook, vertelde bot dat hij ons niet kon helpen. Het volgende goedkope hotel was tien kilometer lopen. Dus was de enige optie een kasteel. Met kamers voor 95 euro per nacht.
En zo zaten we slechts een paar honderd meter verwijderd van de rotonde en het verlaten dorp, ineens met een glas rosé in een enorme tuin. Tuin is een klein woord, park is een betere omschrijving. Een eindeloos grasveld, waarover een herdershond in zijn eentje heen en weer rende. Zelfs hij leek zich af te vragen wat hij met al deze ruimte moest.
Ook dit kasteel leek zijn oorspronkelijke functie te hebben verloren. De nazaten van de familie die het in de 17e eeuw bouwden wonen er nog steeds. Maar moeten anders dan in de 17e eeuw de helft dus verhuren als bed & breakfast om het te kunnen onderhouden. Want een kasteel onderhouden is duur. Inmiddels leek het vooral een last en iets deed vermoeden dat ze die last bleven dragen uit gewoonte.

Het kasteel van binnen. NRC / Gianluca FratantonioHet kasteel van binnen. NRC / Gianluca Fratantonio

Het kasteel. Foto NRC / Gianluca FratantonioHet kasteel. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Het was droevig om te zien, na de laatste dagen waarin we mensen ontmoetten die hun eigen leven hadden uitgevonden. Die durfden te dromen en hun dromen hadden waargemaakt. Er kan zo veel! Waarom ziet niemand dat?
Gianluca zei het mooi. Hij is kunstrestaurateur, van schilderijen en fresco’s en vergeleek de staat van deze dorpjes en dit kasteel met collega’s die net beginnen en totaal bevriezen als ze een verkeerde kleur op een schilderij hebben gesmeerd. Terwijl je altijd begint met een verkeerde kleur, hij ook. Je begint met een verkeerde kleur en mengt net zo lang andere kleuren erdoor tot je de juiste hebt.

Dicht restaurant. Foto NRC / Gianluca FratantonioDicht restaurant. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Tijden veranderen. Wat vroeger werkte, werkt nu niet meer. Maar dat is geen reden om te bevriezen, om de pet erbij neer te gooien. Juist niet, alles kan, alles is mogelijk. De basis is er al. Het enige wat ontbreekt is een beetje durf en fantasie.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
