La douce France
La douce France. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Maar er moest eerst nog even gegeten worden. Op het terras van een truckerrestaurant naast de snelweg, waar we werden geholpen door een bruintandige serveerster die bleef vergeten dat wij er waren. Ongeduldig plofte ze het dessert op onze tafel, waarschijnlijk net zo blij als wij dat we bijna van elkaar af waren.
Fruitsalade stond er op het menu. Het bleek fruit uit blik met de siroop er nog bij. Terwijl ik voorzichtig een kersje in mijn mond nam, hoorde ik onder me, beneden aan de dijk, het geluid van iets wat klonk als een kettingzaag. “Incroyable! Incroyable!” schalde het over de parkeerplaats. Het bleek een freak met een grasmaaimachine. “Hou je kop!” schreeuwde hij tegen het ding, trok aan het opstarttouwtje voor de motor en begon toen manisch te schaterlachen.
En toen was er La Douce France. Dat we het binnenliepen begrepen we doordat er aan de overkant een bord met ‘België’ stond. “Jullie zijn inderdaad in Frankrijk,” zei een gesoigneerde grijze meneer die met een golfkar/grasmaaier door zijn strakverzorgde voortuin reed. Waarom dat niet stond aan gegeven? Hij haalde zijn schouders op: och.
Bloemen, die waren er ineens heel veel over de grens. Overal gezonde, bloeiende, felkleurige bloemen. In de tuinen en in bloemenbakken op straat. Verder leken de huizen net ietsje verzorgder. En de vrouwen waren Françaises in algemeen net iets meer geaccepteerde kleren.
En de koffie, daar werd Gianluca heel blij van. Die had net iets meer te maken met espresso.

De Orde des Puck doet de Santiago. Foto NRC / Gianluca FratantonioDe Orde des Puck doet de Santiago. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Maar misschien is het grootste verschil dat onze GR zich sinds gister heeft verenigd met de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. In een bos, voorbij Mariensbourg. We merkten het onmiddellijk aan alle mensen aan wie we de weg vroegen. Hiervoor zeiden ze: “Jullie zijn gek!” Nu zeggen ze: “O, zijn jullie pelgrims?”
Wat fijn is ergens, maar een beetje jammer is het stiekem ook. Het einde van de Ernest Hemmingway-achtige heldenheid. Ineens maken we deel uit van de hordes mensen die elk jaar lopend over deze wegen trekken. Grotendeels mensen van middelbare leeftijd, van top tot teen voorzien in de allerlaatste hiking gear.
En in vergelijking met Santiago is Marseille ineens helemaal niet zo ver.
We eindigden in Rocroi, een middeleeuws plaatsje gebouwd in de vorm van een ster. In het Office du toerisme verwezen ze ons door naar een chique madame, die pelgrims laat overnachten in een vochtig hutje in haar enorme tuin.

De pelgrim uit Lommel. Foto NRC / Raoul de JongDe pelgrim uit Lommel. Foto NRC / Raoul de Jong
Daar spraken we met onze eerste echte medepelgrim. Een 66-jarige Nederlander die in vijf weken naar Vezelay loopt. Hij heeft, zei hij, zijn hele leven in de pas gelopen, netjes zijn verzekeringen betaald en nu wilde hij iets doen als dit. Waar hij altijd van droomde maar nooit durfde, voor het te laat is.
De volgende ochtend begonnen we met ontbijt in het huis van de chique madame. In een tent onder een glazen aanbouw. Even stoffig als de hut waarin ze ons had laten slapen.
Aan de muur hing een artikel van deux pelgrims Hollandais die verdwaald waren geraakt in het bos en gered moesten worden door de lokale politie.
“O ben je kunstrestaurateur?” vroeg de madame aan Gianluca. Dat vond ze wel interessant. Terwijl de koffie pruttelde verscheen ze met twee schilderijen die ze produceerde tijdens een schildercursus in Charleroi. Een soort Beyonce met hoed en een boeket bloemen. Beiden aquarel.
“Tres jolie,” zeiden we alledrie.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
