Het spookkasteel en de parade
In de tuin van het spookkasteel. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Ethan had een date. Dus nam hij de bus naar het station van Walancourt en was nog diezelfde middag terug in Berlijn. Wij, Gianluca en ik, begonnen op hetzelfde moment met lopen. En arriveerden zeven uur later, dertig kilometer en verschillende verkeerde afslagen verder, in Mariensbourg. Onze laatste stop in België.
Eerst even over het landschap, want sinds twee dagen is dat anders. De huizen zijn niet meer van baksteen maar van grijze brokken steen, waardoor alles plotseling aan Frankrijk en Italië doet denken. En het is heuvelachtig. Volgens iedereen die niet uit Nederland komt. BERGACHTIG volgens mij. Wat het lopen een stuk intenser maakt. Binnen no-time hebben zich twee enorme blaren onder mijn voetzolen ontwikkeld. En ook voor de schouders en de rug is alles plotseling een stuk intenser.
Maar mooi is het ook! Hoe snel alles verandert, al beweeg je je zo traag. Het geeft zin om door te gaan, te zien wat er nog meer zal komen. En de reis lijkt er korter door, al zijn we nog lang niet op de helft.
We sliepen in het enige hotel dat we in deze omgeving op internet hadden kunnen vinden, een kasteel. Of althans, zo werd het genoemd; Chateau Tromcourt. Het bleek meer een boerderij vermomd als chateau, een kasteel op zijn Belgisch. Een beetje rot en net iets te ver van de bewoonde wereld om niet spooky te zijn.
De voordeur kwam uit op een stille ruimte met gedekte tafels en printen van bekende schilderijen in gouden lijsten aan de muur. In een donker hoekje vonden we een enigszins bezopen dame. Het is goed dat jullie gereserveerd hebben, murmelde ze. Het hotel is helemaal vol. Met spoken? Vroegen wij ons af.
Onze kamer was op de eerste verdieping, met uitzicht op de tuin. En in die tuin bleken een hele kudde hertjes, ganzen, lama’s en kangaroo’s te wonen. Niet om te eten, volgens de bezopen vrouw, gewoon omdat dat leuk is.
De volgende ochtend komen we door het centrum van Mariensbourg. Eerst horen we een aantal kanonschoten en op het dorpsplein lopen we zo op tegen een prachtige folkloristische parade: een drumfanfare, een stuk of honderd jongens, met geweren en op paarden, aangekleed in oude militaire kostuums met rode veren.

De parade. Foto NRC / Gianluca FratantonioDe parade. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Volgens een oude dame in het publiek is de parade religieus. Nee, zegt de politievrouw die aan het eind van de parade loopt, het is een parade ter ere van Napoleon.
“Hebben jullie er iets van begrepen?” vraagt een oude meneer. Hij zal het ons wel even uitleggen: oorspronkelijk was deze parade ter ere van een religieus feest: het beeld van de Madonna werd door de stad gedragen, met bewapende bewakers om de parade te beschermen tegen Fransen, die hier kwamen om te stelen.

De Man Die Het Wist. Foto NRC / Raoul de JongDe Man Die Het Wist. Foto NRC / Raoul de Jong
Tot de parade als ketters werd bestempeld door Karel V (naar wiens dochter Marienbourg is vernoemd) en de parade doorging onder de vermomming van een militaire parade. Dat is zo gebleven. Later in kostuums van Napoleon’s leger, waarvan er nog een heleboel over waren van Waterloo. Maar in principe is de parade religieus dus.
Op een terras raken we aan de praat met drie vrolijke dames. Het zijn vriendinnen, ze kennen elkaar al heel lang. De blonde en de vrouw met de parelketting komen uit Couvin en zijn de bruinharige vandaag komen opzoeken om samen naar de parade te kijken. Of er hiel veel veranderd is? Vragen we. Ja! Vroeger werkte iedereen in de fabrieken, maar die zijn allemaal gesloten. Nu is het grootste gedeelte van de bevolking werkeloos. Charleroi? Oelala, nee, zo erg is het hier nog niet. Maar volgens hen zit dat er wel aan te komen.

Drie vriendinnen in Mariensbourg. Foto NRC / Raoul de JongDrie vriendinnen in Mariensbourg. Foto NRC / Raoul de Jong
Michel Dardenne! Dat was een goede politicus! Omhelsde alle meisjes, at friet van andermans borden en verlaagde de belastingen. Iedereen noemde hem papa. Maar hij is niet lang geleden overleden. Er kwamen 2000 mensen op zijn begrafenis.
Dan moeten ze gaan, door met het volgende onderdeel van hun dagprogramma.
“Het is dat jullie niet langs Couvin komen,” zegt de blonde, “anders had ik jullie een drankje aangeboden in mijn huis.”
“Ben je klaar met deze jongens versieren?” vraagt de bruine.
“België niet verlaten zonder twee leuke meisjes hoor,” knipoogt de parelketting.
We krijgen zomaar een drankje aangeboden door een Vlaamse jongen, Peter. Hij is hier met zijn Waalse vrouw en drie prachtige kinderen, op bezoek bij zijn schoonouders. We praten wat over Michel Dardenne (een soort Serge Gainsbourg, volgens Peter), nemen afscheid en komen elkaar een uur later weer tegen. Als we verdwaald zijn in een bos en bij een vakantiehuisje willen aankloppen om de weg te vragen. Het blijkt het vakantiehuis van de schoonouders van Peter.

Wij met de kinderen van Peter. Foto NRC / Gianluca FratantonioWij met de kinderen van Peter. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
We gaan met de kinderen op de foto, ons water wordt bijgevuld en om te zorgen dat we onderweg naar Frankrijk geen honger zullen lijden, krijgen we een heerlijk stuk geroosterde kip, ingepakt in aluminiumfolie.
En zo verlieten we dan België. Nou ja, bijna dan. Het land waar ik half verwacht had vermoord te worden, maar uiteindelijk met misschien wel meer leven vertrok dan dat ik er arriveerde.

Ontbijt in het spookkasteel. Foto NRC / Gianluca FratantonioOntbijt in het spookkasteel. Foto NRC / Gianluca Fratantonio
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
