G-I-A-N-L-U-C-A!
Een nietsvermoedende Gianluca voor het station van Charleroi. Foto NRC / Raoul de Jong
Peter Jenkins dacht dat zijn reis door Amerika een paar maanden zou duren. “Maar,” schreef hij op de achterflap van zijn boek, “het is nu vijf jaar later en ik ben nog steeds aan het lopen.”
Deze zin was niet echt tot me door gedrongen tot ik op een grijze middag langs een N-Weg naar Brussel stond. Wáárom, dacht ik, dringt dit nu pas tot me door? En verder dacht ik: O. Mijn. God.
Ik was op dat moment twee weken bezig met een stuk waar ik mijn optimistische planning een week over zou doen. Niet dat lopen niet leuk is, lopen is Hartstikke leuk. Soms. Leerzaam enzo. Maar ooit, en op dat moment liever eerder dan later, wilde ik toch ook wel weer verder met het normale leven.
Dus is er een kleine wijziging in de planning. Ik wilde naar Parijs om de lijntjes van googlemaps met eigen ogen in te vullen. Maar ik wilde vooral naar Parijs omdat Gianluca daar woont. Het plan was om daar aan te komen wanneer zijn vakantie begon, zodat we de twee weken daarna samen door konden lopen.
Vandaag zou Gianluca’s vakantie beginnen en ik ben pas in Charleroi. Nu kon ik Gianluca zijn hele vakantie in Parijs laten wachten, omdat dat nou eenmaal mooier is voor het verhaal. En geloof mij: ik zou in staat zijn dit van hem te eisen.
Of hij kon komen naar waar ik was. Om vanaf daar met mij door te lopen. Voor hem, enigszins anti-climactisch naar zijn huis in Parijs. Of, vele kilometers en lelijke buitenwijken besparend, in een rechte lijn door naar Marseille, aangezien Parijs op dit moment toch zijn symbolische functie verloren had.
In naam van de liefde en in ere van mijn zere voetjes heb ik gekozen voor de laatste optie.
Ik hoop dat u het me kan vergeven. Tot aan Brussel volgden we de Thalys. Vanaf Charleroi gaan we verder in een rechte lijn met Ryanair naar Marseille. Wat volgens googlemaps nog steeds zo’n 888 kilometer is, vergis u niet.
Goed, Gianluca. G-I-A-N-L-U-C-A! Als er een God bestaat, was hij voor mij het bewijs. Had ik bedacht om te gaan schrijven, langs diezelfde N-weg naar Brussel. Maar langs N-wegen naar Brussel heeft men al gauw de neiging om dingen enigszins te overdramatiseren.
Zeven jaar geleden ontmoetten we elkaar. Om precies te zijn tijdens oud en nieuw 2006 in New York. Vooruit, in een gaybar. Maar hij was daar omdat het de enige bar was in de buurt van zijn huis waar je binnen mocht roken. Ik was daar omdat ik op zoek was naar de liefde van mijn leven. Maar had na vijf minuten in die bar de moed al opgegeven en was met een vriendin diep in gesprek met een tachtigjarige dichter zonder tanden. Gianluca kwam naast ons zitten en met zijn vieren spraken we totdat we als laatste klanten overbleven en de bar dicht ging. En toen spraken we nog meer. Buiten, in de sneeuw.
De volgende ochtend werd ik naast hem wakker. Rare, mooie Italiaanse jongen met sterren om hem heen en gek lang haar. En sindsdien zijn we samen. We reisden met elkaar, want hij houdt net zo veel van reizen als ik. Een jaar lang door Europa, met Puck, die ik onderweg bij mijn moeder in Marseille ophaalde. We woonden in Milaan, gingen op expeditie in ondergrondse tunnels in Napels, organiseerden een grandioos mislukte expositie in celebration of our love in Parijs. En ontsnapten naar Shanghai.
Dat was het eerste jaar. Daarna kregen we ook gewoon ruzie over de afwas enzo. Best wel veel. Vooral als we samen zijn. Als we dat niet zijn dan denk ik: als er een god bestaat is Gianluca voor mij het bewijs.
Vandaag kwam hij aan. Frisgewassen en keurig gekleed, vers uit Parijs op het station van Charleroi. Ik had gedacht dat ik moest huilen. Maar Ethan was er bij en de afgelopen dagen waren leuk, dus dat viel allemaal reuze mee.
Voor het eerst weer met zijn drietjes sinds New York, ontdekten we Charleroi.
Charleroi: In Nederland werd ik gewaarschuwd voor België, in België werd ik gewaarschuwd voor Wallonië en in Wallonië werd ik gewaarschuwd voor Charleroi. Tot nu viel alles mee, was alles mooier dan ik me had kunnen voorstellen. Behalve Charleroi.
In eerste instantie leek het een grotere versie van de uitgestorven mijnwerkersstadjes waarvan ik de afgelopen dagen zo veel was gaan houden. Maar hier was de armoedigheid decadent.
Misschien zat het grootste verschil hem in de mensen. In de andere plaatsjes hadden ze weinig, maar ze maakten er het beste van. Hier zagen we junkies, die ons zombie-achtig om geld vroegen, onder anderen een vrouw met een kind.
We zochten een restaurant en vonden er een na bijna een uur zoeken. Een Chinees restaurant met een droevige Taiwanese serveerster. Ze woonde hier al 42 jaar. Vroeger was het hier niet zo, zei ze. Vroeger was het beter, voor de fabrieken sloten.
Het deed Ethan denken aan Baltimore, ooit rijk en welvarend, nu vervallen en decadent. Zelfs de architectuur is hetzelfde. Bakstenen gebouwen met platte daken.
We zagen een prachtige gevel uit de jaren 20 van een oude bioscoop: Cinema du Paradis. Nu werd het gebouw gebruikt als discount schoenenwinkel. Het was alsof er een ramp was gebeurd en de hele bevolking was weggetrokken. Dit is wat heel Europa te wachten staat, zei Gianluca. Wat een beetje overdreven klinkt als ik het zo schrijf. Maar op dat moment, na alles wat ik de afgelopen weken zag, was het niet heel moeilijk om dat te geloven.
Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.
