Geen twaalf ministers maar twintig staatslieden gezocht

Welkom 2

De onderhandelaars van de VVD en de PvdA en hun gespreksleiders zoeken maandag verder naar een serieus kabinet. Het weekeinde kunnen zij slechter besteden dan te kijken naar de discussie die donderdag werd gevoerd op het ZDF. De Duitse bondspresident Gauck en oud-kanselier Schmidt analyseerden met wijsheid en een diep gevoel voor geschiedenis de  rol van Duitsland in Europa. Om stil van te worden.

Twee staatslieden die pleiten voor geduld met Europa, waar kom je ze nog tegen. Hoedt u voor begeestering, zei Helmut Schmidt (nu 93, dertig jaar geleden afgetreden), „ik ben vóór Europa uit overtuiging”. Met begeestering hebben we slechte ervaringen. Inzicht is genoeg, was zijn stelling.

Schmidt wees erop dat Duitsland gezien de „fabrieksmatige moord op zes miljoen Joden” en de vrees voor nieuwe dominantie bij buurlanden moet vermijden het centrum van Europa te willen zijn. Om vergelijkbare redenen is Duitsland de allerlaatste die het Europese project mag verlaten, bezwoer Gauck de aanwezige scholieren. Het gesprek is hier te zien.

Wat heeft dit met ‘ons’ te maken? Veel. De verkiezingsuitslag van 12 september heeft de wereld gerustgesteld: Nederland is terug in Europa. Maar zo snel gaat dat niet. Het VVD-verhaal voor binnenlands gebruik was stelselmatig cynischer dan de daden in Brussel. De PvdA steunde, soms met moeite, het gedoogkabinet als het om Europese steunmaatregelen ging en liep daar tijdens de campagne niet van weg. Maar waartoe komen zij samen?

De radiostilte domineerde de eerste formatieweek. Het enige dat ontsnapte aan de dark room van het Kamergebouw was het gegeven dat de onderhandelaars werden bijgepraat door ’s Rijks rekenmeesters. Waarschijnlijk over het (iets meevallende) tekort en het belang van maatregelen die effect hebben op de lange termijn. Verder zou het aantal ministers op twaalf blijven, en zou de portefeuille Asiel verdwijnen, ten gunste van Ontwikkelingssamenwerking.

Het klonk als het begin van de afwikkeling van ieders binnenlandse agenda. De VVD is tuk op het terugbrengen van het tekort. De PvdA zou met een Jan Pronk-stoel in het kabinet iets leuks voor solidaire mensen doen. Hopelijk gaat het verstandiger toe. Boven aan de echte  agenda staat een uiterst klemmende opeenvolging van Europese beslissingen. Het is zaak dat Nederland daarbij weer zichtbaar constructief wordt,  actief, bereid bruggen te bouwen. Het werd tijd.

Het kan allemaal, kijkend naar de jongste peiling van het volkssentiment door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Meer mensen zijn ervan overtuigd dat Europa een realiteit is voor Nederland dan vóór de verkiezingen. Vooral (een kleiner aantal) PVV-aanhangers blijft tegen. Een ruime meerderheid ziet in dat er bezuinigd moet worden. Maar ook: het vertrouwen in partijen en de politiek is dramatisch gedaald.

Met andere woorden: de politiek speelt nog steeds in blessuretijd. Gezien de zeer beperkte mogelijkheden van andere coalities zit er voor de VVD en de PvdA weinig anders op dan te streven naar een soort nationaal kabinet. Ook bij uitruil van hun topthema’s zal het een helse toer worden voor de politiek-emotioneel tegengestelde partijen om zichtbaar en geloofwaardig te blijven. Ook als het lukt niet verder  dan een regeerakkoord op hoofdlijnen te gaan, worden er uitzonderlijke eisen gesteld aan de toekomstige ministers. Prioriteit nummer één.

Ga maar na. Nog maar 2,4 procent van de bevolking is lid van een partij. In 1948 was dat 14 procent. De leden van VVD, PvdA, CDA en D66 zijn gemiddeld zo oud dat zij zelf op weg zijn seniorenpartijen te worden, aldus Gerrit Voerman in zijn recente oratie als hoogleraar Nederlandse en Europese partijstelsels. De overige 97 procent bekijkt het zonder vaste klantenkaart.

Stel: er komt eindelijk een akkoord op hoofdlijnen en de psychologie blijft goed tussen Rut en Sam. De gunfactor werkt. Dan zou de Kamer minder dan gebruikelijk vastzitten aan allerlei gedetailleerde afspraken.  Goed voor het parlement. Hopelijk houdt Samsom vast aan zijn plan in de Kamer leiding te geven. En laten beide partijen niet al hun ervaren leden promoveren naar het pluche; anders mist de Kamer gewicht voor die toegenomen rol.

Dan nog zullen ministers van wanten moeten weten. Terwijl de verkoop doorgaat, zullen zij ieder op hun terrein opnieuw moeten uitvinden en uitdragen wat de overheid kan en moet regelen, en wat niet. Ondanks het mediatumult als er ergens een kleuter uit de bolderwagen valt. En de risicoregelreflex die Kamer en pers daarop loslaten.

Kortom: keien gevraagd. Beter nog: staatslieden die, net als Schmidt en Gauck, hun Europese geschiedenis kennen, die ieder onderwerp – van landbouw tot verkeer en milieu tot asielbeleid – in de Europese context  kunnen plaatsen, die daarom hun talen spreken én het Nederlandse volk kunnen meenemen naar een gemeenschappelijke toekomst. Met echt begrip voor de globaliseringsverliezers.

Leuk om te discussiëren over hoe hard je inbrekers op hun gezicht mag slaan. Voor een staatssecretaris die medeverantwoordelijk is voor de rechtsstaat waren de opmerkingen van Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) een uitgelezen voorbeeld van wat we niet nodig hebben. Prima voor in het café. Niet als voorbeeld op het ministerie dat beter weer gewoon Justitie kan heten, zonder het voorvoegsel. Als justitie lukt, volgt veiligheid vanzelf.

Het is dat soort smartlappolitiek waar we nu even geen tijd voor hebben. De revolte van Fortuyn en Wilders is niet voorbij. Verbaal aaien is niet genoeg. Het kabinet-Rutte II heeft kansen Nederland eindelijk op koers te zetten. Daar zijn staatslieden voor nodig, niet minder maar meer dan twaalf.

Geplaatst in:
column
Europa
politiek
Lees meer over:
Mark Rutte
Samsom
Teeven

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief