Meer partijpolitieke formatie verlangt nieuw soort ministers
Den Haag zinderde van optimisme deze week. De dames Kamerleden droegen hun hoedjes zelfbewuster dan ooit; je hoeft er geen koningin meer voor te zijn. De voortrekkers van de VVD en de PvdA wilden van geen reserves weten: met hun anders zo tegengestelde daadkracht stomen zij op naar een gedeelde toekomst.
De kiezer heeft het zo gewild. Het land vraagt om snelheid. Het hunkert naar duidelijke leiding. Zo willen zij de uitslag van 12 september uitleggen. Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren sprak over een „synergie van water en vuur”. Niettemin zijn de woordeconoom Kamp en de zorgconsultant Bos begonnen de gemeenschappelijkheid in kaart te brengen.
De Kamer besprak al deze voortvarendheid met gemengde gevoelens. SP-leider Roemer miste bij Samsom concrete uitdrukking van een wil tot linkse lotsverbondenheid. CDA-voorman Buma toetste even vergeefs Samsoms toezegging dat hij de btw-verhoging teniet zou doen. Arie Slob (ChristenUnie) peilde ook al zonder toezegging de PvdA-betrokkenheid bij het lot van ‘gewortelde’ jonge asielzoekers.
Het waren preschermutselingen waar VVD en PvdA chronisch mee te maken krijgen als zij samen uit regeren gaan. De PVV beloofde keiharde oppositie, de SP is ertoe gedwongen. En de middenpartijen CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie merkten dat zij in het nieuwe klimaat kruimeldieven zijn.
Wat vooral zichtbaar wordt, is de voortschrijdende partijpolitisering van het formatieproces. In 2010 sloegen Rutte, Verhagen en Wilders rechtsaf toen informateur Lubbers even niet oplette. Zij wilden hun gedoogcoalitie, zij hadden de zetels en dus deden zij het. Door een gebrek aan verantwoording achteraf wordt er tot op de dag van vandaag getwist over de werkelijke gang van zaken.
Nu hebben Rutte en Samsom de zetels om te doen wat zij willen. Dat had onder de bovenpartijdige gespreksleiding van het staatshoofd geen andere eerste informatieronde opgeleverd. Hoogstens zouden de diverse varianten iets systematischer worden afgevinkt. Maar ook dat was toen niet zeker. In 2006 bijvoorbeeld keek de PvdA (toen onder dezelfde Wouter Bos) snel weg van de SP. Dat leverde heel wat linkse pijn op die ‘rechts’ in de kaart heeft gespeeld. Diezelfde pijn riskeert Samsom nu weer.
Een opmerkelijke voetnoot bij het Kamerdebat aan het begin van deze formatie was de tegenstem van D66. Die partij heeft dit voorjaar de stoot gegeven tot de nieuwe procedure waarbij de Kamer ook formeel de opdrachtgever van iedere stap is en het ongekozen staatshoofd er niet meer aan te pas komt.
Alexander Pechtold vroeg tevergeefs om complete openbaarmaking van alle gespreksaantekeningen van ‘verkenner’ Kamp. Zijn fractie ging uiteindelijk niet akkoord met de benoeming van de informateurs Kamp en Bos. Begonnen zij de iets minder partijpolitiek betrokken informateurs van vroeger nu al te missen? Dit is toch wat D66 op gang heeft gezet.
De Kamer als zodanig toonde zich redelijk opgewekt onder de nieuwe gang van zaken. De eerste rit naar school op de brommer is er goed vanaf gebracht. Het is ook wel een begrijpelijk instinct dat een gekozen volksvertegenwoordiging de vorming van een kabinet zonder hulp van boven wil regelen. Maar het probleem dat ermee werd opgelost, was niet evident. Het risico van beeldvorming in de categorie ‘ze doen maar in Den Haag’ wel.
Zoals Kamerleden met elkaar debatteren ‘via de voorzitter’ – als symbool van een geordend debat dat niet zomaar tussen twee burgers aan de stamtafel plaatsvindt – zo was een kabinetsformatie via de koningin vooral een ritueel van objectivering. Ook minderheden mogen hun zegje doen, en maken kans een rol te spelen. Het hele proces, uitmondend in de beëdiging van de bewindslieden door het staatshoofd, had enige plechtigheid die zichtbaar maakte dat anderen nu geroepen waren verantwoordelijkheid voor het landsbestuur te dragen. Na een fatsoenlijke procedure.
Het risico bestaat dat de korte doorsteek van negatieve verkiezingsretoriek naar ‘we staan samen voor een daadkrachtig regeringsbeleid’ het één-pot-nat-beeld versterkt. Als de magie van het landsbelang wordt overgeslagen, loopt alles sneller in elkaar over. Welk idee van ambtenaren komt en welk van politici is onhelder. Ministers zijn politiek verantwoordelijk voor steeds minder, dankzij een stroom verzelfstandigingen van publieke diensten, met efficiency en publiek belang als veronderstelde partners.
De volgende overgang zonder drempel is de vrij algemene aanname dat een goed Kamerlid vast ook een goed minister zal zijn. Nu de ‘winnende’ fracties ook zichtbaar eigenaar van het nieuwe kabinet worden, ligt het meer voor de hand dan ooit tevoren om een paar goed liggende fractiegenoten naar de ministersposten door te schuiven. Tenzij de fractievoorzitters de mentale onafhankelijkheid opbrengen de verschillende vereisten voor beide functies koel in het oog te houden.
Juist nu een kabinet in de maak is dat gebaseerd is op twee grote, politiek niet aan elkaar grenzende fracties, zijn sterke ministers hard nodig. Dat zijn mensen die hun onderwerp beheersen én politiek vaardig zijn én gevoel voor de rechtsstaat hebben. Ministers die ondanks hun partijlidmaatschap niet meewarig doen over het publiek belang.
Stel dat het de VVD en de PvdA lukt wat zij deze week verkondigden: elkaar onderwerpen gunnen en geen regeerakkoord opstellen vol moerassige compromissen, dan zullen ministers hun voorstellen met zo veel deskundigheid en politieke flair moeten verdedigen dat zij solide Kamermeerderheden kunnen winnen, ook buiten hun droomcoalitie. Goed voor de Kamer, goed voor het land.
