Alleen wervende politiek geeft compromissen gezag en kleur
De mooiste campagnetoespraak van de week was die van Michelle Obama op de Democratische conventie in Charlotte, North Carolina. Nog even terugkijken als u dinsdagnacht sliep. Formeel is zij geen politicus, maar wat zij deed, is waar politiek voor is: het persoonlijke verbinden met het publieke, fatsoen ontdoen van kleinburgerlijkheid, waarden en idealen schetsen als vanzelfsprekende ambities van de politiek.
Waarom komt de Nederlandse politiek nooit in de buurt van die sobere, emotievolle woordkracht? Al die debatten met op de seconde getimede verklarinkjes lenen er zich niet voor, we hebben te veel kandidaten, mogen ons niet vergelijken met een zo veel groter land. En toch. Waarom zou het hier niet kunnen? Er zijn toch mensen die de procentjes kunnen overstijgen?
Het gaat wel ergens over in dit land. Honderdduizenden vragen zich af of zij nog welkom zijn als oudere Nederlanders, maar het zogenaamde zorgdebat blijft steken in het afwentelen van kosten. Er is meer dan vóór of tegen Europa – beide kampen zouden ons moeten meenemen in hun vergezichten, Zwitserland of de Verenigde Staten van Brussel is niet genoeg. Onderwijs bestaat niet in de campagne.
Mark Rutte bereikte in zijn bezielde campagne van 2010 soms de vlieghoogte waarop de toekomst een wervend perspectief voor velen leek. Zoals Diederik Samsom dit jaar de basisprincipes van de sociaal-democratie soms een moreel waarheidsgehalte weet te geven dat aanspreekt buiten strikte PvdA-lijnen. De teddybeerfactorij van Emile Roemer lijkt meer een schuil- dan een werkplaats te zijn.
Wat Michelle Obama, haar man en Bill Clinton deden in Charlotte was niet zomaar politieke retoriek. Dat deden de Romneys vorige week ook heel behoorlijk. De Democraten schilderden het grote achterdoek dat politieke actie een bestemming geeft. Er zijn honderd cynische dingen over te zeggen, maar zonder permanente terugkeer naar principes die steun verwerven van velen mist politiek aanzien en gezag. Het gaat niet alleen om de stembus, maar ook om de harten.
Dat is wat velen missen in die dagelijkse routine van opiniepeilingen en debatjes volgens weer een leuke Hilversumse formule. En maar stelligheden roepen, je moet wat in 45 seconden. Jolande Sap houdt werkelijk moedig vol dat zij over idealen wil praten; concurrenten zien het met mededogen aan, de lage peilingen beletten menig journalist door te vragen over de plannen van GroenLinks.
In betrekkelijke stilte diende de meer dan demissionaire VVD/CDA-coalitie deze week ook nog twee aangekondigde wetsontwerpen in. Eén om het aantal leden van de Eerste en Tweede Kamer te verminderen van 75 naar 50 en van 150 naar 100. En één om wetten niet meer door de rechter aan Europese verdragen te laten toetsen; de Kamer moet dat dan voortaan zelf doen bij het aannemen van wetsteksten.
Het zijn allebei symboolinitiatieven. Beide vereisen wijziging van de Grondwet en kunnen pas na de volgende verkiezingen worden aangenomen. Beide bieden een matig uitgedachte oplossing voor een amper gedefinieerd probleem, beide komen voort uit de wil een gebaar te maken: een kleine Kamer past bij een efficiënte, kleine overheid. Opbrengst overigens een iele 6 miljoen euro per jaar. Het parlement als enige de wet laten toetsen aan het Europese recht haalt een fundament onder ons rechtssysteem weg en hoort thuis in de sector ‘oproepen tot iets wat ook nu al verstandig zou zijn’. Het idee geeft vooral lucht aan een anti-Europees sentiment. Verkiezingswetgeving.
Deze symboolklussen doen sterk denken aan de door twee D66-Kamerleden voorgestelde wijziging van de manier waarop na woensdag een nieuw kabinet moet worden gevormd. De Tweede Kamer mocht al vergaderen over wat de verkiezingen betekenen, maar deed dat amper omdat concullega’s hun diepste gedachten over het veroveren van de macht niet graag plenair delen.
Terwijl het staatshoofd patience speelt, beginnen de ex-lijsttrekkers donderdag aan een waarschijnlijk chaotisch publiek-privaat groepsgesprek over wie met wie wil dat pas een week later tot een debat van de nieuwe Kamer leidt. Daarin kan een informateur worden aangewezen, als het meezit met een heldere opdracht. Misschien lukt het. Zo niet, dan dan moet men met hangende pootjes naar de koningin. En verzwakt het parlement geheel onnodig zijn aanzien.
Welk probleem met de wijziging werd opgelost, is niet bekend. De meerderheid voor het voorstel is waarschijnlijk te verklaren door een collectief gevoel van onmacht. Die is niet fundamenteel te ondervangen met een riskant experiment. Het is geen toeval dat D66-coryfeeën Hans van Mierlo en Jan Terlouw deze formatie-ingreep niet steunden/steunen.
Als ondernemers in het midden- en kleinbedrijf – zie de krant van donderdag – massaal VVD stemmen, is dat de VVD van harte gegund. Als zij massaal vertrouwen missen in de parlementaire democratie en liever een zakenkabinet willen, dan is dat een noodkreet die de politiek zich moet aantrekken. De oplossing is niet harder roepen dat je een belastinkje zal verlagen, terwijl je de lasten staat te verhogen en nog veel meer wilt ‘bezuinigen’.
Politici moeten zorgen dat zij echt weten wat mensen meemaken en dat nooit vergeten. Op grond van die kennis en hun uitgesproken principes sluiten zij in de Kamer compromissen voor wet en beleid. Voor de geloofwaardigheid van het parlement is het nodig dat zij die na afloop verdedigen, als noodzakelijk compromis. Goed politiseren en niet depolitiseren. Kunduz stond voor politieke moed en staat nu voor vaandelvlucht.
