Kabinet bezuinigt op essentie Wet werken naar Vermogen

Bij een bank in landelijk Zuid-Holland wilden ze ook sociaal verantwoord werkgever zijn. Men besloot iemand van de sociale werkplaats aan te nemen. Alleen, hoe doen we dat met de rolstoeltoegankelijkheid? Bleek dat het ging om iemand met een geestelijke beperking. Die er nu al weer geruime tijd tot tevredenheid administreert.

De sociale werkplaats herbergt de nodige mysteries voor velen. Wasknijpers maken, drukwerk verpakken, soms zie je mensen met een apart hesje wieden langs de openbare weg. Dat is er ook nog wel, maar er is heel wat veranderd. Die beschutte werkplaatsen zijn intussen lanceerbases geworden voor mensen die gewoon willen werken.

De Wet Werken naar Vermogen wil die ontwikkeling gestalte geven. Maandag praat de Tweede Kamer erover door met staatssecretaris De Krom. Er staat veel op het spel. Zoals de Leidse wethouder Jan-Jaap de Haan (CDA) zegt: ,,Het is een prachtwet, doelstelling en ambitie zijn geen schande, maar financieel loopt-ie vast in een aantal Haagse werkelijkheden’’.

Het wetsontwerp voegt de bestaande regelingen van de sociale werkvoorziening, de Wajong en de bijstand samen. Daar vraagt de praktijk al jaren om. De schotten tussen die regelingen maken het in de praktijk moeilijker mensen aan werk te helpen. De nieuwe wet is er overigens weer één volgens het onder dit kabinet populaire model: geef taken aan de gemeente én bezuinig tegelijk fors.

Het is niet voor niets dat juist op dit punt de gemeenten het Bestuursakkoord met Den Haag vorig jaar niet wilden tekenen. Toen al voorzagen wethouders van sociale zaken dat zij klem zouden lopen. De PVV bedong in het Gedoogakkoord dat de bestaande werknemers van de sociale werkplaatsen (nu ongeveer 100.000) hun plek en hun cao op 120 procent van het minimumloon zouden houden.

De sociale werkplaatsen mogen op termijn in totaal maar 30.000 mensen beschut werk bieden. De uitstroom gaat volgens natuurlijk verloop. Nieuwe toetreders moeten strenger gekeurd worden; het is onduidelijk of zij ook weer die gunstige cao-rechten krijgen. Een plek in een sociale werkplaats kost nu 27.000 euro. De gemeenten krijgen straks nog maar 22.000. Voor de ongeveer 400.000 mensen die door een fysieke of geestelijke beperking niet zomaar aan werk komen en die niet in een sociale werkplaats zitten, krijgen gemeentes 14.000 voor een uitkering en in theorie ongeveer 2000 voor reïntegratie.

Door de opgelegde bezuinigingen en de vastliggende cao-kosten gaat van het geld dat de gemeenten meekrijgen van het rijk 80 procent op aan de sociale werkplaatsen. Wethouders en directeuren van sociale werkbedrijven vertellen dat juist mensen die zij uit de bijstand of van ‘beschut’ naar ‘gewoon’ werk moeten helpen, straks geen begeleiding meer kunnen krijgen.

Neem het voorbeeld van Leiden. Op een begroting van 42 miljoen aan sociale werkvoorziening gaat 28 miljoen direct naar loonkosten. Van de resterende 14 miljoen gaat de helft naar gebouwen, machines, wagentjes voor de groenvoorziening. De andere helft is nu voor  werkmeesters,  job coaches – mensen die bedrijven ervan overtuigen dat zij goede werknemers in de aanbieding hebben, mét een gebruiksaanwijzing.

Zonder die begeleiding zullen velen de sprong nooit maken. Maar die begeleiding is de enige post waarop gemeentes vrij zijn te bezuinigen. In Leiden verdwijnt 5,5 van de nu beschikbare 7 miljoen voor begeleiding aan de bezuiniging  op de sociale werkplaatsen. Juist waar de wet op mikt, zoveel mogelijk mensen voorbereiden op werk en bedrijven ‘openen’, wordt getorpedeerd door de realiteit van de financiering en het sociale dictaat van de PVV.

Staatssecretaris De Krom gaat ervan uit dat bedrijven best bereid zijn deze mensen aan te nemen. Bij de werkbedrijven waar dit aan de orde van de dag is zegt men: ,,Er zijn geen vacatures voor dit soort mensen. Er is wel werk, maar wij moeten die plekken organiseren. Werknemers trainen en werkgevers  onzekerheden uit handen nemen. Anders rest de bijstand.”

Op dat punt introduceert de Wet van De Krom een door alle praktijkmensen als ‘bureaucratisch gedrocht’ bestempelde ‘loondispensatie’. Het is een principieel omstreden, maar ook vanwege de rompslomp fel bekritiseerde mogelijkheid om mensen onder het minimumloon in dienst te nemen. Maximaal zeven jaar. Alsof hun spierdystrofie of hun downsyndroom daarna wel over is.

Een aantal proefprojecten heeft aangetoond dat die (beledigende) loonkorting maar in 10 procent van de gevallen werkgevers over de streep heeft gehaald. Gemeenten zullen wel geld moeten uitgeven om de voorziene ‘toegangstoets’ te laten uitvoeren door een externe partij. Het ministerie vertrouwt gemeenten dat niet zelf toe. Bureaucratie bevorderende bedilzucht. Dat geld kan beter naar begeleiding gaan. Of loonkostensubsidie.

Volgende week moet vooral het CDA kiezen tussen betonnen trouw aan het Gedoogakkoord of enige ruimte voor de eigen traditie van sociale rechtvaardigheid. Minister Donner zegde vorig jaar 100 miljoen per jaar toe als de gemeentes in de knel zouden komen met hun nieuwe sociale werktaken. Moeten eerst tienduizenden mensen achter de geraniums verpieteren voordat de Wet werken naar vermogen kan doen waar zij voor wordt geprezen?

Twee miljard bezuinigen op sociale zekerheid. Het is een keuze. Maar het argument kan niet zijn dat we er zo veel aan uitgeven. Nederland zit dichter bij de Angelsaksische landen dan bij Duitsland en Zweden.

Geplaatst in:
column
Lees meer over:
De Krom
Wet Werken naar Vermogen

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief