Ramp Brits referendum is geen reden om alles maar zo te laten
Het Britse referendum over hervorming van het kiesstelsel koerste de laatste weken af op een ramp. Niet alleen voor de Liberaal-Democraten, die van het links-rechts dictaat afwillen. Het hele land leek onverschillig voor de kwaliteit van zijn democratie. Geen reden er de verkeerde conclusies voor Nederland uit te trekken.
Mag het even chauvinistisch? Het doet pijn ‘onze’ Nick Clegg, de LibDem-leider van Nederlandse afkomst, zo zwaar verslagen te zien. Zijn Conservatieve coalitiepartners hebben hem afgeschilderd als een kieshervormingsmalloot. In zijn thuisbasis Sheffield waren de resultaten extra slecht. Zijn partijgenoten werden in de lokale verkiezingen van eergister ook elders fors teruggezet. Een jaar regeren met de Conservatieven heeft de kleinere partner hun slechtste resultaat in dertig jaar opgeleverd.
Waar hebben we dat eerder gezien? Een kleine coalitiepartij die van de kiezers de rekening krijgt gepresenteerd voor het aan een meerderheid helpen van de grotere broer(s)? Alsof er niets is gebeurd hoopt men binnen D66, met een blik op de blozende peilingen, op enige termijn de PVV te kunnen aflossen. En GroenLinks doet er ook alles aan mee te mogen doen.
Verschillende landen, verschillende stelsels. En toch, het Britse parlement claimt niet alleen een voorbeeldfunctie in de wereld, parlementariërs in Den Haag kijken er van oudsher met een schuin oog naar. Schilderachtig en mooi democratisch theater. Voor D66 was een vorm van districtenstelsel decennialang een levensdoel, zoals de Liberaal-Democraten in het Verenigd Koninkrijk er al decennia van af trachten te komen.
In Nederland sluimert de discussie over hervorming van het stelsel. D66 heeft de staatkundige kroonjuwelen uit de etalage gehaald na het echec met de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer – de tegenstem van de PvdA in 2005 is een blunder van de eerste orde, die ertoe heeft bijgedragen dat de sociaal-democraten verder zijn afgegleden naar een moeilijk op een samenhangende visie te betrappen bestuurdersvereniging.
Een belangrijke wijziging ligt besloten in het wetsvoorstel-Halsema dat toetsing door de rechter van bepaalde wetten aan de Grondwet mogelijk maakt. Het ontwerp is één keer door het parlement aangenomen en moet nog een keer, met tweederde meerderheid, door beide Kamers worden aanvaard vóór de Grondwet zo wordt gewijzigd dat zij de rol van dak op het wetgevinggebouw kan vervullen. Zelfs als die hoge hobbel wordt genomen zal het gevoel van burgers dat zij worden vertegenwoordigd er niet direct door verbeteren.
Gebrekkige representatie was de afgelopen jaren een van de bronnen van de onvrede die als een veenbrand woedde. De opkomst van de PVV heeft daar veel mee te maken. Waarom de PVV dezer dagen de toonhoogte lijkt op te voeren is moeilijk te zeggen. Meeregeren in Den Haag en Maastricht is toch een wapenfeit om trots op te zijn. De onvertegenwoordigden hebben een stem. Zijn Wilders en zijn collega’s bang dat zij te gouvernementeel gaan klinken? Willen zij macht én oppositie voeren?
Aan de oppositie van gedoogcoalitiepartner PVV is te zien dat een goed lopende democratie niet alleen voortkomt uit een perfect stelsel. Wie de rechterlijke macht als groep afdoet als een stelletje halfgare D66’ers, doet het merendeel van de rechters die goed en consciëntieus functioneren tekort, en tast vooral het recht van iedere burger op een eerlijk en onafhankelijk proces aan. Er zijn nogal wat landen in het nieuws waar dat voorrecht, ook na de lente, nog allerminst verzekerd is.
Een parlementair systeem kan nog zo subtiel zijn ingericht, als de deelnemers er slordig of roekeloos mee omgaan helpen regels verder weinig. Het verregaand uitgebalanceerde stelsel in de VS is de laatste jaren in toenemende mate onwerkbaar gemaakt door misbruik van de filibuster-regel die één Senator de kans geeft iedere maatregel te blokkeren zolang er geen zestig Senatoren zijn die hem het woord ontnemen. Maar ook de verharding en karikaturisering van het publieke debat hebben de democratie daar half verlamd.
In Nederland kan het stelsel best een aantal verbeteringen gebruiken. Het gehannes achter de schermen dat voorafgaat aan de verkiezing van de Eerste Kamer op 23 mei is verre van verheffend. Gekozen worden door Provinciale Staten die weliswaar direct zijn gekozen maar vrijwel iedere morele legitimatie missen, is geen ideale lancering van een nieuwe Eerste Kamer. In het verleden verwierf de Senaat zich vaak des te meer gezag door haar zijn daden – een unaniem oordeel van de Eerste Kamer betekent iets aan het Binnenhof.
Tweede Kamerleden die komen en gaan zonder dat iemand het heeft opgemerkt. Het is een verschijnsel waar een bundel biografietjes mee is te vullen. De meeste Kamerleden hebben hun plek op de lijst te danken aan de leider of een commissie, niet aan intens contact met de kiezer. Zie het met stip gerekruteerde en daarna weer afgedankte Kamerlid Mei Li Vos, in deze herdenkingsweek met enig gedruis terug in de parapolitiek.
Een nieuw kiesstelsel is bijna niemands ambitie op dit moment. De afstraffing van Nick Clegg zal niemand aanmoedigen zijn geld te zetten op structurele hervorming. Maar de boodschap moet niet zijn: doormodderen. Politieke partijen kunnen maandag beginnen hun Kamerleden districten te geven, waar zij voor kiezers beschikbaar zijn, waar zij eindelijk als volksvertegenwoordiger kunnen gaan functioneren. Gezag en vertrouwen kunnen worden verdiend.
P.S. Discussie gesloten. Dringend verzoek op deze plaats te reageren op de column en niet de zoveelste discussie te beginnen over Geert Wilders, Pim Fortuyn, het fascisme, de ondergang van het Westen en andere onderwerpen zonder direct verband met het onderwerp in kwestie.

