Diplomatie is meer dan handel en waarschuwen
Uri Rosenthal komt uit de crisiskunde. Rampen in Hoek van Holland, Den Helder of de Bijlmer - na afloop stelt hij vast wat er is misgegaan. Vaak een gebrek aan voorbereiding op onvoorziene tegenslagen. Wat dát betreft is zijn huidige baan als minister van buitenlandse zaken een logisch vervolg. Voor het overige was de benoeming origineel.
De eerste berichten uit de praktijk zijn niet onverdeeld positief. Een gebrek aan voorbereiding, zou je haast denken. Uri Rosenthal is een aardige man, een knappe man, een man met een stabiele morele kern, een intellectueel. Waarachtig niet de minste troeven voor zo'n post die voortdurend van je vraagt Nederland uit te leggen in het buitenland en de belangen van ons zestien miljoenen te behartigen.
De nieuwe minister wil dat anders doen. In een introductiegesprek met De Volkskrant (11 december) stelde hij dat de tijd van 'diplomatie als rustiek tijdverdrijf' voorbij is. Misschien dacht hij aan landjonkers die hun port met de linker pink omhoog drinken, maar het was voor al die ambassade-werknemers die in stoffige en lawaaiige hoofdsteden van Colombo tot Damascus uitleggen hoe humaan ons euthanasiebeleid is geen bemoedigende typering. Zijn collega in Parijs zou zich als 'chef de la diplomatie française' nooit zo hebben uitgedrukt.
De eerste 'eigen' crisis waar Rosenthal mee te maken kreeg, de onverhoedse executie van de Nederlandse Zarah Bahrami, eind januari in Teheran, vroeg vooral diplomatie. De minister toonde zich verontwaardigd en riep 'onze' ambassadeur even terug. Onder druk van de Tweede Kamer gaf Rosenthal toe dat hij eerder en meer had moeten doen, het was een pijnlijke leerervaring geweest. De crisisanalist achteraf moest vaststellen dat zijn diplomatie tekort had geschoten.
Als een heer gaf de minister de schuld niet aan diplomaten in het veld of op het ministerie. Werd hij in de aanloop naar deze dramatische ontknoping door de ambassade in Iran goed gebrieft? Wezen de verantwoordelijke ambtenaren op het ministerie op het belang van actie op het hoogste niveau, dat van de minister zelf of de
minister-president, het enige wat indruk maakt in dit soort verkeer?
Er zijn meer geluiden die suggereren dat de minister de urgentie niet inzag dan dat hij verkeerd werd geadviseerd. Maar wat ook blijkt uit het Iran-voorbeeld is dat bij welke noodzaak tot bezuiniging ook, met welke focus op economie en handel ook, Nederland het in de wereld niet redt zonder de allerbeste diplomatie. Kwiek, vaardig in sociale media, maar ook met diepgaande kennis van landen, talen en culturen.
In het regeerakkoord staat dat het diplomatieke postennet wordt herzien 'opdat een flexibeler en goedkoper netwerk ontstaat'. Terwijl het zelfde akkoord extra geld terugeist van Europa wordt hier gemikt op meer samenwerking met andere EU-landen en de nieuwe diplomatieke dienst van de EU én 'digitale mogelijkheden'. Maar met een mailtje begrijp je de niet-islamistische volksopstand in het Midden-Oosten niet. Je weet niet eens aan wie je dat mailtje moet sturen. Daar zijn deskundige diplomaten voor nodig. Voor mijn part in spijkerbroek.
In zijn Volkskrant-interview liet de minister doorklinken dat we nu eenmaal niet alles kunnen, en dat mensenrechten al door zo veel organisaties worden bepleit. Wij gaan even de puur-Nederlandse belangen
in den vreemde bepleiten. Alsof dat een tegenstelling is. Het leek wel of de nieuwe boosheid jegens de elite en de nieuwe verbinnenlandisering waar de PVV op surft diep is doorgedrongen tot het verbale arsenaal zo niet het denken van dit kabinet en zijn minister van buitenlandse zaken.
Deze week wilde minister Rosenthal de Kamer niet toezeggen dat de ontwikkelingsgelden voor Egypte worden gehandhaafd. Een motie-Pechtold die daar om vroeg werd met steun van de regeringspartijen en de SGP verworpen. Onwijze diplomatie van kabinet en coalitie: je steunt tijdens een ondemocratisch regime jarenlang allerlei burgerbewegingen en op het moment dat zich kansen voordoen voor een niet-totalitaire ontwikkeling trek je je steun in om puur-binnenlands politieke redenen. Botha wankelt en je schrijft Mandela die zijn koffers pakt op Robbeneiland: je redt het verder zeker wel?
Uri Rosenthal zei naar verluidt bij binnenkomst op het ministerie: ik hou niet van reizen. Hij wilde het Nederlandse beleid zo veel mogelijk in Den Haag gestalte geven. Maar ook daar lukt dat nog niet zo. Bij een recent bezoek van Navo-secretaris-generaal Rasmussen aan de Nederlandse ministerraad gaf de minister na een hele tijd zwijgen aan dat hij de transatlantische betrekkingen graag wilde verbeteren. Alsof hij de voorgaande discussie die daar over ging niet had gevolgd.
Dat een minister van buitenlandse zaken een wat langere leertijd heeft, misschien door zijn ruime ervaring op andere gebieden, hoeft geen bezwaar te zijn. Dat hij een regeerakkoord meekrijgt dat alleen Israel als buitenland noemt, is een onnodige handicap. Maar wanneer hij staat voor een kabinet dat echt denkt dat het bevorderen van mensenrechten en de naleving van het volkenrecht het nastreven van economische belangen in de weg staat, dan worden de Nederlandse belangen slecht gediend.
Noem het opportunistisch dat Nederland van oudsher én de ontwikkeling van de allerarmsten en de meest ontrechten nastreefde én lustig zaken deed waar geld te verdienen was. Het was beter voor Nederland dan Europa
en de rest van de wereld uit Den Haag toe te roepen dat we o zo boos zijn, en veel willen verkopen.
Buitenlandse Zaken moet vrij snel zijn echte werk weer gaan doen. Op een 21ste eeuwse manier. Anders lijft Verhagen ook dat oude ambacht in bij zijn snel groeiend imperium.

