Zijn onze gemeenten en provincies te onnozel voor zelfstandigheid?
Een bewogen week voor het lokaal bestuur. Burgemeester Ahmed was goed nieuws voor wie hoopt dat migranten gewoon Nederlander worden en voor wie denkt dat inwoners van een gemeente moeten bepalen wie vooraan loopt bij hun optochten. Wethouder en gedeputeerde Hekking stonden intussen beteuterd te kijken naar de resten van hun IJslandse rentesneeuwpop.
Thorbecke schetste anderhalve eeuw geleden een vrij heldere verdeling van taken en bevoegdheden tussen gemeentes, provincies en het Rijk. Al werkende weg zijn er steeds meer dwarsdraden gesponnen die de machtsverhoudingen onoverzichtelijk maken. Den Haag wil graag taken afstoten, maar echt vertrouwen in de stad- en provinciehuizen heeft men niet. Daarom duurt alles zo lang. En zijn miljoenenmissers nooit ver weg.
Het aardige van de huidige crisis is dat dit soort nevelige verbanden even in zicht komen. Terwijl vrijwel niemand schadevrij rijdt, probeert iedereen in de verwarring wat macht erbij te pakken en de schuld elders te parkeren. De wethouders van Zundert en Goes en de gedeputeerde van Noord-Holland, die voor hun burgers respectievelijk 2,5, 12 en 100 miljoen ‘wegzetten’ op het (voort)vluchtige renteparadijs buiten de EU, gaven minister Bos (Financiën, PvdA) kans te zeggen dat lokale overheden voortaan maar weer bij papa moeten bankieren.
Een lokaal bestuurder, die net miljoenen heeft kwijtgemaakt en zich van geen kwaad bewust toont ‘want hij heeft de wet gevolgd’, begrijpt weinig van politiek als verantwoordingstheater. Is het zo moeilijk om je in te leven in de mensen die belasting betalen? Als een deel van de zoekgeraakte miljoenen ook nog (tegen een lagere rente) was geleend van de Bank Nederlandse Gemeenten, zoals De Telegraaf gisteren schreef, dan is het geloofwaardigheidsprobleem nog groter.
De formalistische verdediging van deze bestuurders was ontoereikend. Maar met die regels waar zij zich aan vastklampen, zijn ook gemaakt op de vorige oorlog. De wet Financiering decentrale overheden (Fido) trad in 2001 in werking. De provincie Zuid-Holland was net voor 47,5 miljoen het schip in gegaan met een idiote belegging in het handelshuis Ceteco. Dat vroeg om aanscherping van de voorwaarden waaronder gemeentes en provincies mochten beleggen.
Ook de regels voor het tijdelijk op de bank zetten van publieke gelden werden vastgelegd. Dat is die ‘A-rating’ waar Hekking steeds naar verwijst. AAA is beter, maar A is genoeg. En die IJslandse bank Landsbanki had A. Volgens de Fido-wet heeft iedere lagere overheid ook een treasury-statuut. De toelichting op de wet ademt de sfeer van zakendoen - de verkoop van de energiebedrijven werd voorzien, en wat te doen met díe miljoenen?
Dit voorjaar zijn voorstellen bij de Kamer ingediend om de wet weer te verbeteren. Maar de gebeurtenissen gingen sneller. De geldschuivers van gemeenten en provincies hebben zich blind gestaard op de wet én de goedkeuring die De Nederlandsche Bank (DNB) leek te geven aan de IJslandse banken. De nationale bank wist waarschijnlijk wel beter, maar zag zij zich gevangen in de afspraken binnen de Europese economische ruimte, waar IJsland deel van uitmaakt.
Minister Bos en de woordvoerder van De Nederlandsche Bank kijken nu boos naar IJsland, maar niets had DNB belet iedereen met overtollig spaargeld duidelijker te wijzen op de beperkingen van het goedkeuringsstempel, en dus op ieders eigen verantwoordelijkheid. Zeker de lokale treasurers. Ook nu nog zijn de teksten over in Nederland opererende buitenlandse banken op de website van DNB vaag en voor de consument weinig toegankelijk.
Opmeer (7 miljoen), Amstelveen (15 miljoen), Texel (2,5), Scherpenzeel (2,5) en Veere (3), allemaal vielen zij voor de rentelokkers uit Reykjavik. Hoe zwaar bezet kunnen de treasury-afdelingen in al die gemeenten zijn? En bij de provincie Groningen (30 miljoen)? Kennelijk zwaar genoeg om achter de IJslandse toprente te komen. Maar niet zwaar genoeg om te bedenken dat zij zelfs het geld van hun schoonmoeder nog niet op zo’n rekening zouden zetten - om met hoogleraar finance Jaap Koelewijn te spreken. Tenzij zij hun schoonmoeder haten.
De volgende inkijk in het systeem is die van het depositogarantiestelsel. Dat garandeerde eerst 20.000, toen dankzij Zalm 38.000 en nu met Bos’ verhoging 100.000 euro. Die uitkeringen worden volgens een onduidelijke sleutel omgeslagen over de nog overeind staande banken. Mooi voorbeeld van een sigaar uit andermans doos. Rabo-directeur Heemskerk (met zo’n 40 procent van de spaarmarkt) is niet geamuseerd.
In het economenblad ESB van gisteren schrijft WRR-lid en econoom Henriëtte Prast dat zij in 2004 met een buitenlandse collega al wees op deze en andere tekortkomingen van het garantiestelsel. Prast werkte destijds bij De Nederlandsche Bank. Maar noch de nationale bank noch de minister van Financiën noch de vereniging van banken hebben ervoor gezorgd dat het stelsel werd aangepast aan actuele eisen van redelijkheid en degelijkheid.
Het is besturen tijdens de verbouwing. Dat geldt ook voor de wijze waarop nu burgemeesters worden gekozen. Volgens de wet benoemt de Kroon nog steeds de burgemeester, lees: de minister van Binnenlandse Zaken. In haar ‘burgemeesterslezing’ van een jaar geleden maakte die minister, Guusje ter Horst (PvdA), duidelijk dat dat ook zo moet blijven. Want, hoewel zij in een globaliserende wereld voorstander is van versterking van het lokaal bestuur, de burgemeester moet bestuurlijk blijven en niet politiek worden.
Toen Den Haag zulke bestuurders nog mocht aanwijzen, na verdelend gekonkel achter gesloten deuren, zou in Rotterdam nu een CDA’er zijn benoemd. Maar het systeem is opgerekt richting democratie en nu mag de gemeenteraad zeggen wie het moet worden. En omdat de PvdA het bij de verkiezingen van 2006 goed heeft gedaan, hebben nu drie van de vier grote gemeenten een PvdA’er. Eén te veel volgens PvdA-bestuurder-burgemeester Cohen, donderdag in Pauw & Witteman, want het CDA is zo belangrijk in Den Haag.
Eigenlijk is Nederland één grote gemeente. En de rest is aankleding. Zeker de provincies.
