Kwesties verdwijnen niet door ze weg te redeneren. Dit blijkt weer uit de ophef omtrent politici van Turkse afkomst die de genocide op de Armeniërs in 1915 ontkennen of niet erkennen. Het gaat hierbij allang niet meer om de zaak zelf, maar breder, om vragen die te maken hebben met de integratie van immigranten en hun nakomelingen in Nederland.
Dat was precies het thema waar veel politici het eigenlijk niet meer over wilden hebben. Uit peilingen was immers gebleken dat burgers het gepolariseerde debat over dit onderwerp beu zijn. Dus gaat het politieke discours dezer dagen over de prijs van schoolboeken, de zorgpolis voor 2007 of gratis kinderopvang. Nu veel Turken in Nederland, maar ook in Turkije, zich heftig hebben gemengd in de discussie over de vraag of Turkse politici in Nederland zich moeten voegen naar de mening van hun partij over de volkerenmoord, blijkt dat wegkijken niet helpt. Achter de schermen op de partijbureaus van vooral PvdA en CDA wordt koortsachtig geprobeerd de geest terug in de fles te krijgen. Maar crisismanagement in panieksfeer levert niet de beste besluiten op.
Zo verwijderde de PvdA-voorzitter Van Hulten het kandidaat-Kamerlid Sacan bliksemsnel van de kandidatenlijst, omdat hij niet ondubbelzinnig achter het officiële fractiestandpunt inzake de genocide zou staan. De manier waarop dit gebeurde, heel hip per sms, spreekt boekdelen over de nonchalante wijze waarop de sociaal-democraten met hun ‘personeel’ omgaan. De PvdA is nerveus omdat de ‘running mate’ van lijsttrekker Bos, Albayrak ook kwetsbaar is op dit punt. Toch was het al met al niet erg handig van Van Hulten, zeker omdat hij de pers graag de les leest over mediahypes.
Het CDA verwijderde vervolgens, heel daadkrachtig, Elmaci en Tonca van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Dat had weer een kettingreactie van emoties tot gevolg van Amsterdam tot Ankara.
Politieke partijen lijken bij het rekruteren van allochtonen op de kandidatenlijst niet echt geïnteresseerd in de persoon die zij aanwerven. Allochtone Kamerleden zijn voor partijen voornamelijk interessant wegens hun mogelijke electorale wervingskracht onder de specifieke bevolkingsgroep waartoe zij behoren. Als het dan een goed Kamerlid blijkt te zijn, is dat mooi meegenomen. Valt het tegen, dan wordt hij of zij vervangen door een ander gezicht. Dat dreigde het Kamerlid Eski (CDA) te overkomen. Hij keerde echter onverwacht terug op de lijst, nadat zijn partij Elmaci en Tonca als etnische uithangborden was kwijtgeraakt. Voor zijn prijzenswaardig loyale opstelling werd Eski vervolgens weer mikpunt van Turkse CDA-raadsleden die concludeerden dat Eski zich kennelijk wel conformeerde aan het CDA-standpunt inzake de genocide.
Premier Balkenende (CDA) riep gisteren terecht op tot een open dialoog. Maar dat geldt met name ook voor politieke partijen zelf: zij moeten wezenlijk in discussie gaan met hun leden van allochtone herkomst. Zij moeten integratie in eigen gelederen tot stand brengen.
Het is van groot belang dat de kalmte terugkeert in de discussie. Verder opjutten van de gemoederen, en openbaar vertoon van verkeerd begrepen nationalisme voert naar een heilloze weg van segregatie. Morgen organiseren negen grote Turkse federaties een bijeenkomst in Utrecht om zich over deze zaak te beraden. Op de schouders van deze organisatoren rust grote verantwoordelijkheid. Zij zullen moeten spreken met een warm hart maar met een koel hoofd.

AEX: 310,03 


