De bange rector

Het is allang bekend dat in veel Arabische media joden worden afgeschilderd in gruwelijke stereotypen die vaak zijn ontleend aan oude geschriften van de Duitse nazi’s. Daarover is ook wel bericht in deze krant. Het is daarom een raadsel waarom de rector van de Universiteit Utrecht druk heeft uitgeoefend op een hoogleraar om voorbeelden van antisemitisme in islamitische publicaties te schrappen uit zijn afscheidsrede. Deze handelde over de mythe van het joodse kannibalisme. De Utrechtse hoogleraar Pieter van der Horst stelt dat ‘de islamitische wereld de fakkel van de redeloze jodenhaat van de nazi’s heeft overgenomen en met vuur en verve verder draagt’. Deze algemene uitspraak specificeert hij met talloze voorbeelden uit Arabische media. Daaronder zijn ook boeken en cartoons van joden die regelrecht zijn overgenomen uit nazi-geschriften. Ook gaat hij in op de rol van de na zijn dood nog vereerde Palestijnse grootmoefti van Jeruzalem, die met Eichmann het vernietigingskamp Auschwitz bezocht en ook een dergelijk kamp in Nablus wilde bouwen. Ook dit feit is al eerder ruim gedocumenteerd.

Het extreme antisemitisme in veel islamitische propaganda mag zeker niet worden verdoezeld. Men kan in onderdelen met Van der Horst van mening verschillen over de mate waarin of de manier waarop, zeker in het gewraakte deel dat nog niet is gepubliceerd. De strijd moet vooral openlijk gebeuren. Om de openbare strijd om de waarheid is het in een universiteit te doen. Dat is de academische vrijheid. Die stelt een onderzoeker in staat zelf te bepalen hoe onderzoeksresultaten worden gepresenteerd. Het bestuur van de faculteit van godgeleerdheid had daarom niet een exemplaar van de toespraak bij de kopieermachine mogen onderscheppen om vervolgens druk uit te oefenen bepaalde passages te schrappen. Volgens Van der Horst zou de rector van de universiteit, W.H. Gispen, zelfs hebben gedreigd om hem de toegang tot zijn eigen afscheidscollege te ontzeggen.

De conclusie dat Van der Horst na het uitspreken van zijn rede gevaar zou lopen, getuigt van een lage dunk van moslims. Het veronderstelt dat moslims niet in staat zijn nog eens via Van der Horst kennis te nemen van antisemitische propaganda waarmee ze al via andere bronnen worden bestookt. Van der Horst doet niet aan godslastering en stelt ook de islamitische godsdienst niet aan de kaak, hetgeen hij ook had kunnen doen. Hij citeert en trekt conclusies die volgens sommigen te extreem zijn en waarover men van mening kan verschillen. Een afscheidsrede mag aanleiding geven tot persoonlijke bespiegelingen. Dat hoort ook tot de academische vrijheid. Sommige universiteitsbesturen hebben gevaren getrotseerd voor de academische vrijheid. Hier is het tegendeel het geval. Deze bange, onwetenschappelijke houding is een sterk argument tegen een imamopleiding aan de universiteit Utrecht.

Een rector magnificus die uit angst het openbare debat smoort, geeft een verkeerd voorbeeld aan de wetenschappelijke staf en de studenten.

zoeken

in