Illustratie Ruben L. Oppenheimer Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Blaas verbod op godslastering nieuw leven in

Gepubliceerd: 13 november 2009 15:11 | Gewijzigd: 13 november 2009 15:34

De overheid dient godsdienstige gevoelens te beschermen tegen grievende uitingen. Daarom is het verstandig art. 147 – het verbod op smalende godslastering - in stand te houden. Sterker, het dient gerevitaliseerd te worden.

Door Harmen van der Wilt

In 1968 heeft de Hoge Raad in het ‘Ezelproces’ over de uitlatingen van schrijver Gerard van het Reve een voor het strafrecht ongebruikelijke (zware) uitleg gegeven aan het begrip ‘opzet’. Als gevolg van deze uitleg is het verbod op smalende godslastering voor de rechtspraktijk een tandenloze bepaling geworden.

In mijn onderzoek wordt de geldigheid van de argumenten beoordeeld die gehanteerd worden met betrekking tot afschaffing dan wel instandhouding of revitalisering van het verbod op smalende godslastering. Afgelopen week is door de kamerleden Van der Ham (D66), Teeven (VVD) en De Wit (SP) een initiatiefwetsvoorstel voor afschaffing van het verbod op smalende godslastering. Vanuit strafrechtelijk, staatsrechtelijk, rechtspolitiek en cultureel-religieus perspectief kom ik tot de slotsom dat de argumenten voor afschaffing van het verbod op smalende godslastering onvoldoende gewicht in de schaal leggen. Ik wil een aantal punten aanstippen.

Vanuit strafrechtelijk perspectief wordt door tegenstanders van art. 147 WvSr de stelling ingenomen dat het verbod op smalende godslastering is verworden tot een dode letter en dat het artikel daarom maar naar de prullenbak dient te worden verwezen.

Ik ben van mening dat het feit dat een bepaling is verworden tot een slapende bepaling, nog geen steekhoudend argument oplevert om art. 147 WvSr dan maar te schrappen. Strafbepalingen ontlenen immers niet primair hun bestaansrecht aan het aantal keren dat ze met succes worden ingeroepen. Daarnaast kan het als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen noodzakelijk zijn om een slapende bepaling wakker te schudden.

Bovendien sluit de huidige uitleg van het opzetvereiste niet geheel aan bij de bedoeling van de wetgever. Een dergelijke uitleg is voor het strafrecht niet alleen hoogst ongebruikelijk, maar ook inconsequent: voor de andere artikelen die handelen over godslastering of belediging geldt dat de bedoeling van de verdachte om te smalen wordt beoordeeld aan de hand van meer objectieve maatstaven.

Ook zouden gelovigen volgens tegenstanders van het verbod op smalende godslastering bevoorrecht worden; artikel 147 is volgens hen een onterechte vorm van ‘extra bescherming’. Met dit argument wordt volgens mij uit het oog verloren dat het geloof in een persoonlijke God iets geheel anders is dan het hebben van bepaalde levensbeschouwelijke opvattingen. Hoe kan men zich beklagen over rechtsongelijkheid met betrekking tot gevoelens die men zelf niet heeft?

Wel lijkt er sprake te zijn van (rechts)ongelijkheid wanneer art. 147 WvSr alleen gereserveerd wordt voor de bescherming van christelijke gevoelens, zoals nu het geval lijkt te zijn. Gelet op de veranderde samenleving dient het verbod op smalende godslastering ook te gelden voor aanhangers van andere godsdiensten, hoe moeilijk dit ook vanuit christelijk perspectief te accepteren is.

De huidige maatschappelijke tendensen van verharding en intolerantie jegens gelovigen en jegens dat wat voor hen Heilig is, noodzaken tot een effectievere inzet van het strafrecht in het algemeen en van het verbod op smalende godslastering in het bijzonder. De rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over uitingen van godslasterlijke aard biedt hiervoor ook voldoende aanknopingspunten.

In aansluiting hierop zou ik ook de stelling willen verdedigen dat het revitaliseren van art. 147 niet hoeft te leiden tot een ontoelaatbare inperking van de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting is, mede gelet op de verplichtingen voor overheid en burger die aan ieder vrijheidsrecht verbonden zijn, een vrijheid die uitgeoefend dient te worden in verantwoordelijkheid. De vrijheid van meningsuiting houdt dus niet in dat men gelovigen en de God van de gelovigen op onnodig grove wijze mag beledigen of te lasteren. Bovendien volgt uit een omvangrijk WODC-onderzoeksrapport uit 2007 dat niet zozeer de vrijheid van meningsuiting als wel de vrijheid van godsdienst onder druk staat en dat het maatschappelijke debat over religie verhardt. Een rapport dat overigens door de indieners van het wetsvoorstel overigens zeer selectief wordt gehanteerd.

Het strafrecht fungeert in het kader van de bescherming van godsdienstige gevoelens tegen smalende godslasteringen zeker niet als medicijn tegen alle kwalen, maar wel als uiterste redmiddel. Hoewel het debat over religie bij het publieke domein hoort en men in de eerste plaats in een onderlinge dialoog respect voor godsdienstige opvattingen dient te vragen, meen ik dat de tijd rijp is voor een meer adequate bepaling die gelovigen in hun godsdienstige gevoelens beschermt wanneer hun God op zeer honende wijze wordt gelasterd. Het maatschappelijke debat lijkt namelijk steeds meer te worden beheerst door groepen of individuen die hun intolerante, antireligieuze opvattingen in grievende bewoordingen proberen op te dringen.

Het is daarom noodzakelijk om art. 147 nieuw leven in te blazen, opdat van overheidswege gezorgd wordt voor een adequate bescherming van godsdienstige gevoelens.

mr. Harmen van der Wilt is advocaat te Zwijndrecht. Hij deed onderzoek naar de validiteit van de argumenten omtrent wel of niet afschaffen art. 147. Download hier zijn rapport.

Reageer op nrc.nl/expert

 

Opklaringen

Facebook neemt overheidsvoorlichting treinramp over. Belgen lichten elkaar voor.

Opinieblog

Rekent u lokaal met partijen af op basis van de landelijke politiek?

Opinieblog

De roc’s moeten worden ontmanteld, vindt Ad Verbrugge van Beter Onderwijs Nederland.

zoeken

in

nrc nu: 'Afzeiken is zo 2009'

Robert van de Roer peilt de hard- en zachtheid van de NRC-columnisten. Meer video's op nrc.tv.

Opiniestuk of brief insturen?

Gesponsorde links

 

    Op zoek naar een serieuze relatie? Doe de psychologische PARSHIP-test en vind de partner die echt bij je past.
    Meld u nu gratis aan.