Jort Kelder ergert zich eraan dat in Nederland gezeurd wordt over topinkomens (Opiniepagina, 8 augustus). Opiniestukken als reactie hierop van Frank Ankersmit en Rob Wijnberg (11 augustus) wijzen zijn gedachten af. Maar Kelder heeft gelijk, en het zou goed zijn als personen met modale inkomens (het volk) en de overheid dit inzien. Doen ze dat niet dan knagen ze aan de wortels van hun eigen welvaart.
Wie in Nederland met zijn hoofd boven het maaiveld uitkomt, loopt de kans dat die er af gehakt wordt. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Typisch Nederlandse uitdrukkingen. Kelder wijst er terecht op dat de recessie met name hard aankomt bij de rijken. De rijken zijn namelijk degenen die risico durven te nemen. Door ondernemingen op te starten en hun kapitaal daar in te steken. Dat kan slecht gaan en dat kan goed aan. Gaat het slecht, en komen ze in de schulden terecht, dan hoor je niemand (dat hoort erbij, bij ondernemen), gaat het ze te goed, dan moet hun kop eraf. En moet hun topinkomen en hun vermogen (bijvoorbeeld het eigen huis van boven de 1 miljoen) zwaarder worden belast.
Ankersmit verwijt Kelder dat hij een onderscheid maakt tussen rijken en rijken. ‘Falende bankiers zouden volgens Kelder wél moeten worden aangepakt, terwijl volgens Ankersmit nooit iemand (inclusief Kelder) ‘op het idee kwam om de Staat het recht te geven om falende bestuurders van Philips of AKZO voor straf een deel van hun salaris te laten afpakken’.
Deze opmerking van Ankersmit laat mijns inziens zien dat hij zich hier nogal vertilt aan deze economische problematiek. Kelder betoogt (en terecht) dat falende bankiers die staatsteun (dus ons belastinggeld) gebruiken om hun pensioenpot aan te vullen en bonussen uit te keren moeten worden aangepakt, maar hij betoogt niet dat de bestuurders van slecht lopende ondernemingen die geen staatsteun hebben ontvangen (en hier dus ook nietsoneigenlijks mee kunnen doen) ‘straf’ moeten krijgen.
Kelder maakt inderdaad verschil tussen misbruikmakende rijken en niet-misbruik makende rijken, en terecht want deze zijn niet vergelijkbaar. Ankersmit schrijft voorts dat Kelder vergeet dat de Balkenendenorm alleen voor de overheid geldt en niet voor het bedrijfsleven. Het lijkt hier of Ankersmit een ander opiniestuk van Kelder heeft gelezen dan ik. Het betoog van Kelder is nu juist dat omdat de Balkenendenorm alleen voor de overheid geldt, veel toptalent aan de slag gaat in het bedrijfsleven en dus verloren gaat voor de overheid en het publieke belang. Die Balkenendenorm kan je dus beter afschaffen, want alleen zonder die norm kan de overheid makkelijker toptalent aan zich binden. Rob Wijnberg zet zich af tegen het idee dat een mens alleen te prikkelen is met geld, en zou dat mensbeeld dus niet willen propageren. Hij verwijt Kelder dat hij een dergelijk mensbeeld wel propageert. Maar dat doet Kelder niet. Wijnberg is een idealist. Maar Kelder is een realist: Natuurlijk zullen veel mensen als je het op de man afvraagt als antwoord geven dat ze niet alleen te prikkelen zijn voor geld, maar dat ook andere aspecten zoals meer vrije tijd, zelfexpressie, etc. van belang zijn bij de keuze voor een baan. Maar alles is natuurlijk relatief, als je in het bedrijfsleven vijf keer meer kan verdienen dan een baan bij de overheid, je in datzelfde bedrijfsleven omringd bent door allerlei andere toptalenten waar je aan kunt optrekken en je kunt werken met de beste faciliteiten die je je kan wensen... Ik kan mij voorstellen dat je dan voor het bedrijfsleven kiest. Dat is de realiteit. Ik zie het zelf op de universiteit. Wij hebben op de universiteit grote moeite met het aantrekken van toptalent voor onderzoek. Ze willen wel, dat talent, maar de faciliteiten en veel hogere salarissen van het bedrijfsleven zijn heel aanlokkelijk.
Maar terug naar de opinie van Kelder. Waarom moet men in Nederland eens ophouden om te ageren tegen alles wat rijk en succesvol is? De reden is, zoals Kelder schrijft: "Multimiljonairs en multinationals stemmen met hun voeten: maak je het ze lastig dan vertrekken ze." Hij heeft gelijk. Heeft u zich weleens afgevraagd waarom zoveel Nederlandse investeringsfondsen de afgelopen tijd naar Luxemburg zijn verhuisd? Omdat het daar voor hun beter is. Slimme Luxemburgse ambtenaren hebben daar een gunstig vestigingsklimaat gecreëerd.
Is het zo slecht wanneer multinationals en multimiljonairs uit Nederland vertrekken? Ja. Vermoedelijk heeft elke multimiljonair een huishoudster en een glazenwasser en wellicht een tuinman. Hij koopt zijn dikke auto bij de dealer om de hoek. Hij dineert in restaurants waar weer een kok en obers rondlopen. Hij koopt zijn kleding en meubels in winkels rond zijn woonplaats, hij zet een bedrijf op, innoveert en creëert daarmee arbeidsplaatsen.
Hetzelfde geldt voor de multinational. Een multinational die zich in Nederland vestigt heeft een kantoor nodig. Een kantoor moet gebouwd worden. Daar heb je arbeiders voor nodig. Een kantoorpand wordt vaak gehuurd. Daar heb je makelaars voor nodig. In het kantoor wordt vervolgens gewerkt. Daar heb je weer mankracht voor nodig. Door de werkzaamheden wordt rommel gemaakt. Daar heb je schoonmakers voor nodig, etc, etc.
Al deze personen verdienen met hun werkzaamheden geld, dat ze weer uitgeven in (hoofdzakelijk) Nederland. Met andere woorden: multimiljonairs en multinationals zijn drijvende krachten achter werkgelegenheid en dus ook welvaart. Ze verschaffen werk aan het ‘volk’. Als datzelfde volk vervolgens maar blijft zeuren dat de hogere salarissen van topbestuurders moeten worden aangepakt dan verdwijnen deze multinationals en miljonairs vanzelf naar het buitenland. Met deze verhuizing verdwijnt werkgelegenheid in Nederland. En dus ook de baan van ‘Jantje modaal’. Als Nederland door de Balkenendenorm geen toptalent aan zich weet te binden die regelgeving kan bedenken waardoor multinationals naar Nederland komen en hier ook blijven (waarom zit het Europese hoofdkantoor van Google in Dublin?! En levert het daar honderden banen op), dan kan ‘Jantje modaal’ ook een uitkering aanvragen. Het is misschien niet de ideale wereld, maar wel de realiteit. En die kan je maar beter onder ogen zien. Ik kan daar niets anders van maken.
Dennis Weber is hoogleraar Europees ondernemingswinstbelastingen aan de Universiteit van Amsterdam en werkzaam bij advocatenkantoor Loyens & Loeff

AEX: 338,65 




