In de afgelopen jaren zijn veel tweedelingen gesignaleerd. Een kloof tussen politiek en samenleving, een kloof tussen arm en rijk, tussen betrokken en ontevreden burgers, tussen laag- en hoogopgeleiden en tussen de ‘haves en have-nots’.
Sociologen en andere wetenschappers kunnen nog jaren met onderzoek vooruit.
Hier is voldoende om te constateren dat een groeiende groep mensen in de samenleving voortdurend ontevreden is. Volgens onderzoeksbureau Motivaction gaat het om een kwart tot eenderde van de Nederlanders.
Ooit ging het vooral om de sociale onderklasse. Mensen met weinig geld en een lage opleiding die daardoor weinig tot geen kansen hadden om vooruit te komen. Voor hen werkte de PvdA aan een missie: emancipatie en vooruitgang. Hierdoor konden zij weer aansluiting vinden bij de rest van de samenleving.
Maar vandaag de dag is de situatie complexer. Door de toegenomen individualisering, het doorgeslagen vertrouwen in de markt, het wegvallen van oude structuren en de grotere verschillen tussen arm en rijk woedt het onbehagen in veel meer lagen van de bevolking. Dat onbehagen is nog eens extra gevoed door de richting waarin de maatschappij zich heeft bewogen. De nadruk is te veel komen te liggen op snelle winsten. Te veel op materiële rijkdom. En te veel op het gelijk van de grote bek. Het evenwicht binnen onze samenleving is behoorlijk uit het lood geslagen. Van links naar rechts hebben arm én rijk het gevoel dat de politiek geen antwoord heeft op de nieuwe uitdagingen die dat heeft gecreëerd. Dat mogen we ons aantrekken. Politiek gaat, zeker in Den Haag, te vaak over deadlines en doelen waaraan beleid wordt opgehangen. Dat houdt het heel praktisch, maar tegelijkertijd zielloos. Dat laatste heeft ook te maken met de terechte constatering van Tjeenk Willink dat de overheid zich te veel heeft ontwikkeld als een bedrijf.
Die trend moeten we dus doorbreken. De overheid moet weer een hart krijgen. Daarmee beginnen we door definitief afscheid te nemen van het neoliberalisme. Omdat die aanpak er mede de oorzaak van is dat we nu in deze puinhoop terecht zijn gekomen, maar vooral omdat die aanpak – zelfs zonder crisis – het leven van mensen die het moeilijk hebben veelal zwaarder in plaats van makkelijker maakt. Een solidaire beweging als de PvdA kan nooit voor zo’n aanpak kiezen.
Waar kiezen we dan wel voor? Het betekent allereerst dat we weer een stevig sociaal fundament in de samenleving leggen. Want we willen een betrokken samenleving waarin iedereen een kans heeft om mee te doen. Dat begint bij het hebben van een baan en het kunnen volgen van een opleiding. En dat betekent ook een herwaardering van betere publieke voorzieningen, een menswaardige zorg voor ouderen, meer kinderopvang, betere scholen en een stevig sociaal stelsel dat mensen de zekerheid biedt van een goed inkomen, ook als het tegenzit.
Het pleidooi voor die betrokken samenleving is natuurlijk niet gratuit. Wie onverkort kiest voor een grotere rol van de publieke sector zal daar de financiële middelen bij moeten leggen.
En dan het moeilijkste deel van de opdracht: we moeten onze eigen prestaties, onze eigen dienstverlening, onze eigen instituties streng onder handen durven nemen. De overheid zal moeten presteren. Beter dan ze nu doet. En menselijker dan ze nu doet.
Dit is óns recept voor een eerlijke, betrokken samenleving. Geen geroep om lage belastingen zoals rechts laat horen. Geen sprookjes over terug naar vroeger zoals onze linkervrienden iedere dag weer vertellen, geen terugtrekking achter de illusie van onze landsgrenzen zoals extreem-rechts dat wil. Maar een samenleving die ervoor garant staat dat iedereen de kansen krijgt die hij of zij verdient
Dat is geen garantie, maar wel de beste mogelijkheid om de afhakers niet definitief te hoeven afschrijven.
Mariëtte Hamer is fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer

AEX: 338,65 




