Als kind hoef je straks niet meer voor galg en rad op te groeien, omdat politie en jeugdzorg je met hun databank al vanaf de wieg in de smiezen hebben. Als oudere weet u: de ambient intelligence komt eraan: ‘slimme’ elektronische apparatuur die reageert op de aanwezigheid van mensen.
We zijn in de greep van technologie en grijpen naar nieuwe technologieën om eeuwenoude problemen op te lossen. Of het nu gaat om het onberekenbare lichaam of om de wanorde in stadswijken: ict, nano-, bio- en cognitieve technologie bieden uitkomst. Het maakbaarheidsdenken van de twintigste eeuw werd vaak failliet verklaard. Maar de verleiding van nieuwe technologieën is groot. Het is de verleiding om eindelijk een oplossing te vinden, eindelijk de kwetsbaarheden van het lichaam en de samenleving op te heffen.
Discussies over nieuwe technologieën gaan vaak over privacy. Zo waarschuwen Britta Böhler en Beate Roessler ons (NRC Handelsblad, 15 november) voor de prijs van te weinig gegevensbescherming. Tegenstanders vinden dat privacy ondergeschikt is aan andere belangen, zoals veiligheid. Beide standpunten schieten tekort. Het gaat bij de inzet van nieuwe technologieën namelijk niet alleen om de individuele rechtsbescherming, maar om de gevolgen voor hele groepen, of zelfs voor de hele samenleving.
Neem de mosquito, dat hinderlijk piepende apparaatje waardoor jongeren ergens anders gaan staan. Het verlangen om overlast op straat te verhinderen, stigmatiseert een hele groep. Het merkwaardige verlangen om onregelmatigheden te beheersen en hele groepen in de greep te nemen zien we nog pregnanter bij het Elektronisch Kinddossier. Grote hoeveelheden zeer persoonlijke informatie wordt in databanken gestopt, waarna kinderen met hulp van datamining (het verbinden van gegevens om patronen te destilleren) opgedeeld worden in typen probleemjongeren. In de politieregio Midden-Gelderland leidt dat er bijvoorbeeld toe dat met de zogenaamde ProKid-methode bijna 3000 kinderen onder de twaalf jaar in risicocategorieën zijn verdeeld op basis van kenmerken als spijbelen, dierenmishandeling, pesten en rondhangen op straat. Op die manier zijn 1800 kinderen geclassificeerd die volgens het systeem een risico lopen. Wat dat betreft is het categoriseren en stigmatiseren van Antilliaanse probleemjongeren in de landelijke Verwijsindex Antillianen (VIA) een stuk eenvoudiger.
Zulke technologietoepassingen overstijgen de individuele rechtsbescherming, ze hebben gevolgen voor hele groepen kinderen. En zelfs voor onze collectieve opvattingen over wat we van kinderen accepteren. 1800 jonge kinderen die op basis van wat we nog niet eens kattenkwaad zouden noemen een risico kunnen worden: daar moeten meteen politie en hulpverleners op af.
Collectieve gevolgen en beheersing komen ook om de hoek kijken wanneer ambient intelligence op grote schaal ingezet gaat worden ten behoeve van ouderen – en als het aan Philips en de EU ligt gaat dat zeker gebeuren. Ouderen kunnen dan langer thuis wonen, omdat sensoren en camera’s waarschuwen als de achterdeur openstaat of de koelkast leeg is. Of ze adviseren om nog even in bed te blijven omdat de nachtrust onvoldoende is geweest. Ouderen worden daarmee aan de ene kant onafhankelijker omdat ze langer thuis kunnen blijven wonen. Maar ze worden aan de andere kant ook afhankelijker. Want als het dankzij technologie de norm wordt om langer thuis te blijven wonen, dan móet je wel technologie toelaten. Dan ligt een keuze voor een verpleeghuis stukken minder voor de hand. En gaat de technologie dan bepalen wanneer een oudere opstaat of naar buiten mag?
Het verlangen naar beheersing is ook aan de orde bij de snel groeiende beweging van mensen die pleit voor het ‘beter maken’ van mensen zonder medische noodzaak. En ook hier zijn de gevolgen collectief. Er lijkt niets op tegen wanneer iemand met hulp van een full body scan (‘de apk-test voor het lichaam’) gezonder probeert te worden, en ziektes probeert voor te zijn. Maar de gevolgen van zulke persoonlijke keuzen overstijgen het individu. Want daarmee verschuiven heersende opvattingen over ziekte en gezondheid, over wat pech of je eigen schuld is. Een verzekeraar die een polis met een lage premie aanbiedt voor degenen die zich eerst hebben laten screenen is dan nog maar een kleine stap.
Beheersing, het uitoefenen van controle en zachte dwang zijn veel ingrijpender gevolgen van nieuwe technologietoepassingen dan bedreiging van de privacy. De focus op privacy onttrekt ons oog aan het collectieve karakter van die gevolgen. Beter dan ons blind te staren op privacybescherming, kunnen we ons mateloze verlangen naar beheersing van problemen in de maatschappij en aan ons lichaam tegen het licht houden: onze behoefte om problemen te ontdekken, te tellen, te registreren, te categoriseren en te doen ‘verdwijnen’. We hebben de nadelige kanten van het maakbaarheidsdenken ervaren. Ook beheersing heeft een prijs.
De schrijvers van dit stuk reageren op het betoog van advocate Britta Böhler en hoogleraar filosofie Beate Rössler (Opinie & Debat, 15 november) die stellen dat „wij al lang niet meer zelf mogen bepalen aan wie wij welke gegevens ter beschikking stellen: wij zijn de controle over onze gegevens kwijt.”
Privacy is essentieel voor een democratische samenleving, betogen zij: „Een burger die niets verbergt, kan zich in de samenleving niet als een vrij en authentiek individu manifesteren.”
Marguerite van den Berg is socioloog en Marcel Ham is hoofdredacteur van TSS, een tijdschrift voor sociale vraagstukken.
Bent u ook expert op dit gebied? Reageer dan op nrc.nl/expert

AEX: 338,65 




