Dames en heren,
Ten eerste felicitaties voor Fasseur met dit prachtige boek en hulde voor koningin Beatrix. Vanaf vandaag is de koningin de heldin van biografen omdat zij met het ter beschikking stellen van zeer intieme informatie de opheldering van een omstreden episode heeft gediend, met voorbijgaan, waarschijnlijk, aan haar privégevoelens. Een voorbeeld voor de spreekwoordelijke schrijversweduwen.
Dankzij dit boek krijgen we onthullende inkijkjes in het problematische huwelijk van haar ouders die voor ons soms hilarisch zijn, maar haar ongetwijfeld pijnlijke momenten zullen opleveren. Ik vind het moedig dat zij, vanuit haar staatsrechtelijke verantwoordelijkheid, bereid is geweest de overlapping met uiterst persoonlijke feiten aangaande haar ouders niet uit de weg te gaan.
Toen Henk Hofland in 1972 zijn boek Tegels lichten publiceerde, over de volgzaamheid en het verzwijgen in de journalistiek, was de vraag hoe lang zou duren voor de spreekwoordelijke onderste steen boven zou komen.
Fasseur is verder gekomen dan wie eerder ook, maar het laatste woord is nog niet gezegd en andere historici zullen zich nog over moeten buigen.
Ten eerste blijft het gissen naar de vraag onder welke voorwaarde Fasseur van koningin Beatrix exclusieve toegang tot bepaalde bronnen heeft gekregen. In zijn voorwoord zegt hij dat koningin Beatrix hem alle vrijheid heeft gegeven en zelfs bereid was hem mondeling inlichtingen te verstrekken. Het zal mijn journalistiek instelling zijn: maar ik wil graag weten hoe vaak en hoe lang Fasseur met Beatrix heeft gesproken en welke inlichtingen zij hem precies heeft verstrekt.
Laten we hopen dat de auteur – net als de door hem rijkelijk geciteerde Van Hamel - woordelijke verslagen van die gesprekken heeft gemaakt die op een zeker tijdstip hun weg naar de archieven zullen vinden.
Mijn journalistenhart ging niet heel veel sneller kloppen van dit boek want - laten we eerlijk zijn, erg veel politiek nieuws staat er niet in, al zijn veel geruchten nu bevestigd. Maar mijn biografenhart sloeg regelmatig over van opwinding en mijn feministische hart stond bij tijd en wijle bijkans stil van oprechte verontwaardiging.
Wat een vrouw en een mannetjesputter was Juliana en wat is haar door de patriarchale seksistische en autoritair- christelijke samenleving, die bovendien nog eens verziekt werd door de koude oorlog, een immens onrecht aangedaan.
Het meest verbijsterende vind ik de passages waarin Juliana op goede gronden echtscheiding voorstelde om aan de slopende echtelijke twisten, die door Bernhard tot staatszaak werden opgeblazen, een einde te maken.
Het komt er op neer dat Bernhard (en dit moet voor de betrokkenen pijnlijk zijn) zijn vrouw vanaf het begin af aan gekleineerd en vernederd heeft. Niets kon ze goed doen in zijn ogen: toen ze tijdens de oorlog in Canada zat leverde hij vanuit Londen kritiek op de keuze van haar kleren. Nadat hij de eerste foto’s uit Ottowa had ontvangen, schreef hij:
“ Maar je kostuum- wat is dat wat je daar draagt? Het lijkt mij een Juliana-combinatie van strandjurk me iets erboven om het deftig te laten lijken. En geen oorbellen! Ja, ja!” En toen hij haar in Londen op de film had gezien : “Zag je net in de bioscoop met een ietwat grote hoed op – hij was niet al te erg, maar ik had hem toch niet gekozen.”
Ondanks Juliana’s herhaalde verzoeken om inlichtingen hoe het met hem ging (“Ik weet niet in wiens gezelschap je slaapt. Ik weet niets, niets, niets!) weigerde hij haar deelgenoot te maken van zijn vrouwenaffaires. Dat leverde de klassieke situatie op dat iedereen wist dat hij een vriendin had, behalve zijn echtgenote.
Het is – als je je in Juliana wilt verdiepen van belang te begrijpen hoe vernederd zij zich moet hebben gevoeld. Had het allemaal niet iets discreter gekund? Nee dus: Shockerend is het om te lezen hoe Bernard zijn Annie na de oorlog aan het publiek wilde tonen en Juliana zelfs dwong om als haar gastvrouw op te treden tijdens wintersportvakanties. Dat is pascha-gedrag – pure, op vernedering gerichte, machtsuitoefening.
Wat sinds 1956 de Greet Hofmansaffaire is gaan heten is, zo blijkt uit Fasseurs boek, primair een paleisruzie geweest, een privé-conflict ruzie dat Bernhard dankzij handig manipuleren heeft gewonnen: hij heeft zijn huwelijk, dat wil zeggen zijn positie, gered ten koste van zijn diep ongelukkige en door haar ambt ingesnoerde echtgenote,
Uit Fasseurs samenvatting van het rapport van de Commissie Beel vond ik het boeiendst hoe spastisch de katholieke politicusBeel en nog meer de gereformeerde scherpslijper Gerbrandy op een door Juliana gewenste echtscheiding reageerden. Zij bleken scheiding een aanzienlijk grotere bedreiging te vinden dan abdicatie, een mogelijkheid die Juliana overigens geen moment overwogen heeft..
Gerbrandy schreef als lid van de Commissie Beel een aparte nota over de echtscheidingskwestie en kwam tot de conclusie dat een regeling in der minne ‘met behoud van de officiële facade was aan te bevelen boven echtscheiding. Een vordering tot echtscheiding door de koningin in te stellen achtte hij ‘moreel-politiek’ ontoelaatbaar. Juliana was dus als het ware vogelvrij én gevangen in haar huwelijk met Bernhard, die kon haar treiteren en vernederen zoveel hij wilde. Zij kon niet van hem af omdat volgens de christelijke moraal de facade van het gezinsideaal – de hoeksteen van de samenleving moest worden opgehouden.
Dat was precies de fuik waarin - voordat de bevrijdende jaren zestig aanbraken- zoveel vrouwen gevangen zaten. Tijdens het lezen van dit boek heb ik mij proberen voor te stellen wat een geweldige stimulans het voor de vrouwenemancipatie zou zijn geweest als Juliana, die volkomen in haar recht stond, Bernhard de deur van Paleis Soestdijk had gewezen.
Helaas: De commissie Beel stelde voorop dat zowel het gezins- als het landsbelang zich verzette tegen een breuk tussen koningin en prins. En niemand die zich ook maar durfde af te vragen wáárom dit eigenlijk tegen het landsbelang zou zijn geweest.
De commissie Beel verweet de prins – pikant detail uit het rapport – dat hij “in toenemende mate tegen zijn echtgenote had nagelaten de normale vriendelijkheidsbetuigingen in acht te nemen, ook in het bijzijn van de kinderen.” Niettemin hoefde Bernhard geen enkele concessie te doen. Hij kon doorgaan met zijn vrouwenaffaires , de openlijke relatie met zijn secretaresse juffrouw Gilles die dag en nacht in zijn bijzijn verbleef, enz. enz. Bernard zegde toe dat Gilles Paleis Soestdijk zou verlaten, maar dat is nooit gebeurd.
Juliana moest inbinden en alle contacten met haar zielsverwante Greet Hofmans opgeven. Op de vraag van Beel of ze dat kon, heeft zij hem geantwoord met de wedervraag: Kunt u de paus opgeven?
Het vervulde mij met bewondering dat Juliana - ook na het rapport van de commissie Beel - nog heeft gedreigd met echtscheiding. Toen Bernhard door bleef gaan met het ten paleize opleggen van zijn wil aan Juliana , heeft zij verklaard dat het maar beter was onmiddellijk tot echtscheiding over te gaan, aangezien zij ‘bij paardenlengten voldoende redenen hiervoor had.”
Bernhard, die er niets op tegen had dat zijn katholiek geworden moeder Armgard op koste van Juliana in een duur paleis hokte met haar geliefde, dacht als het hem uitkwam al even traditioneel over het huwelijk als Beel en Gerbrandy. Sterker: hij gebruikte haar wens om tot scheiding over te gaan als dreigement tegenover de commissie Beel: Als jullie mij mijn zin niet geven komt er echtscheiding en dus een groot schandaal van.
Uit Fasseurs boek blijkt zonneklaar dat Bernhard zich niet zozeer verzette tegen juffrouw Hofmans alswel tegen Juliana’s – ‘zelfstandige kant’. Juliana rapporteerde aan de commissie Beel : “Ik zoek dit - het contact met Hofmans – zelfstandig, sta er kritisch tegenover.” Ze verklaarde ook dat dit botste met de prins. “De prins wil iemand die met hem meegaat” Hoe herkenbaar voor het traditionele huwelijk waarin de vrouw – ook wettelijk – nauwelijks rechten had..
Uit een brief van 18 september 1956 van Bernhard aan Juliana blijkt hoe de prins over echtscheiding dacht – die mening verschilde niet zoveel van die van onze huidige ChristenUnie minister van Jeugd en Gezin.
“En nu de scheiding”, schreef Bernhard, “ik zeide het nog gisterenavond – wil jij onze familie de naam van een derderangs Balkanmonarchie geven? Ik zal er, uit plichtsgevoel voor onze kinderen en onze positie, zeer positief tegen vechten. Zoiets mag niet.”(einde citaat)
Het is buitengewoon slim geweest van Bernhard om zijn patriarchale gezag over de naar zelfstandigheid strevende Juliana te herstellen door haar ervan te beschuldigen onder de invloed te staan van een buitenkerkelijke gebedsgenezeres. Hij heeft dat om zijn eigen positie te redden naar buiten gebracht en ervoor gezorgd dat de commissie Beel werd ingesteld.
Fasseur maakt goed duidelijk dat dit van meet af aan een overwinning betekende voor de prins.
Hij kon er op rekenen dat de twee confessionele leden van de commissie, Beel en Gerbrandy weinig ophadden met Hofmans buitenkerkelijke achtergrond. Het was de tijd dat pastoors en dominees zich diepgaand mengden in zowel privélevens als staatszaken - maar één buitenkerkelijke juffrouw met goddelijke ingevingen was voldoende om blinde paniek te veroorzaken.
Bizar, maar typisch Hollands. In de Verenigde Staten zou zo’n rel ondenkbaar zijn geweest. President Reagan raadpleegde onophoudelijk waarzeggers, president Bush stond onder de invloed van de evangelist Billy Graham.. Daarbij vergeleken was Juliana een toonbeeld van stabiliteit .Er is niets gebleken van invloed van Hofmans op staatsaken. Bernhard heeft handig gebruik kunnen maken van de in protestants-orthodoxe en katholieke kring bestaande diepe weerzin tegen de buitenkerkelijke Hofmans. De vrouw van Gerbrandy, een domineesdochter, noemde Juliana’s omgang met de gebedsgenezeres zelfs ‘heidens’
Mijn conclusie uit Fasseurs boek is dat Juliana in haar streven naar zelfstandigheid en pogingen zich los te maken van haar zich superieur voelende echtgenoot slachtoffer is geworden van een schandelijke lastercampagne waarvoor Bernhard de regering achter zich heeft gekregen.
Ik heb er dan ook moeite mee dat Fasseur aan het eind van zijn boek de volgende conclusie trekt:
Ik citeer: “Het neemt allemaal niet weg dat hij (Bernhard) in de Greet Hofmansaffaire het gelijk aan zijn kant had.” einde citaat.
Temeer daar Fasseur daar in de laatste pagina’s van zijn boek weer van terugkomt. Hij heeft geen bewijs kunnen vinden dat Juliana zich in staatszaken liet leiden door Greet Hofmans terwijl de prins-gemaal ook in staatsrechtelijk opzicht wel degelijk zijn boekje te buiten ging. Zo citeert hij de toenmalige premier Drees volgens wie de politieke moeilijkheden die Hofmans veroorzaakt zou hebben helemaal niet groot waren.
Drees zei over Juliana dat zij weliswaar pacifistisch was en weinig op had met de NAVO, maar dat dat geen problemen hoefde op te leveren. Maar in het door de koude oorlog vergiftigde klimaat kostte het de kring rond Bernhard weinig moeite de geloofsbeleving van de koningin verdacht te maken.
De bijeenkomsten op het Oude Loo waar Juliana met geestverwanten van juffrouw Hofmans bijeenkwam werden voorgesteld als bijeenkomsten van communistische fellow-travelers en het werd haar verboden ze nog langer te bezoeken.
Juliana’s eis dat Bernhard ophield met zijn Bilderberg-conferenties werd niet gehonoreerd – ondanks de waarschuwingen van Juliana die voorspelde dat dit niet goed zou aflopen, mocht hij daar van de regering gewoon mee doorgaan.
Pas met de Lockheed-affaire bleek dat Juliana het bij het rechte eind had gehad. Niet Bernhard, dat is mijn conclusie uit het relaas van Cees Fasseur, maar Juliana had gelijk.
Alleen heeft Juliana zich in die politiek veel relevantere affaire beter gedragen dan haar echtgenoot in de Hofmanszaak. Zij volgde toen het latere motto van Hillary Clinton: Stand by your man’.
Stand by your woman – als Bernhard oprecht was geweest en respect had getoond voor de inerlijke conflicten van zijn vrouw en voor haar onorthodoxe geloofsbeleving, dan was er nooit van een Hofmans-affaire sprake geweest.
Deze tekst sprak Elsbeth Etty, redacteur NRC Handelsblad, gisteren uit bij de presentatie van ‘Juliana en Bernhard’ van C. Fasseur. Lees hier de originele versie.

AEX: 310,03 




