Hoe zou u het vinden als anderen bepalen wat u wel en niet te zien krijgt op internet? Als de informatie die u via internet krijgt voorgeschoteld, gecensureerd is? Na moeizame onderhandelingen sloten het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en de serviceproviders vorig jaar convenanten waardoor zij de toegang kunnen blokkeren van bepaalde sites die voorkomen op de zwarte lijst van de KLPD.
Het onlangs aan de Tweede Kamer aangeboden onderzoeksrapport Filteren van kinderporno op internet van het ministerie van Justitie laat echter overtuigend zien dat er geen juridische basis is voor het automatisch blokkeren van kinderpornosites. Het is dan ook belangrijk dat de samenleving doordrongen raakt van het feit dat het filteren van informatie door serviceproviders onwenselijk is, zelfs in geval van kinderporno.
Filteren van internetverkeer vormt een forse inbreuk op de grondrechten vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid en behoeft daarom een specifieke wettelijke bevoegdheid. Die bestaat volgens het rapport niet. De KLPD mag serviceproviders dus niet dwingen om het internetverkeer te filteren. Bovendien is in Europese regelgeving bepaald dat serviceproviders geen algemene plicht hebben om internetverkeer te monitoren. Zij hoeven dus uit zichzelf niet het internetverkeer te controleren op strafbare feiten of inbreuken op bijvoorbeeld het auteursrecht.
Serviceproviders zijn in beginsel niet aansprakelijk voor de inhoud van het gegevensverkeer tussen gebruikers indien zij daar geen inhoudelijke bemoeienis mee hebben. Alleen op last van de officier van justitie of rechter-commissaris moeten ze, bestanden overdragen of blokkeren. Maar deze actie is in eerste plaats de verantwoordelijkheid van justitie, en al dan niet het gevolg van een melding via het Meldpunt Kinderporno.
Bovenstaande ingrepen worden uitgevoerd nadat onrechtmatigheid is geconstateerd. Preventieve ingrepen door serviceproviders op grond van een bepaalde lijst gaan echter te ver. Bovendien zijn er ook in praktische zin tal van onzekerheden.
Ten eerste blijkt het niet eenvoudig om een volledige lijst van websites met kinderpornografie op te stellen. De onderzoekscommissie heeft de lijst die de KLPD opstelde onderzocht. De (niet openbare) lijst bevatte een honderdtal sites uit de VS en Nederland. Het is niet duidelijk of de sites op de lijst een significant deel vormen van het totale aantal kinderpornosites op internet. De KLPD is niet in staat de lijst actueel te houden en overblokkering (blokkeren van sites die in werkelijkheid geen kinderporno bevatten) te voorkomen.
Ten tweede zouden serviceproviders zich door het sluiten van gentlemen’s agreements (met de overheid) mogelijk kunnen vrijwaren van vervolging door de overheid wanneer websites ten onrechte worden geblokkeerd, maar niet van ‘vervolging’ door consumenten en website-eigenaren die gedupeerd zijn.
Ten derde is de vraag welk doel precies met de blokkering wordt bereikt. De onderzoekers hebben op allerlei manieren geprobeerd om kinderpornosites te bezoeken. Het is ze niet gelukt. De kans dat argeloze burgers ongewild met kinderporno worden geconfronteerd, blijkt erg klein te zijn. Daarbij komt dat producenten en afnemers van kinderporno geen websites gebruiken maar andere kanalen zoals discussielijsten en peer-to-peer-diensten.
Het belangrijkste argument is echter dat blokkering van websites, zonder dat daar een rechter aan te pas komt, neerkomt op censuur. Zo’n maatregel kan bovendien een opstap zijn naar verregaande acties, zoals het blokkeren van sites die terroristische gedachten bevatten, of sites waar naar waarschijnlijkheid andere wettelijke voorschriften worden overtreden. Het kan zelfs leiden tot het blokkeren of belemmeren van sites die informatie bevatten die de commerciële belangen van de serviceprovider schaden. In de VS zijn er al voorbeelden van providers die de informatiestroom vanuit peer-to-peer-netwerken belemmeren, omdat die concurreren met diensten die zij zelf tegen betaling aanbieden
Natuurlijk is het geen enkel probleem als internetgebruikers hun informatie via filters willen reguleren. De gebruiker moet hier dan zelf voor kiezen. Bijvoorbeeld uit varianten als het niet doorlaten van porno, geweld of commercie zoals gebeurt door Filternet, dat geleverd wordt door de EO. Uiteindelijk moet het de gebruiker zijn die bepaalt wat hij wel en niet wil zien, niet de overheid of serviceprovider. En zeker niet een combinatie van die twee.
Ook met gedragscodes wordt geprobeerd ongewenste websites aan te pakken. Op 9 oktober 2008 hebben internetbedrijven, opsporingsinstanties en overheid een gedragscode gelanceerd over hoe om te gaan met onrechtmatige en strafbare inhoud op internet, de zogenaamde notice and takedown-code. (nrc.next, 10 oktober).
De ntd-richtlijnen richten zich met name op de positie van de ‘tussenpersonen’, de aanbieders van een (telecommunicatie-)dienst op internet. Deze tussenpersonen zullen de strafbare en onrechtmatige inhoud verwijderen als de melder en inhoudsaanbieder er niet uit kunnen komen.
Volgens de toelichting op de code staat het de tussenpersonen vrij om zelf te bepalen welke informatie als ‘ongewenst’ wordt beschouwd. Zij kunnen deze ongewenste informatie op dezelfde wijze behandelen als informatie die in strijd is met de wet.
Rob van den Hoven van Genderen en Arno Lodder zijn beiden werkzaam bij het Computer Law instituut van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

AEX: 335,11 




