Na twee jaar hebben de Europese regeringsleiders zaterdag eindelijk een stap gezet om uit de crisis te komen die is veroorzaakt door de Franse en Nederlandse afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag. Als alles volgens plan verloopt komt er een einde aan de Europese obsessie met verdragsteksten. Misschien kan dan aandacht worden besteed aan andere problemen van Europa, dat op wereldniveau politiek weinig voorstelt.
Toch is er geen reden om, als premier Balkenende, „heel blij” te zijn. In de eerste plaats omdat er nog geen nieuw verdrag is. De onderhandelingen over de exacte verdragsteksten moeten nog beginnen.
Daarbij kunnen nieuwe problemen ontstaan. De Europese regeringsleiders zijn het alleen eens geworden over de manier waarop het verworpen Grondwettelijk Verdrag moet worden veranderd. Maar de duivel verschuilt zich dikwijls in de details.
Met de gevaarlijk absurde tweeling Kaczynski in Polen aan het roer, die letterlijk in de duivel geloven, zijn nog veel verrassingen mogelijk. Het is een huzarenstukje dat de Duitse bondskanselier Merkel, actief geholpen door de Franse president Sarkozy, kans heeft gezien om de Poolse tweeling bij de onderhandelingen over de brug te trekken met een toezegging voor tijdelijke extra Poolse macht in Europa, die in de praktijk niets voorstelt.
Een nieuw verdrag kan struikelen over een referendum. Balkenende wil dat niet. Hij wilde dat in 2005 ook niet met het Grondwettelijk Verdrag. Maar hij boog toen voor de wil van de Tweede Kamer. Niet de Raad van State, waar Balkenende graag naar verwijst, maar diezelfde Tweede Kamer kan opnieuw voor een referendum kiezen. Bovendien bestaat Europa niet alleen uit Nederland.
Wat gebeurt er als straks Polen tot een referendum besluit? Bij opiniepeilingen lijkt de Poolse bevolking meestal van Europa gecharmeerd, maar de invloed van conservatieve katholiek-nationalistische propaganda als van Radio Marija moet niet onderschat worden.
Ook Franse problemen zijn mogelijk. De noodzaak van een Franse grondwetswijziging is niet uitgesloten en de steun die president Sarkozy daarbij nodig heeft van drievijfde van de Franse afgevaardigden en senatoren, is niet gegarandeerd.
Het nieuwe verdrag zal de franje gaan missen waarmee het Grondwettelijk Verdrag was opgesierd. Geen vlag, geen volkslied meer in het verdrag en het woord grondwet wordt definitief geschrapt. Dat lijkt een mooie tegemoetkoming aan ‘de opvattingen van de bevolking’. Maar in de praktijk blijft de Europese blauwe vlag met sterren gewoon wapperen en de Ode an die Freude uit de Negende symfonie van Beethoven blijft klinken.
Er komt geen Europese minister van Buitenlandse Zaken, maar een Hoge Functionaris, die net zoveel, of beter gezegd weinig, macht krijgt als in de ‘grondwet’ was voorzien. En vooral, Europese wetgeving blijft voorrang hebben boven nationale wetgeving. Het Europese Hof van Justitie gaat door met het toetsen van nationale wetten aan de Europese verdragen, die daardoor een grondwettelijk karakter houden.
De kabinet-Balkenende was de afgelopen tijd druk in de weer om de indruk te wekken in Europa te vechten voor ‘de opvattingen van de bevolking’, in plaats van Nederland te vertellen hoe belangrijk Europa is. Maar behalve cosmetische veranderingen heeft Balkenende bij het Brusselse overleg gelukkig vrijwel niets voor elkaar gekregen.
De zogenoemde Kopenhagencriteria voor nieuwe lidstaten van de Europese Unie worden niet in het toekomstige verdrag vastgelegd. Balkenende heeft moeten erkennen dat het onwerkbaar zou zijn als op grond van het verdrag het Europese Hof van Justitie uiteindelijk bepaalde of een land wel of niet tot de Europese Unie zou kunnen toetreden.
Van het speerpunt van de Nederlandse positie, de macht van nationale parlementen, is ook niets terechtgekomen. Europa had niet meer kunnen functioneren als zevenentwintig nationale parlementen ieder het recht hadden gekregen om een Europees besluit te elimineren.
Balkenende heeft niet meer dan een troostprijs gekregen. De nationale parlementen krijgen twee weken langer dan in de grondwet was voorzien de tijd om over een voorstel voor Europese wetgeving na te denken. Als een parlement vindt dat de zaak Europa niets aangaat, kan het proberen om de meerderheid van de nationale parlementen achter zich te krijgen. Als dat slaagt, begint een lange procedure, waarbij uiteindelijk vijfenvijftig procent van de lidstaten of de meerderheid van het Europees Parlement de knoop doorhakt.
De Tweede Kamer kan het dus vergeten om Brussel met rode kaarten te stoppen, zoals Balkenende verkondigde.
Het Handvest van Grondrechten, dat in de Europese grondwet was opgenomen, zal tegen de Nederlandse wens met een nieuw verdrag volledige rechtsgeldigheid krijgen. Dat is winst, want anders dan Balkenende het heeft voorgesteld is dit handvest met nieuwe sociale rechten meer dan een overlapping van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens.
Balkenende heeft na de nachtelijke onderhandelingen, toen zaterdagmorgen de vogels al floten, enthousiast gemeld dat de Nederlandse woningbouwverenigingen in het nieuwe verdrag van Brusselse bemoeienis worden gevrijwaard.
Dat is nog maar de vraag. In een protocol bij het nieuwe verdrag wordt het recht van lidstaten vastgelegd om niet-economische diensten van algemeen belang te organiseren. Dat sluit een juridisch gevecht niet uit over de vraag of woningbouwverenigingen met commerciële belangen daaronder vallen.
Als een nieuw verdrag in Nederland opnieuw tot politieke problemen leidt, hebben Balkenende en zijn coalitiegenoten dat aan zichzelf te wijten. Omdat zij hebben geprobeerd om ‘de bevolking’ iets voor te spiegelen en niet om te overtuigen van het grote – vooral economische – belang van Europa voor Nederland.

AEX: 343,06 




