‘Er is niet alleen het nodige in de journalistiek veranderd, maar vooral ook daarbuiten. Voor mediabedrijven, journalisten én burgers geldt dat eenrichtingsverkeer niet langer de norm is. De ‘oude media’ (kranten en omroepen) verliezen hun collectief alleenrecht op het onthullen van wat gisteren onbekend was.’ (…) Zelfs hun sociale functie wordt overgenomen door vriendschaps- en ontmoetingssites waarop de burger, desgewenst in cybervermomming, een tweede leven leidt.’
‘In de Verenigde Staten hebben 24-uurs nieuws-tv-zenders zich binnen twintig
jaar ontwikkeld van innovatieve nieuwsbronnen tot ‘infotainment’-kanalen,
waar opinie als nieuws wordt aangeboden. Fox News heeft daarin de weg
gewezen. De klassieke tv-nieuwsvoorziening is zo gemarginaliseerd dat het
soms lijkt of de satirische nieuwsprogramma’s van Jon Stewart en Stephen
Colbert op kabelstation Comedy Central het meest relevante politieke nieuws
brengen.'
Bekijk de programma’s van Jon Stewart en Stephen Colbert op comedycentral.com
‘In ons deel van de wereld staat de serieuze journalistiek ook onder druk,
vooral op radio en tv. (…) Ondanks de kijkcijferopleving van Nederland 1 na
de nieuwe zenderindeling, zie ik op termijn geen andere begaanbare weg dan
concentratie op de publieke rol. Het verbaast dat men in de Nederlandse
omroepdiscussie zo vaak de BBC als voorbeeld neemt en zich weinig laat
inspireren door Amerika’s National Public Radio en Public Broadcasting
Service. Die worden letterlijk door het publiek in de lucht gehouden, op
lokaal niveau. Zij bedrijven voor een toegewijd publiek omroepjournalistiek
die de toekomst heeft.’
Bekijk npr.org , de site van Amerika’s National Public Radio en pbs.org , de site van de Public Broadcasting Service
‘Nieuwsfeiten zijn overal en van iedereen. (...) De vraag is acuut hoeveel
gemeenschappelijkheid overblijft om een democratische samenleving op te
baseren. Bij wijze van geloofsartikel is mijn antwoord dat er altijd burgers
zullen zijn die zich opwinden over de buurt, het onderwijs, de belastingen,
de zeespiegel of de oorlog. Hun bijdrage, dat is wat je burgerschap noemt.
De vervlechting van hun mening met wat anderen vinden, dat is wat je
democratie noemt.’
Een voorbeeld van burgeractivisme op het world wide web: pledgebank.com
‘Als nogmaals de Amerikaanse ervaring een aanwijzing mag zijn van wat ons te
wachten kan staan, dan is te zien dat – ondanks een lagere opkomst bij
verkiezingen dan men in Europa gewend is – in de VS de politieke
participatie bloeit. Volgens het jongste onderzoek van het Pew Internet &
amp; American Life Project gebruikte bij de Congresverkiezingen van november
2006 een derde van alle Amerikanen internet als middel om campagnenieuws te
verzamelen en uit te wisselen. 23 procent van de politieke
internetgebruikers – dat wil zeggen 15 miljoen mensen – was ook actief: zij
discussieerden online, zij organiseerden avonden en zamelden geld in voor
kandidaten of hun favoriete thema’s.’
Ga naar pewinternet.org/ ppf/r/199/report_display.asp voor het geciteerde onderzoek
‘(...) de macht van de webmieren [is] nu al onmiskenbaar. Er is altijd wel
iemand die een camera bij zich heeft. De Republikein George Allen liep in
november [tijdens de Amerikaanse Congresverkiezingen van 7 , red.]
herverkiezing op zijn Senaatszetel in Virginia en hoop op het Witte Huis mis
dankzij de videocamera die [in augustus, drie maanden voor de verkiezingen,
red.] één racistische campagne- uitglijder vastlegde. YouTube deed de rest.’
Kijk op YouTube hoe Allen een cameraman voor ‘Macaca’ (Bantu voor ‘aap’) uitmaakt
‘Mijn waarnemingen tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2000 en 2004 suggereren dat veel mensen zich snel aanpassen aan de elektronische organisatie van hun politieke betrokkenheid. Bagels eten met buurtgenoten en luisteren naar de favoriete kandidaat via het laptopscherm op het kookeiland, een afgeladen koffiewinkel vol jonge Republikeinen die elkaar vonden via de lokale MeetUp-website, anderhalf miljoen Bush-haters die elkaar ‘kennen’ van MoveOn.org, het is net zo gewoon geworden als folderen in het winkelcentrum.’
Surf naar moveon.org:
politiek activisme via het web
Is er ook al iets te
melden van het webdemocratisch front in Europa? Pippa Norris van de Kennedy
School of Government aan Harvard heeft onderzoek gedaan naar de invloed van
internet op politiek activisme van burgers. Zij stelde aan de hand van de
Eurosurvey-enquête in 19 Europese landen (...) een index samen van
kiezersbetrokkenheid. (…) Wat blijkt? Hoe meer men internet gebruikt, des te
politiek actiever Europese burgers zijn. Maar dat geldt vooral voor
activisme in wat men in Nederland ‘het middenveld’ noemt, civil society,
binnen verenigingen, vakbonden en kerken. Norris vond ook sterker activisme
van internetgebruikers ten opzichte van niet-websurfers wanneer het ging om
concrete doelen, consumentenacties, lokale kwesties en sociale problemen.’
‘Deze bescheiden uitkomst geeft onbedoeld een indicatie van de rol die de
journalistiek zou kunnen vervullen (...). in een (...) tijd waarin alle
beschikbare kennis in theorie van iedereen is (...). Journalisten zullen
meer van hun bestaansrecht moeten verdienen als dienstverleners die helpen
orde in de chaos te scheppen. Zij zullen dat doen in een geïntensiveerde
samenspraak met wat vroeger ‘de lezer’ en ‘de kijker’ werd genoemd, dus op
internet.iMedia zullen de gewone media zijn. Willen zij hun rol ten dienste
van de democratie blijven vervullen, dan zullen die iMedia behalve overzicht
vooral kennis en inzicht moeten bieden in zaken waarop de burger zijn
politieke activiteiten richt. Zo kunnen journalistiek en burgerschap in het
internettijdperk op vruchtbare wijze bij elkaar komen.’ Juist met het
wegvallen van oude vormen van gemeenschappelijkheid (...) zou de
journalistiek er goed aan doen dagelijks elementen aan te dragen die
illustreren dat wij van lokaal tot internationaal niveau één wereld bewonen.’
Kader: Over Marc Chavannes
Gisteren aanvaardde Marc Chavannes het gewoon hoogleraarschap journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen met de oratie ‘iMedia: nieuwe journalistiek, nieuw burgerschap?’ over de toekomst van ‘oude’ en ‘nieuwe’ media.
Marc Chavannes is al bijna 35 jaar werkzaam bij NRC Handelsblad, nu als politiek commentator. Van 2000 tot 2005 was hij correspondent in Washington, VS. In 2006 verscheen zijn boek: ‘Amerika achter de schermen: op de as van goed en kwaad’.
Chavannes kreeg in 1988 de Prijs voor de Dagbladjournalistiek voor zijn berichtgeving uit Groot-Brittannie

AEX: 310,03 




