Laat studieaanbod niet afhangen toevallige interesse van 18-jarigen

Een taalstudie is echt iets anders dan een taalcursus. Net zoals sterrenkunde iets anders is dan sterrenkijken. Bereid scholieren daar nou eens op voor, betoogt hoogleraar Computationele en Digitale Geesteswetenschappen Rens Bod.

Kleine studies zijn in Nederland van onevenredig groot belang. Dat geldt niet alleen voor de taalstudies, maar ook voor kleine bètastudies zoals wiskunde, sterrenkunde en scheikunde. Een aantal jaar geleden werden deze bètastudies aan sommige universiteiten met opheffing bedreigd. Door slimme samenwerking heeft men dit voorkomen.

De laatste jaren worden juist de taalstudies bedreigd, vooral door een tekort aan studenten. Het probleem van kleine studies roept echter een algemene en meer fundamentele vraag op: willen we het in stand houden van vakgebieden laten afhangen van de keuze van achttienjarigen?

Neem Arabisch, dat gek genoeg een kleine taal heet omdat er aan sommige universiteiten minder dan tien studenten per jaar op af komen. Iedereen begrijpt dat diepgaande kennis van de Arabische taal en cultuur van groot belang is in deze tijd. We hebben op ambassades in de Arabische landen mensen nodig die de taal, geschiedenis en cultuur begrijpen en de problematiek van binnenuit kunnen beschrijven.

Lees zaterdag in NRC Handelsblad: ‘18-jarigen laten taalstudies links liggen’ (€)

25 reacties op 'Laat studieaanbod niet afhangen toevallige interesse van 18-jarigen'

Christine

“Een aantal jaar geleden werden deze bètastudies aan sommige universiteiten met opheffing bedreigd. Door slimme samenwerking heeft men dit voorkomen.”

Niet helemaal. De studie Sterrenkunde in Utrecht is opgeheven. Op De Sonnenborgh werken nu na al die jaren geen sterrenkundigen meer.

Marius van Huygen

Laat studieaanbod niet afhangen van toevallige interesse van neoliberale universiteitsbestuurders of politici …

frankrood

Als we het studieaanbod niet moeten laten afhangen van de toevallige interesse van 18-jarigen moeten we misschien ook voor de 18-jarigen beslissen wat zij gaan studeren. Dat kunnen we toch ook niet van hun toevallige interesse laten afhangen?

Van der Heide

Vraag is of de huidige decentralisatie van het aanbod een wenselijke situatie is. Gecentraliseerd kan de kwaliteit worden verbeterd en kan er effectiever met het beschikbare kapitaal worden omgegaan.

Mij bekruipt in dezen het gevoel van instandhouding van prestige-opleidingen. Kwantiteit boven kwaliteit.

Opmerkelijk trouwens dat studieaanbod meer losmaakt dan de financiële toegankelijkheid ervan.

Loebas

@Van der Heide: het gaat niet om kwantiteit maar om het temperen van de nutdoctrine.

Jokers

Op zijn minst moet het studieaanbod gericht zijn op de maatschappelijke behoeften. Uiteindelijk resulteert vrijwel iedere studie in een beroep waarin de meeste mensen routinematig een kunstje kunnen flikken. Het liefst zo goed mogelijk betaald.Soms wel veertig jaar lang.

m.j. trapman

Er is iets vreemds aan de hand met die taal-studies. Ik krijg de indruk dat het hier voor een groot deel onderwijs betreft dat ook wordt aangeboden door private onderwijsinstellingen als het NTI. Om een studie werkelijk universitair te laten zijn zouden er, lijkt mij toegangs-eisen moeten zijn die er uit bestaan dat men de betreffende taal al op een hoog niveau leest, schrijft, en spreekt. Bovendien zou men ook aantoonbaar enige tijd in het taalgebied actief moeten zijn geweest (gewoond hebben, baantje gehad). Met zo’n achtergrond heb je een basis om een wetenschappelijke opleiding op te baseren, namelijk een onderzoekende geest op los te laten. Voor de meeste vakken organiseren we deze voor-opleiding door middel van het VWO (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs), maar voor deze talen doen we dat niet. Natuurlijk is het dan logisch dat ‘er weinig belangstelling voor is’, maar dat is dan dus een verschijnsel dat we zelf hebben georganiseerd. Om dat op te lossen zou binnen het VWO altijd een facultatief aanbod voor talen moeten bestaan op HBO-niveau. Nederland is wat dat betreft op een trieste manier ‘op zijn lauweren gaan zitten’. Omdat wij onze jeugd bijna per definitie tweetalig opvoeden, zouden wij wat dat betreft een voorstrong moeten hebben, en in de tijd dat frans en duits, samen met engels, verplicht waren, werkte dat ook zo – (hoewel, juist door de verplichting, het niveau van dat onderwijs weer te wensen over liet). De manier waarop het verschijnsel van relatief weinig belangstelling voor talen in bovenstaand artikel wordt geproblematiseerd klopt dus hoe dan ook niet; dit heeft niets te maken met ‘de belangstelling van 18-jarigen’, of een ‘toevallige interesse’, (alsof de interessen op zich al niet hoofdzakelijk een zaak van toeval is), maar met het middelbaar onderwijsbeleid, en de omgang met talenten op jonge leeftijd. Wat betreft de universitaire component denken we dan dus al hoe dan ook niet meer in termen van taal-cursussen, maar in onderzoek binnen taalfamilies, en dan wordt ook meteen de vraag aan de universiteit weer realistischer.

Oosterhout

Het laatst genoemde argument (iedereen begrijpt…) is niet handig, want het speelt in op vermeend nut. Toevallig ken ik een paar Arabisten die nooit enige kans hebben gehad hun vak uit te oefenen vanwege volledig ontbreken van banen. We hebben zulke mensen wel nodig? Toch niet vanwege hun specialiteit. Een wat ruimer denkend corpus aan werkgevers zou meer helpen; universitaire studies zijn geen beroepsopleidingen (afgezien van een paar technische specialismes die eerder op HBO thuishoren), dus universitair opgeleiden zijn (vrijwel) overal inzetbaar. Werkgevers, voor wat jullie aanbieden is geen ‘rocket science’ nodig… vraag die dan ook niet, en kijk ook eens naar hobbyisten die, bijvoorbeeld, Arabisch hebben gestudeerd uit interesse!

Harry Romijn

Sorry, maar.. om banen in the vullen op ambassades in de Arabische wereld heb je geen NL Drs Arabische talen nodig, doch iemand die de taal verstaat en de cultuur begrijpt en aan de NL diplomaten uit kan leggen. Idem voor de bedrijfscontacten ( eigenlijk liever: perfect Engels) . En met slechts 15 landen… houd je niet de output van een faculteit aan het werk.
Deens, Noors, Tsjechisch enz.. moet je in het land zelf gaan leren, dus.. ga in Praag studeren.
Er wordt al teveel opgeleid ( met belastinggeld) waar geen vraag / toepassing voor is.

Svenja

@ Oosterhout: Een studie Arabisch omvat aan de meeste universiteiten een uitgebreid vakkenpakket dat zich richt op studie van het Midden-Oosten als regio (politiek, sociaal, economisch, historisch, cultureel, religieus, taalkundig, etc.). Die kennis is in de huidige tijd hard nodig, zoals de auteur terecht betoogt, gezien de toenemende relaties tussen Nederland en het Midden-Oosten. Een goed begrip begint bij kunnen lezen, luisteren en communiceren, dus speelt taalverwerving vanzelfsprekend een grote rol binnen de opleidingen. Arabisch is, kortom, niet alleen nuttig voor ‘hobbyisten’, maar net zo goed voor journalisten, zakenlieden, diplomaten, wetenschappers, kunsthistorici, etcetera.
(N.B. Een reductie van het taalverwervingsdeel tot een ‘taalminor’ van 24 EC, zoals het UvA-bestuur in haar inmiddels verguisde Profiel 2016 voorstaat, is dus absoluut onvoldoende om aan die eis te voldoen.)

Ik onderschrijf dan ook de stelling van auteur Rens Bod, dat ‘kleine talen’-studies van onevenredig groot belang zijn.

P.S. Bij genoemde studentenaantallen sneeuwt vaak onder dat uitsluitend de eerstejaars worden geteld die direct na de middelbare school instromen. Juist een gespecialiseerd vakgebied als Midden-Oostenstudies / Arabisch wordt vaak pas later ontdekt.

Svenja, student Arabisch / Midden-Oostenstudies (B Nijmegen, M UvA)

Ben van den Enden

Zo zien ze talenstudies aan de Heidelbergse universiteit.Ook hier dus bundeling van deskundigheden en een doelgericht curriculum.

Das Europäische Zentrum für Sprachwissenschaften (EZS) ist eine Kooperation des Instituts für Deutsche Sprache in Mannheim (IDS) und der Ruprecht-Karls-Universität Heidelberg. Es bündelt die sprachwissenschaftlichen Forschungs- und Lehraktivitäten der beiden Einrichtungen in multilingual-europäischer Perspektive.

Der Auf- und Ausbau einer solchen europäischen Perspektive ist zwingend geboten. Eine zeitgemäße Erforschung von Sprachen als kulturellen und identitätsstiftenden Grundformaten setzt angesichts politischer Globalisierung die Berücksichtigung der Gesichtspunkte des Sprachkontakts und der Mehrsprachigkeit voraus. Die Stellung der einzelnen Sprachen – als Wissenschaftssprache, als Vermittlungssprache von europäischen politischen, kultu­rellen, wirtschaftlichen, rechtlichen und gesellschaftlichen Prozessen – ist derzeit im Wandel des Gesamtgeflechts aller Einzel­sprachen und ihrer Funktionen zu sehen.

Jeroen Beumer

“Willen we het in stand houden van vakgebieden laten afhangen van de toevallige keuze van achttienjarigen?” vraagt hoogleraar Bod zich hardop af.
Wat een gotspe. Kennelijk is hoogleraar Bod vergeten, dat 18-jarigen in ons land zowel actief als passief kiesrecht hebben? En dus – of hij het leuk vindt of niet – 18-jarigen geacht worden verstandige keuzes te kunnen maken? Hoogleraar Bod wil misschien liever ook bepalen of en zo ja op welke partij 18-jarigen straks stemmen?
Als een Nederlandse hoogleraar serieus zulke winden van zich afgeeft, dan vraag ik me toch echt af, wat er met het onderwijs is gebeurd. En is glashelder dat een ‘kleine’ studie als filosofie (waar ook hoogleraren digitale geesteswetenschappen zouden kunnen leren denken) bijzonder nuttig is.

Frits Jansen

Zowel bij (aanstaande) studenten als beleidsmakers er is verwarring door het onderscheid tussen “hoger beroepsonderwijs” en “wetenschappelijk onderwijs”, gedoceerd aan respectievelijk hogescholen en universiteiten.

Eigenlijk is het gewoon onzin. Ook het HBO moet wetenschappelijke methoden hanteren, en ook de universiteiten leiden op voor beroepen. Maar niet altijd. In de praktijk gaat achter deze termen louter een verschil in niveau schuil.

Het zou beter zijn als deze termen letterlijk werden genomen en dus aard van de opleiding als maatstaf wordt genomen.

Opleiding tot arts en advocaat zijn typische voorbeelden van beroepsopleidingen. Ik ken verhalen van studenten medicijnen die teleurgesteld afhaken omdat ze niet aan wetenschap (research) toekomen. Een lerarenopleiding is een beroepsopleiding, een talenstudie aan een universiteit gaat over onderzoek. Het conservatorium geldt terecht als HBO, maar levert betere musici af dan de studie musicologie, die wetenschappelijk is gericht. Deze taak verdeling is dus zoals het zou moeten – en maakt tegelijk duidelijk dat niveau een verkeerde maatstaf is.

Ja, de consequentie van deze indeling is dat échte wetenschappelijke instellingen niet voor beroepen opleiden, maar voor onderzoek. Dat is dus voor een beperktere doelgroep.

Wel is er behoefte aan opleidingen die nominaal niet oor een concreet vak opleiden, maar toch ook geen aanstaande wetenschappers kweken. Zo zitten Raden van Bestuur vol met juristen – die helemaal niet speciaal juridisch werk doen.

Daarom zou je eigenlijk naast de beroepsopleiding tot advocaat of rechter een wél academische algemene juridische opleiding moeten hebben.

Daar liep ik elf tegenaan toen ik wilde promoveren als jurist, en een hoogleraar trof met als hoofdfunctie advocaat die alleen in de rechtspraktijk was geïnteresseerd in niet in onderzoek naar beleidsvragen.
Gelukkig vond ik elders een hoogleraar die daar wel in geïnteresseerd was. Maar hij had geen ervaring als rechter of advocaat – en dat zou voor andere studenten een nadeel zijn.

Maurice

Hef studies niet op, ook niet als het animo enkele jaren minder is. We weten toch ondertussen wel dat kennis essentieel is, ook als die kennis niet direct een economisch nut heeft. En maak bovendien het (hoger)onderwijs goedkoper. 1906 euro per jaar is veel te veel. Als we een kennisland willen zijn, zorg dan ook dat kennis veel gemakkelijker toegankelijk is.

Eelkema

het afschaffen van talenstudies is het gevolg van een verkeerd soort nuttigheidsdenken. alsof je met zo’n studie niets (maatschappelijks) zou kunnen bereiken. maar een talenstudie en dan speciaal taalkunde traint de hersens en het denken op een speciale manier, net zoals wiskunde, sterrenkunde en scheikunde. deze studies brengen grote denkers voort. kijk maar naar Chomsky, taalkundige, of Brand Corstius, wiskundige.
zulke denkers hebben we erg nodig.
het is dus buitengewoon onverstandig om deze studies af te schaffen.

Adriaan Ribbeling

Om in te gaan op Jansen, slechts een klein deel van de juristen die promoveren blijft aan een universiteit verbonden om onderzoek te doen. De meesten, voorzover zij juridische beroepen gaan uitvoeren, gaan in de advocatuur of in de rechterlijke macht. Maar ook veel onderzoekers gaan op een gegeven moment over naar advocatuur dan wel rechterlijke macht en andersom. Tenslotte zijn veel onderzoekers rechter-plaatsvervanger of raadsheer-plaatsvervanger.

Om rechter of advocaat te worden volgt man na de rechtenopleiding een specifieke beroepsopleiding. Ik ben het met u eens dat een aanzienlijk deel van de advocatuur zou kunnen worden gedaan door mensen die niet academisch zijn geschoold. Echter, voor een goede rechtspleging is het in complexe gevallen essentieel dat advocaten een academische achtergrond hebben. Dat rechters (die, op uitzonderingen na, generalisten zijn) altijd een academische achtergrond moeten hebben, lijkt mij evident.

Ik ga, als jurist die na een advocatenpraktijk gevoerd te hebben en daarna enige jaren promotieonderzoek te hebben gedaan (niet afgerond) op deze specifieke discipline in, omdat ik daar best mee bekend ben, maar, mutatis mutandis geldt dit voor alle academische disciplines. er is geen zwart-wit scheiding te maken tussen wat wel en wat niet een academische achtergrond vereist.

Maar eigenlijk is dat niet het werkelijke probleem. Het echte probleem is dat het onderwijs in het algemeen, en het academisch onderwijs in het bijzonder vanuit een zuiver economisch perspectief wordt bekeken.

Het primaire doel van onderwijs is mensen te helpen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen tot burgers in onze beschaafde samenleving. Hoewel het evident is dat een goed opgeleide beroepsbevolking economisch beter zal functioneren dan een niet goed opgeleide beroepsbevolking, is die economische functie maar en onderdeel van waarvoor wij mensen opleiden. En soms in het geheel niet.

Het hoofddoel van een universiteit zou moeten zijn mensen en tot onderzoeker op te leiden. Anders kan zo’n instituut zichzelf niet in stand houden. In het proces van eerstejaars tot enkele jaren nadat iemand is gepromoveerd, blijkt of iemand de veelheid aan talenten en eigenschappen heeft die nodig zijn voor een academische loopbaan. De academie zal dus altijd veel meer mensen tot de doctorstitel moeten opleiden omdat met dat langdurige selectieproces in zijn eigen behoefte te kunnen voorzien. Daarmee gaat natuurlijk niks verloren, omdat er voor de mensen die in dat proces afvallen tal van andere mogelijkheden zijn om, vaak op hoog niveau, een goed en productief arbeidsleven te hebben.

Als de noodzaak voor onderwijs voortvloeit als voorwaarde voor een beschaafde samenleving (hoewel het niet in deze discussie past, is het niet moeilijk te bewijzen dat de bewering dat die noodzaak uit de economie voortvloeit absurd is) is het praten over ‘rendabele vakken’ een oxymoron.

De protestacties van zowel de studenten als de docenten aan de UvA zijn een hoopvol beginnetje, maar bevatte slechts een klein deel van de analyse die nodig is om de universiteit weer tot een echte academie te maken.

Bovendien er is alle reden om je hart vast te houden. De minister, mevrouw Bussemaker, die zo “warmhartig” aangeeft het “wel eens te zijn” met de bezwaren van de studenten, is als voormalig bestuurder van hoger onderwijs volledig medeaansprakelijk voor wat de universiteiten en hogescholen op het moment zijn.

Niets is voor verandering zo dodelijk, alsdat de aanstichters van het “kwaad” het protest omhelzen. En hoe kortzichtig, kleingeestig en hebberig deze managementvoodookapiteins ook zijn, dom zijn ze niet, buitengewoon geslepen in hun positie behouden des te meer.

willem riedijk

Sinds 1986 geef ik (werk)college aangepaste technologie aan de TU Wenen bij werktuigbouwkunde. Na mijn pensionering ben ik op verzoek van de studenten ermee doorgegaan. Het is zo’n vak dat helpt van de ingenieur een academicus te maken. Jaarlijks komen er een vijftiental studenten op af.
Het is werkelijk van immens belang dat vakken die een verbreding geven van het inzicht in de relatie tussen de universitaire studie en de samenleving (liefst aan de hand van eigen onderzoek) worden aangeboden.

Het afzakken van universitaire studies naar hbo-niveau door het uitkleden van de programma’s (snel je vakjes doen en het diploma afhalen) is me een doorn in het oog. Een academicus moet tijdens zijn studie de gelegenheid krijgen om zijn/haar vak niet alleen in de diepte maar ook in de breedte te ontwikkelen, waardoor hij/zij zeker meer nut heeft voor de samenleving. Een “echte” academicus heeft volgens mij meer lol in zijn/haar werk en hij/zij zal daardoor uiteindelijk beter functioneren.

Marius van Huygen

“Het primaire doel van onderwijs is mensen te helpen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen tot burgers in onze beschaafde samenleving.”

Mooi samengevat door Adriaan Ribbeling.
Goed onderwijs voor iedereen met zijn talenten en vaardigheden is een kwestie van beschaving en niet van neoliberale economie.

Martinus de Borst

Wat ik mis is het creatieve element in de reacties. Veel ´waarom wel´en minder ´waarom niet´.
Maar zou een wetenschapper de taak aandurven om te onderzoeken, hoe Nederland ervoor zou staan, als we alle universiteiten – na het afsluiten van de lopende studies- eens 20 jaar op slot zouden doen?
Dus het dogma ´Universitair onderwijs moet´ eens voor een generatie, opzij te leggen.
Ik kan mij een maatschappij voorstellen, die gedurende die periode een hernieuwd verlangen gaat tonen naar verdieping. Een maatschappij die inmiddels volledig alle mogelijkheden van het digitale tijdperk is gaan gebruiken en de bestaande universiteitssteden in Nederland niet meer als het middelpunt van het universum beschouwt.
Ik geef toe dat het even durf vereist om deze stap te nemen, maar er zijn ooit grotere stappen door de mensheid genomen.

Tenslotte, nog even terugkomen op het taalonderwijs. Mijn persoonlijke ervaring is, dat wonen en leven in een land de enige mogelijkheid is om een taal met al haar aspecten goed te doorgronden. De gedachte, dat je daarmee een volk/natie volledig kan doorgronden, is onjuist. Teveel van wat ons als baby en jong kind is ingegeven door onze opvoeders staat dat in de weg. Volledig doorgronden, blijft een gedroomd Legobouwwerk waar je te weinig bouwsteentjes voor hebt.

Remco Ardon

Op zijn minst moet het studieaanbod gericht zijn op de maatschappelijke behoeften. Bovenstaande is de grote misvatting waardoor studeren verwordt tot kunstjes aanleren. Wetenschap en kunst welke i.e. tot een toename van de beschaving leiden lopen altijd vooruit op het eerder genoemde maatschappelijk nut wat maar heel moeilijk te definiëren is. Zo wie zo is het idee dat mensen, studies en kunst maatschappelijk nut moeten hebben een wonderlijk idee. Het is maar zelden dat iets of iemand een duidelijk maatschappelijk nut heeft, vandaar dat er altijd maar weer naar werk en daaruit volgende belastingopbrengst gekeken wordt. Volgens die logica hangen alle musea in de wereld vol met nutteloze zaken, is de gehele verlichting totaal nutteloos geweest, is alle tot op heden geschreven literatuur nutteloos en zijn alle kathedralen volstrekt weggegooid geld geweest, en hebben de oude Grieken en Romeinen hun tijd verdaan.

Paul Martinus

Belastinggeld ophalen heeft ook geen maatschappelijk nut; dat komt hoogstens wanneer het weer uitgegeven wordt.
Derhalve is het beter op te houden belastinggelden te innen.

Marc van den Heuvel

Onzinnige redenering. Er is geen enkel plausibel verband tussen interesse en toeval. Interesse ontstaat door belangstelling.
Er bestaat wel degelijk toeval; veel wetenschappelijke ontdekkingen zijn per toeval gedaan. Wetenschappers proberen vaak “op goed geluk” iets uit en komen zo tot baanbrekende resultaten, bijvoorbeeld voor de behandeling van ernstige ziektes of kwalen. Deze wetenschappers ontvangen vervolgens een Nobelprijs.

Flying Dutchman

Tja om de studiekeuze daarentegen te laten afhangen van economische “nut” belangen, alsof dit ethisch gerechtvaardigd is? HBO en universiteit instellingen zijn al jaren steeds meer bezig met rendement denken.

Mensen ervaren een keuzestress, voorbeeld: De meeste studenten komen met weinig studies in aanraking na een middelbare school opleiding, in feite gok je maar wat en hopen dat het goed komt. Misschien studenten over een paar jaar veel meer open dagen verplicht laten bezoeken tijdens hun middelbare school periode?

Tja de ironie is ook dat sommige beroepen een academisch instituut vereisen, intellectuele armoe als iemand een “papiertje” moet hebben als “bewijs” van kunnen.

Jeroen Beumer

Faculteiten en vakken samenvoegen in kader van het rendementsdenken: zoiets dus?
http://www.speld.nl/2011/07/04/duits-gym-en-natuurkunde-voortaan-een-vak/

Jeroen Beumer

Rendementsdenken leidt tot afschaffen en/of samenvoegen van faculteiten, c.q. vakken: zoiets dus?
http://www.speld.nl/2011/07/04/duits-gym-en-natuurkunde-voortaan-een-vak/

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief