De krant en de kroon: van sociaal bindmiddel naar ‘wreed’ instituut
Hoe Oranje is NRC Handelsblad eigenlijk?
Op de valreep rezen bezwaren tegen het gesprek met de prins
Je zou zeggen: behoorlijk, na de special van 24 pagina’s die de krant dinsdag wijdde aan het aftreden van koningin Beatrix. Eén geruststelling voor republikeinse lezers: dat katern zat om een ‘gewone’ krant gevouwen. Je kon het dus ook discreet wegleggen.
Maar lang niet iedere lezer is een republikein: een verjaardag van de vorstin zonder foto in de krant levert steevast klachten op, bijvoorbeeld. Trouwens, ook in 1998, bij haar zestigste verjaardag, bracht de krant een special over Beatrix uit.
NRC Handelsblad stond lang bekend als ‘passief republikeins’. Dat wil zeggen: er zijn wel bezwaren tegen de monarchie, maar afschaffing ervan wordt niet actief nagestreefd, om pragmatische redenen van sociale binding en orde.
In de beginselverklaring van de krant uit 1970 staat, kenmerkend nuchter: „Nationalisme is ons vreemd, maar evenmin maken we onszelf wijs dat wij ons ontworsteld hebben aan de eigenschappen van ons Nederlanderschap.”
De visie van de krant op de monarchie was zo: intellectueel sceptisch, maar maatschappelijk instrumenteel. Waardering voor de functie, maar liever niet meegaan in aanvallen van ‘Oranjegekte’.
Een commentaar bij het aftreden van Juliana prees bijvoorbeeld het „gedepolitiseerde staatshoofd” als „een kader van continuïteit, waarbinnen de waan van de dag kan worden uitgeleefd zonder tot chaos te ontaarden” (Koningin Beatrix, 30 april 1980). Juliana’s koningschap vervulde volgens de krant „in hoge mate de functie die het in onze samenleving moet hebben”.
Maar soms ontstond er toch een beetje chaos, in de betrekkingen.
Zo haalde een interview van hoofdredacteur Ben Knapen en adjunct Laura Starink met kroonprins Willem-Alexander, een primeur, in september 1995 de krant niet, omdat er op de valreep bezwaren rezen tegen de tekst.
Steen des aanstoots waren, volgens betrokkenen, twee passages, waarin de kroonprins zich had uitgelaten over de toekomst van de monarchie en het geloof. Aan de monarchie zou mogelijk ooit een einde komen in het, volgens hem onwaarschijnlijke, geval van een verenigd Europa met één regering. En hoewel hij persoonlijk zeker gelovig was, had hij gezegd geen trouwe kerkganger te zijn.
Geen snoeiharde ontboezemingen, maar kennelijk iets te spontaan voor hof of vorstin.
Toenmalig adjunct-hoofdredacteur Hubert Smeets lichtte tegenover het ANP toe waarom de krant het stuk niet zou publiceren. „Anders zou het niet meer een weergave zijn van het gesprek zoals Knapen en Starink het hadden begrepen”, aldus Smeets, als oud-correspondent in Moskou geverseerd in politieke woordvoering.
Het ANP noteerde nog dat „naar verluidt de prins zelf niet eens ontevreden” was geweest over het gesprek. Behalve de voorbereiding op het koningschap waren daarin bijvoorbeeld ook ervaringen in sportvliegtuigjes en militaire toestellen, met misselijk makende G-krachten, ter sprake gekomen.
Een jaar later belandde Knapen, toen werkzaam bij Philips, overigens ongewild in de publiciteit als lid van het ‘Republikeins Genootschap’ van ondernemer Pierre Vinken, een passief revolutionaire gezelligheidvereniging voor mannen. Knapen hield het al na de oprichtingsbijeenkomst voor gezien.
Is de houding van de krant in de loop der jaren veranderd?
De krant lijkt in elk geval in de commentaren strenger, of ‘principiëler’, te zijn geworden. Voor de taakopvatting van Beatrix blijft er veel lof, maar ook wordt „een open debat” over de monarchie nu „node gemist” (Koningschap bij Beatrix in goede handen, 30 april 2005).
Daarnaast wordt herhaaldelijk vastgesteld hoe „wreed en onmenselijk” de erfopvolging kan zijn (Máxima en het koningschap, 3 januari 2001). Kroonprins en bruid zijn beiden „gevangenen van de geschiedenis van hun ouders” en dat is „niet meer van deze tijd”. (Monarchie toen en nu, 12 november 2008).
Ook doorbreekt de krant het ‘geheim van het paleis’ door een opmerking van de koningin tegen journalisten, op een bijeenkomst van hoofdredacteuren, letterlijk te citeren. De verdediging: „De koningin heeft invloed, haar opvattingen worden achter de schermen her en der gehoord. Dat mag dus ook in het openbaar, indien zij ervoor kiest die openbaar te maken” (Citaten, 6 december 1999).
De uitspraak mocht er dan ook zijn („De leugen regeert”).
Maar vooral pleit de krant voor verdere marginalisering van de politieke rol van het staatshoofd: weg bij kabinetsformaties, uit de Raad van State en uit de regering (De ceremoniële koning, 30 april 2011). Vooralsnog is alleen het eerste „haalbaar”, noteert de commentator wat spijtig. Want, stelt een later commentaar, „bij (sic) een moderne democratie hoort een staatshoofd dat niet direct of indirect is gekozen, geen invloed op de regering te hebben, ook niet ogenschijnlijk of informeel” (Het staatshoofd en zijn invloed, 1 september 2011).
De krant is dus opgeschoven – van laisser faire naar een meer uitgesproken stellingname voor een louter ceremonieel koningschap, om zowel democratische als sentimenteel humanitaire redenen.
Alleen, daar blijkt juist weer niet veel van in het afscheidscommentaar over Beatrix, die „de harten van de burgers raakte” (Beatrix’ erfenis, 29 januari). Tamelijk neutraal wordt daarin vastgesteld dat het model van een ceremonieel koningschap „de laatste jaren aan politieke geloofwaardigheid won”.
Ja, maar ook bij de krant. Passief republikeins was misschien beter, maar hou je eigen voortschrijdende kritiek dan ten minste vast.
Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl
