De eerste week Breivik: hoeveel aandacht verdient een fanaticus?
Wat gaat er door Breivik heen?Bij het begin van zijn proces deze week stonden veel kranten bol van zijn beeltenis, met gebalde vuist, met tranen in de ogen – alsof we door maar dicht genoeg in te zoomen op zijn gezicht een idee zouden krijgen what makes him tick.
Twee Duitse kranten lieten de extremen zien: focus en context
Ook NRC Handelsblad had hem op de voorpagina, en enkele lezers namen daar aanstoot aan (Proces begonnen; Breivik erkent de Noorse rechtbank niet, 10 april). Hij is daarop te zien in donker pak, met die gestrekte rechterarm en gebalde vuist. Naast hem staat een politieman, die de verdachte zo te zien net van zijn handboeien heeft bevrijd.
Een lezer uit Hengelo vindt dat de krant zo „alle ruimte” geeft aan een „massamoordenaar die heeft gezegd dat hij de rechtbank voor propaganda wil gebruiken”. Hij spreekt van een „walgelijke poging om kranten te verkopen”. Ik kreeg meer van dat soort reacties.
Eerst die foto – hoewel die eigenlijk aanleiding is voor een andere vraag: moet je, in beeld of tekst, een podium geven aan een fanaticus die een podium zoekt?
Op de redactie was die ochtend discussie welke foto er op de voorpagina moest. Gekozen werd voor deze, juist omdat Breivik er niet alleen op staat, maar naast een agent: zo geef je context en voorkom je een al te sterke focus op de dader.
Journalistiek een geheel verdedigbare keus, vind ik – dit was het nieuws van de dag, de juridische behandeling van een massamoord die diepe sporen heeft getrokken.
Alleen, binnenin stonden dan nog eens vijf (!) foto’s van Breivik, waarvan twee ingezoomd op zijn gezicht, grimmig en betraand. Op twee van de kleinere foto’s waren ook een politieman en een advocaat te zien, maar alles bij elkaar was dit te veel, vind ik. De krant gaat dat nu ook geserreerd aanpakken, begrijp ik, want het proces duurt tenslotte nog negen weken.
Veel kranten deden wat NRC Handelsblad deed, maar twee Duitse lieten de extremen zien. Boulevardblad Bild bracht de vuistgebalde Breivik groot en solo op de voorpagina (binnenin nog acht keer). De statige Frankfurter Allgemeine zette een bijna abstracte foto van een bewaker op de voorpagina; binnenin een foto van de rechtszaal, waarin Breivik één figuurtje is tussen zeventien anderen (rechters, psychiaters, verdachte en advocaten).
Een mooie keus, want zo werd het verhaal ontdaan van elk voyeurisme en kreeg de zaak het bijpassende, rechtstatelijke karakter. Het artikel in de FAZ begon: „Veel heeft de Noorse justitie ondernomen om ervoor te zorgen dat het proces niet te veel een circus wordt”. Het leek of de krant dat ook op zichzelf van toepassing had verklaard.
Dan de achterliggende vraag: moet je wel ruimte geven aan de ideeën en plannen van een fanaticus? Terreurverdachten van de Rote Armee Fraktion (en hun advocaten) benutten de rechtszaal in de jaren zeventig ook om de strijd met andere middelen voort te zetten.
Plicht tot informatie moet hier worden afgewogen tegen het risico van onbedoelde propaganda.
Weer een extreem voorbeeld. The New York Times en The Washington Post drukten in 1995 het Manifest van de Unabomber af (35.000 woorden), nadat deze terrorist had gedreigd met aanslagen als ze dat niet deden. Als reden gaven de kranten de „publieke veiligheid”. Een krant heeft immers ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
En Breivik? Kranten dienen de publieke veiligheid in zijn geval het beste door secuur, en soms gedetailleerd, zijn verweer in de (openbare) rechtszaak te belichten – maar zonder sensatiezucht. Tot nu toe heeft de krant dat, vooral met de stukken over rechts-extremisme, goed gedaan, vind ik. Ook zulke informatie dient een publiek belang.
Dan nog iets over mijn rubriek van vorige week.
Daarin kapittelde ik de krant omdat die veel te weinig duidelijk had gemaakt over een scriptie van juriste en studente journalistiek Anne de Groot, waarin zij betoogt dat publiciteit leidt tot strafverzwaring bij geweldsmisdrijven, maar bij witteboordencriminaliteit juist een reden is voor strafvermindering. De krant had het bericht ook niet moeten laten schrijven door de student in kwestie zelf. Zo werd de lezer het bos ingestuurd, vond ik.
Dat vind ik nog steeds. Maar dan moet de ombudsman de uitgang uit het bos wel goed wijzen. Toen ik mijn tekst herlas in het redactioneel systeem, vond ik ook mijn eigen typering van het onderzoek van De Groot nog te mager; ik schreef dat zij 136 vonnissen had geanalyseerd en dat je vraagtekens kon stellen bij de representativiteit.
Dat kan dan weer de indruk wekken dat het ging om een steekproef, wat niet zo is. Om die indruk te voorkomen, herschreef ik die zin als volgt: „Interessant onderzoek, met enkele beperkingen. De Groot selecteerde en analyseerde uiteindelijk 136 relevante vonnissen uit een totaal van 21.000 doorzochte uitspraken op rechtspraak.nl. Terecht dus dat de krant dit oppikte.”
Maar soms achtervolgt pech een onderwerp. Mijn nieuwe formulering haalde de krant niet – de pagina bleek al gezet, en de oude versie kwam in de krant. Wat De Groot niet ontging, die me verontwaardigd schreef dat ik haar onderzoek geen recht deed. Bij deze dus – hetgeen, zegt de ombudsman betweterig, zijn gelijk maar weer bevestigt: wees zo volledig mogelijk.
Ook op je eigen podium.
