Twee kranten, één Stijlboek en twee Tristans is geen goed idee

Tristan ‘van der V.’ of toch maar met zijn complete achternaam? In nrc.next werd consequent de volledige naam van de dader van de Alphense schietpartij genoemd, maar op de site nrc.nl en in de avondkrant bleef het bij ‘Van der V.’.

Wat is precies de meerwaarde van het noemen van een achternaam?

Beide titels legden uit waarom. De redactie is, conform het Stijlboek van de krant, „terughoudend” met het vermelden van privégegevens van verdachten en hun famile, schreef de hoofdredactie van NRC op de voorpagina. Next-hoofdredacteur Rob Wijnberg noemde dat uitgangspunt „een lovenswaardig principe zonder effect”.

Next noemde de achternaam van de dader – na overleg met de nieuwschef – omdat hij dood was (en niet meer ‘beschermd’ hoefde te worden), de naam was bevestigd door het Openbaar Ministerie, en omdat die naam al de hele dag op de televisie te horen was geweest en overal te lezen stond op internet, Twitter en ga maar door.

Twee titels, met dezelfde kopij van dezelfde auteurs – en compleet tegengestelde beslissingen. Het tekent de verwarring over de initialenregel voor verdachten.

In het Stijlboek van de krant staat: „In berichtgeving over misdaadzaken van justitie vermelden we niet de volledige naam van verdachten, tenzij deze zo algemeen bekend is dat het gebruik van initialen potsierlijk is. [...] Het gebruik van initialen dient om verdachten (en hun familie) die door justitie als zodanig zijn aangemerkt, en die wij niet zelf hebben gesproken, niet verder te schaden.”

Een liberale krant die de rechten en privacy van het individu hoog heeft, wil dus geen verlengstuk zijn van Justitie. Naamsvermelding is op zichzelf ook al een straf. En dat geldt ook na een veroordeling (‘Mohammed B.’) en zelfs na de dood (‘Karst T.’) Of heel Nederland die naam dan toch al kent, doet er in die opvatting niet toe.

Er zijn uitzonderingen: een verdachte die de krant spreekt en die zélf met naam en toenaam in de krant wil, zoals de militair Marco Kroon (die maandag op dezelfde voorpagina stond als Tristan van der V.) Of een verdachte die al zo „algemeen bekend” is dat initialen „potsierlijk” worden. Het zou bizar zijn om te schrijven over de strafzaak tegen politicus ‘Geert W.’.

NRC Handelsblad hield hier maandag stevig de hand aan. De krant besteedde vele pagina’s aan het misdrijf, met huiveringwekkende details („Hij bloedt uit zijn zij”). Maar de dader raakte zijn achternaam in de middagkrant kwijt. En zijn vader was opeens ook geen tekenleraar en kunstschilder meer, zoals in next, maar alleen „leraar”.

Dat laatste vind ik te summier. Next had inderdaad tamelijk loze details gemeld over de vader (zoals de kunstkritische observatie dat zijn werk, onder meer van „een reiger die opvliegt”, „redelijk goed verkoopt”) maar de kuisheid van de middagkrant gaat weer te ver. Informatie over het milieu van een dader kan natuurlijk best relevant zijn. Aan het eind van de week traden de ouders overigens zelf, via de burgemeester, naar buiten. En op vrijdag ging de middagkrant wel uitvoerig op het gezin Van der V. in.

De initialenregel is een informele ‘afspraak’ onder Nederlandse kranten. Hij staat onder zware druk van de onafgebroken openbaarheid van televisie en internet, waar vaak al met één muisklik namen van verdachten te vinden zijn. En trouwens ook van het beleid van politie en justitie, die namen van verdachten steeds vaker ‘vrijgeven’ en soms mediabreed een foto van betrokkene uitdelen (zoals van Robert M., verdacht van kindermisbruik).

De regel is ook zeker niet universeel. Amerikaanse kranten, ook serieuze, vermelden de volledige naam en soms het adres van de verdachte van een ernstig misdrijf. Het idee is dat de gemeenschap – Amerikaanse kranten zijn bijna altijd lokale kranten – daar recht op heeft. Nederlandse kranten, vaak begonnen als spreekbuis van een landelijke zuil of politieke stroming, zijn terughoudender.

Onder redacteuren – en onder de lezers die mij erover schrijven – zijn de meningen over dit onderwerp verdeeld. Is de regel geen anachronisme, een overblijfsel uit de tijd dat kranten nog een monopolie op zulke informatie hadden? Aan de andere kant, wat is in dit geval, waarbij de dader een Onbekende Nederlander was, de informatieve meerwaarde van een achternaam?

Redacteuren die aan initialen willen vasthouden zeggen: de regel hoort bij de signatuur van de krant. Afblijven dus, en andere media doen maar wat ze willen. Laat de krant de ethische standaard hoog houden, en de rest er maar aan knagen. Dat vindt ook de hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

Anderen vinden: de regel heeft zijn beoogde effect in het huidige mediatijdperk verloren en is nog hooguit symbolisch (dat is trouwens ook niet niks). De ‘potsierlijkheidsregel’ geldt volgens hen ook als een dader weliswaar vóór zijn daad niet behoorde tot de (toch al weinig selecte) kring van Bekende Nederlanders, maar dóór zijn daad landelijke instant fame verwierf.

Zulke ‘roem’ lijkt me nog geen doorslaggevend argument. Het gaat er niet om of een dader een dag of een week het nieuws beheerst, of hoe dramatisch zijn daad was, maar om de vraag naar context en consequenties. Karst T. is nog steeds Karst T., en niemand die daar een probleem mee heeft.

Bij zaken met grote nationale gevolgen, zoals de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, vind ik dat anders, en neig ik naar de tweede benadering: als de naam algemeen bekend is geraakt, noem hem dan. De daders van die moorden belanden ook in de geschiedenisboeken – en niet met hun initialen.

Het is nog een grondige discussie waard. In elk geval dit: zolang de krant een Stijlboek heeft, moet dat worden gevolgd – of aangepast. Niet eerst in next ‘Van der Vlis’ schrijven, en dan in NRC Handelsblad, in dezelfde kopij van dezelfde redacteuren, ‘Van der V.’.

Dat lijkt me een recept voor schizofrenie.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief