De voorpagina: van harpoen naar schepnet, en terug
Maandag verschijnt NRC Handelsblad op tabloidformaat. Wat betekent dat voor de voorpagina?
Heb je ‘de veepee’ gehaald? Iedere journalist kent de nerveuze opwinding als zijn stuk kans maakt op de voorpagina te belanden. Hoe gaat dat? Eerst wordt het stuk ‘aangeboden’ voor die plek door een chef of eindredacteur, waarna de nieuwschef het leest en besluit het te ‘nemen’.
Of niet, natuurlijk. Geen grotere domper voor een journalistiek ego dan de laconieke mededeling: „Hou dat maar binnen.”
En staat het eenmaal op de ‘veepee’, dan kan een stuk er in de loop van de ochtend altijd nog ‘afvallen’, door ander nieuws.
De auteur zit intussen in een journalistiek wisselbad: trots en opwinding („Ik sta op de vp!”), plotselinge zenuwen en angstzweet („Kloppen die namen wel? En die bedragen? Was het echt heroïne?”). De rust treedt pas in als de pagina is gezakt en de persen beginnen te rollen. Tot de zenuwen weer toeslaan („Waarom staat het niet op Teletekst? Neemt het 10-uur-Journaal het wél over?”).
De voorpagina is het erepodium van de krant; een beroemde film over journalistiek heet niet voor niets The Front Page. Daar staat het beste en belangrijkste dat de redactie die dag kan presenteren. Daar valt roem te halen en worden (eigen en andermans) reputaties gemaakt en gebroken. Daar is de lucht het ijlst, zoals op de Everest op 8.850 meter, en is het dus zaak het hoofd koel te houden. Het hele land kijkt mee, tenslotte.
„Het leven van een krant draait voor een groot, misschien wel belachelijk groot, deel om het maken van één pagina: de voorpagina”, schrijft Bill Keller, hoofdredacteur van The New York Times in het fraaie koffietafelboek The Complete Front Pages, dat een rijke selectie voorpagina’s bevat van die krant. Hij spreekt van een „obsessie” met de voorpagina.
Tenminste, zo wás het.
Bij veel kranten is de rol van de voorpagina al flink veranderd, en dat zal ook bij deze krant denk ik het geval zijn als die volgende week overgaat op tabloidformaat.
Bill Keller legt uit wat er is veranderd: de „obsessie” om de voorpagina te halen en te maken is er nog, maar neemt af door de komst van internet en een andere manier van kranten maken. Het allerlaatste nieuws lees je nu eerder op een homepage.
Maar een voorpagina heeft meer functies. De afgelopen jaren koos deze krant ervoor om die pagina vooral te gebruiken om een belangrijke nieuwsontwikkeling ‘groot’ neer te zetten: geen klassiek nieuwsbericht meer over een dreigende energiecrisis, maar een analyse, compleet met foto, kaartjes en kaders. De krant moet het immers steeds meer hebben van duiding en intelligente analyse. De transparantie gebiedt hier overigens te zeggen dat ik toen zelf deel uitmaakte van de hoofdredactie.
Het aantal stukken op de voorpagina nam daardoor af. Stonden er in de jaren tachtig nog vaak acht of zelfs negen stukken op de voorpagina, een jaar of twee geleden was dat gedaald tot vijf en soms vier. Oftewel, zoals een collega het uitdrukte: „We maken de voorpagina niet meer met het schepnet, maar met de harpoen.”
Dat is trouwens geen kwestie van „scherper kiezen”, zoals het monter heet. Acht stukken kiezen en in een heldere hiërarchie presenteren (en de pagina daarbij ook nog een beetje leesbaar houden), is niet makkelijker dan twee of drie – eerder moeilijker.
Dat accent op één thema had voordelen, zoals onderscheid ten opzichte van de concurrentie en nadrukkelijke presentatie van bijzondere stukken. Maar er waren ook nadelen: er trad een verschraling op van de voorpagina als „etalage van de krant”, waarin het beste uitgestald ligt. Wie toevallig niet geïnteresseerd was in die geweldige analyse van, bijvoorbeeld, de energiecrisis in zuidelijk Californië, moest snel doorbladeren.
Met de recente vernieuwingen in de krant, en de komst van de pagina’s Twee en Drie, is het schepnet weer terug van weggeweest. Er staan weer regelmatig zes stukken op de voorpagina, meestal klassieke nieuwsberichten. De ‘overlees’ van een stuk is afgeschaft omwille van de leesbaarheid: stukken worden nu op de voorpagina afgerond, met een verwijzing naar andere artikelen elders in de krant.
Die terugkeer van de gevulde etalage is logisch, omdat de nieuwe pagina’s Twee en Drie zijn gereserveerd voor grote stukken, reportages en analyses, die daar riant kunnen worden gepresenteerd. De voorpagina moet de lezer dan prikkelen met nieuws en aankondigingen, ‘ankeilers’, van de producties binnenin.
De hoofdredacteur wil dat ook zo, zegt hij, want lezers kopen een krant tenslotte voor het nieuws. Dat moet dus van de voorpagina afspatten. En dan niet het nieuws dat alle andere media ook hebben, maar eigen nieuws en originele stukken.
Niet alle kranten ter wereld volgen trouwens die conjunctuur van harpoen en schepnet. Duitse kranten als de Süddeutsche Zeitung en de Frankfurter Allgemeine zijn stoïcijns traditionele voorpagina’s blijven maken, met veel tekst en bescheiden, goed gekozen beeld. En met de Duitse krantenmarkt gaat het toch niet slechter dan met de geprangde Angelsaksische.
En nu? Met de overgang naar tabloid, aanstaande maandag, draait de conjunctuur bij deze krant alweer om. Op een compacte voorpagina is nu eenmaal geen ruimte voor vijf of zes stukken. Eén groot stuk, een foto, een kortkolom en de pagina is vol.
Is dat erg? Nee. Bill Keller heeft gelijk: de functie van de voorpagina is aan het veranderen. Het is nog steeds dé pagina van de krant, die iedere journalist met bloed, (vooral) zweet en (soms) tranen wil ‘halen’, en die de lezer in één oogopslag moet kunnen boeien.
Maar voor een tabloid is de voorpagina behalve eretribune en etalage ook een opstapje. De lezer moet er niet te lang blijven hangen, maar moet hem omslaan. De winkel in.
Dat wordt dus weer de harpoen uit het vet halen.
