Media moeten WikiLeaks ook wegen

De openheid van WikiLeaks maakt de taak van de media niet minder belangrijk, maar juist belangrijker. Weeg en bied context, adviseert Sjoerd de Jong.

Is de Russische premier Poetin te vergelijken met Batman, de wrekende held in vleermuiscape, en president Medvedev met Robin, diens androgyne hulpje in een grote zwarte onderbroek?

Het is een van de talloze kruimels die de media dankbaar oppikken uit de vrachtwagen vol vertrouwelijk diplomatiek verkeer die de site WikiLeaks heeft leeggekieperd. Het begint zo langzamerhand te wennen.

Hoe moeten gevestigde media omgaan met die ongevraagde diensten van een klokkenluiderswebsite die wordt geleid door een op het oog excentrieke eenling? Overnemen, negeren of eerst maar eens wachten of er ‘echt nieuws’ in zit?

De hoofdredactie van The New York Times, die een selectie uit de documenten samen met een aantal Europese kranten publiceert, verdedigt het besluit om te publiceren in een uitvoerige ‘noot aan de lezers’. Daarin wordt niet alleen dat besluit beargumenteerd, maar ook uitgelegd waar het materiaal vandaan komt en hoe de krant ermee is omgegaan.

Goed om te weten is bijvoorbeeld dat de krant niet simpelweg het adagium publish and be damned heeft gevolgd. Integendeel, er is tevoren gedetailleerd overlegd met ambtenaren van de regering-Obama. De krant meldde welke stukken op de site zouden komen (ongeveer honderd van de 250.000) en nodigde de regering uit commentaar te leveren. Voorstellen om gevoelige informatie weg te laten of te bewerken, volgde de krant soms, maar niet altijd op.

Daarnaast bezweert de krant dat ze zelf alle moeite heeft gedaan passages te schrappen die het leven van informanten of de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen. Als regel hanteert de Times dat alles moet worden weggelaten wat terroristen van pas kan komen of inlichtingenoperaties over ‘vijandige’ naties kan compromitteren. Voor de Amerikaanse krant is dat logisch: het land is ten slotte verwikkeld in een oorlog en een mondiale strijd tegen terrorisme.

De positieve argumenten om te publiceren van de Times zijn pragmatisch (de documenten worden door WikiLeaks toch gepubliceerd, of wij nu meedoen of niet) en principieel (de lezer heeft recht op deze ‘ongepolijste’ kijk op beslissingen die het land zo veel mensenlevens en geld hebben gekost). „Het zou aanmatigend zijn te concluderen dat Amerikanen er geen recht op hebben te weten wat in hun naam wordt gedaan.”

Dat laatste argument doet denken aan die eerdere, geruchtmakende publicatie in 1971 van de Pentagon Papers door The New York Times en The Washington Post. De regering-Nixon spande een rechtszaak aan tegen de Times, die de publicatie van deze geheime studie naar de Vietnam-oorlog twee weken moest onderbreken, maar uiteindelijk bij het Hooggerechtshof gelijk kreeg. Geen klinkklare overwinning: de rechters oordeelden met 6 voor en 3 tegen dat de regering er niet in was geslaagd aan te tonen dat verdere publicatie moest worden verboden.

Net als toen heeft de krant nu een afweging gemaakt, los van de totale openheid die WikiLeaks nastreeft. Zo hoort het ook. Scoringsdrift moet in toom worden gehouden door afwegingen van journalistieke relevantie, zorgvuldigheid (zijn de documenten authentiek?) en de noodzaak geen onnodige of buitenproportionele schade aan te richten.

En dan het grote verschil met de Pentagon Papers: Daniel Ellsberg, die ze lekte, stapte nog met zijn gefotokopieerde stukken naar de Times. „Ik ga naar de krant” is dan ook een dreigement dat in Amerikaanse speelfilms uit de jaren zeventig de grootste schurken doet huiveren of in vertwijfeling naar hun hart doet grijpen. Het spel is uit!

Die tijden zijn voorbij. In de onbesuisde wereld van het internet kan iedereen zijn eigen klok luiden, wereldwijd en met oorverdovend kabaal.

Dat maakt de taak van de journalistiek niet minder belangrijk, maar juist belangrijker: eerst wegen, dan pas publiceren. En vooral: context bieden. Ook voor NRC Handelsblad en andere kranten die de stukken niet kregen toegespeeld, geldt dat de lawine aan feiten en weetjes die WikiLeaks heeft losgemaakt duiding en context vereisen. De lezer moet weten uit welke taart de kruimels komen.

9 reacties op 'Media moeten WikiLeaks ook wegen'

flip willemsen

Goed stuk. De journalist is ervoor om de informatie te schiften. Eerst wegen, dan pas publiceren. Zijn rol is nog lang niet uitgespeeld.

Dolf Brouwers

Het is grappig om te zien hoe de politiek als door een adder gebeten reageert op de ‘geheime’ communicaties tussen de Ambassades in de wereld.
Er wordt al een link gelegd naar de ‘Pentagon Papers’ van Daniel Elsberg tijdens de Vietnam oorlog.
Tijdens het bestuur van de FBI door J. Edgar Hoover was het nog erger, Hoover hield van alle politici op de Hill een file bij met daarop alle escapades van de (voornamelijk) heren.
Zo kon hij het zooitje in het gareel houden, was zijn idee.
(overigens was hij zelf ook een scumbag !)
In dit licht is het lekken van Wikkileaks zo erg nog niet, nu kunnen de belastingslaven ( U en ik) eens zien wat er allemaal uit onze naam en met ons geld gedaan wordt.
En dat is helaas nog erger dan gedacht !

stan van houcke

‘All Along The Watchtower…

Businessmen, they drink my wine
Plowmen dig my earth
None of them along the line
Know what any of it is worth.’

Vanuit hun wachttorens houden onze poortwachters scherp in de gaten dat de officieel goedgekeurde versie van de werkelijkheid het publiek bereikt en dat het volk niet wordt blootgesteld aan ‘ongevraagde diensten van een klokkenluiderswebsite die wordt geleid door een op het oog excentrieke eenling.’ Er is maar 1 werkelijkheid acceptabel en die wordt gegeven door de ‘gevestigde media.’ Aldus wordt nog eens duidelijk gemaakt door Sjoerd de Jong, plaatsvervangend hoofdredacteur van de NRC wanneer hij het gewichtige vraagstuk opwerpt:

‘hoe moeten gevestigde media omgaan met die ongevraagde diensten van een klokkenluiderswebsite die wordt geleid door een op het oog excentrieke eenling.’

Overigens wordt deze retorische vraag nauwelijks of nooit opgeworpen zodra het om de ‘ongevraagde’ informatie gaat van de gevestigde belangen, die ‘informatie’ wordt klakkeloos doorgegeven. Dat wil zeggen: er is wel degelijk kritiek mogelijk maar nooit op de fundamentele waarheden van het systeem. Dat geldt voor elk systeem, overal en altijd. Het systeem verdedigt zich elke dag weer tegen mogelijke twijfelaars. Net als de priesterkaste in de middeeleeuwen zorgt het moderne journalistengilde ervoor dat de gekoesterde waarheden nauwlettend worden bewaakt. En zo is het mogelijk geworden dat we leven in een systeem dat door de Amerikaanse socioloog C. Wright Mills kort maar krachtig is omschreven als ‘rationalisme zonder rede,’ waarbij

‘de machthebbers de opinies [verschaffen] en de middelen waarmee die gerealiseerd kunnen worden. Mensen bestaan in de mediamarkten alleen als massa; hun acties verlopen parallel omdat hun opinies parallel verlopen, en hun opinies zijn parallel omdat ze alle uit één bron afkomstig zijn: die van de media. [...] De mensen zijn, zelfs als ze handelen, meer toeschouwers dan medespelers. Het publiek van de massamaatschappij handelt bij acclematie, bij plebisciet. Passief staat het toe, actief klapt het in de handen. Het is geen handelen dat uit eigen, autonome beslissingen of initiatieven voortkomt; het is geconditioneerde reactie op gecontroleerde stimuli die van het centrale beheerapparaat uitgaan. Omdat het publiek van de massamaatschappij markt voor de media en geactiveerde massa is geworden, is de discussiefase van het proces van opinievorming vrijwel uitgeschakeld.’

Mills toonde al een halve eeuw geleden gedocumenteerd aan dat

‘het doel van de opinie-organisatoren [is] om de bevolking in een voortdurende staat van emotionele onderworpenheid te houden… Immers, als het maar eenmaal gelukt is om een mentaliteit van volgzaamheid en gehoorzaamheid te kweken, is het niet moeilijk meer om de mensen te doen geloven en te doen voelen wat men maar wil… hun opinies zijn parallel omdat ze alle uit 1 bron afkomstig zijn: die van de media.’

Het zal duidelijk zijn dat dit systeem per definitie niet democratisch is, maar staat en valt bij het vermogen van de opiniemakers het te verkopen als het best denkbare systeem. Vandaar de grote huiver van opiniemakers als Sjoerd de Jong van de NRC zodra de officiele versie van de werkelijkheid notabene ‘ongevraagd’ wordt bedreigd.

Deze schijnbaar irrelevante kwalificatie ‘een op het oog excentrieke eenling’ kleurt de rest van De Jong’s betoog. Hier draait het in feite om. De negatieve kwalificatie wordt door hem bewust gebruikt om het publiek duidelijk te maken dat we te maken hebben met een obscure figuur, in tegenstelling tot de ‘hooggeplaatsten’ die — en dat spreekt voor zich — nooit met een dergelijke kwalificatie worden gepresenteerd door gezagsgetrouwe opiniemakers van ‘gevestigde media’ die — het woord zegt het al — betaald worden om opinies te verspreiden, maar dan op zo’n manier dat ze lijken op feiten. ‘Gevestigde,’ wat bedoelt De Jong hiermee precies? Wel, in zijn geval allereerst media die in handen zijn van ‘gevestigde belangen,’ van mensen als de multimiljonair Derk Sauer wiens grootste belang is: winst maken. De dikke Van Dale erbij:

‘gevestigd, vaststaand en onveranderlijk; een gevestigde mening… gevestigde belangen, door lang bestaan vaststaande, niet of moeilijk aantastbare belangen.’

Dat is duidelijk, de NRC behoort ook in dit opzicht tot de ‘gevestigde media’ met ‘gevestigde belangen.’ Belangen dus die ‘door lang bestaan vaststaande, niet of moeilijk aantastbare belangen’ geworden zijn. Daar is niets fout mee, zolang de redactie maar niet beweert of suggereert geen andere belangen te dienen dan het weergeven van de werkelijkheid. Het probleem is nu juist dat de commerciele massamedia permanent de suggestie wekken dat ze objectief en onafhankelijk zijn. De praktijk laat iets heel anders zien, zoals mijn oud VPRO-collega Chris Kijne in al zijn onschuld zo treffend verwoordde:

”had u tot voor kort gedacht dat een minister van Financien er mee weg zou komen wanneer hij tegen de Kamer zei: “Nee, natuurlijk heb ik u vorige week, toen ik op het punt stond de grootste ingreep in de economie te doen die een minister van financien ooit heeft gedaan, niet de waarheid verteld. En als ik volgende week een nog grotere ingreep ga doen, vertel ik het u weer niet.” Is toch gebeurd. Gaat over democratie. En het vreemdste is: we vinden allemaal nog dat Bos gelijk heeft ook. Voor ons journalisten was het natuurlijk niet nieuw dat Wouter Bos ons niet altijd de waarheid vertelde. Wel is het nieuw dat ik op dit moment even niet meer weet of ik wel even hard als vroeger mijn best moet doen om hem die waarheid te laten vertellen. Of er inderdaad niet even een hoger belang is dan ‘de waarheid, niets dan de waarheid.”’

Dit is de praktijk van alledag, journalisten van de commerciele media spelen het spel mee waarbij een kleine groep beleidsbepalers regelmatig in het geheim een koers uitstippelen waarvan verwacht wordt dat de pers die aan de man brengt. Niks ‘de waarheid’, niks objectief, niks onafhankelijk, in eerste en laatste instantie geldt: wiens brood men eet diens woord men spreekt.

sjoerd de jong

@stanvanhoucke: een heel college ideologiekritiek naar aanleiding van één vraag! Alleen, het was geen retorische, maar een open vraag. Overigens, sinds wanneer is ‘excentrieke eenling’ een ‘negatieve kwalificatie’? Sommige van de grootste genieën uit de geschiedenis waren excentrieke eenlingen. Sommige hedendaagse bloggers ook.

Joris Baas

@Stan van Houcke. Dat Wouter Bos wegkomt met liegen is niet OK. Maar kennelijk was de situatie zo precair dat de FED aan de andere kant van de grote plas vergat de melden dat ze in sept 2008 niet 700 miljard dollar maar 12,3 biljoen dollar heeft geleend aan de banken. Dankzij Senator Sanders komt e.e.a. bovendrijven. Zijn dit geen zaken die nog wat urgenter zijn om te ‘wegen’ dan de overweging of Poetin lijkt op Batman?

Is het waar? Zoja gebeurd dat vaker? Mag het? Is het onschadelijk? Kortom ik ben erg benieuwd naar het ‘wegen’ hiervan.
http://www.boublog.nl/2010/12/08/de-achterkant-van-wikileaks-en-de-fed/

Brian Pinas

Sjoerd, dude, laten we jou geen mietje noemen. ‘excentrieke eenling’ is gewoon een negatieve kwalificatie, terugkrabbelen ondergraaft je geloofwaardig zeer.

En geloofwaardigheid, daar draait het om. Je naamgenoot Steven de Jong ging in deze krant al ernstig de fout in door te suggereren dat Assange iets over UFO’s weet en dit gaat publiceren, terwijl na 4 klikken al duidelijk werd dat De Jong ontzettend zat te liegen en te verdraaien.
http://weblogs.nrc.nl/expertdiscussies/assange-beschikt-over-%E2%80%98ufo-geheimen%E2%80%99/comment-page-1/
commentaar nr. 5

Mijn punt is dus dat het NRC en de gevestigde media ALLEEN de rol van duider kunnen hebben, krijgen en waarmaken ALS we ze geloven. En zowel jij als Steven zijn niet geloofwaardig. Hij helemaal niet, en jij een beetje.

Van Houcke heeft een goed punt:
Regeringen worden simpelweg altijd gelooft, maar een klokkenluider moet altijd maar met bewijzen komen. Het is het zelfde als het aannemen van bazen van supergrote bedrijven als Enron/Albert Heijn/banken en uitbaters van de lokale hamburgertent: De eersten worden grotendeels aangenomen op basis van reputatie (lees: vriendjespolitiek) en de hamburger-kleine-zelfstandige moet minimaal 3 assesments ondergaan en 2 psychologische tests.

Jij schaadt het NRC door ongefundeerde typeringen van Assange. Je kopieert David Brooks van de NYT, die Assange schetst als een anarchist die een jeugd heeft gehad waarin hij vaak verhuisde. Met andere woorden, Brooks probeert hier Assange te typeren als iemand zonder wortels die daarom graag tegen heilige huisjes schopt, uit woede daarover. Laten we niet vergeten dat Brooks, een paar uur na de ramp in Haiti al insinueerde dat de Haitianen het alle ellende aan zichzelf te danken hadden.
http://www.nytimes.com/2010/01/15/opinion/15brooks.html?ref=davidbrooks

een andere automatische typering:
Kranten schrijven altijd “de vakbond eist” en typeren de bonden daarmee onveranderlijk als jengelende kinderen, maar je leest nooit dat de werkgevers ‘eisen’. Die worden vaak als voor rede vatbaar gekenschets.

sjoerd de jong

@Brian Pinas: natuurlijk moeten klokkenluiders met bewijzen komen, net als regeringen(merkwaardige bewering, dat die ‘simpelweg worden geloofd’. lijkt mij simpelweg onzin. zie het Irak-onderzoek van deze krant). Het taalkundige punt van vakbonden die eisen en werkgevers die iets anders doen, vind ik interessant, ik zal er eens op letten.

Joris Baas

@7 Sjoerd de Jong. De Amerikaanse regering heeft in hun rapport uit 2004 helemaal geen verklaring gegeven laat staan een bewijs waarom building 7 (www.buildingwhat.org) is ingestort op 9/11. Deze kwestie is zo netelig dat ze ‘m gewoon hebben weggelaten. Zelfs de voorzitter van die commissie gelooft zelf niet meer in zijn eigen rapport.

Het feit dat Assange nog steeds vindt dat dit conspiracy prietpraat is, vind ik daarom heel vreemd. Luister eens naar Alan Lawson hierover:

http://www.earth-matters.nl/52/1215/media/de-wikileaks-deceptie-blootgelegd.html

Hier ligt een zo voor de hand liggende opdracht van NRC om het nieuws -dus ook het ‘alternatieve’ nieuws- te duiden, dat NRC en andere conventionele kranten alleen kunnen overleven als ze daar aan gaan staan is mijn vermoeden. Armen uit de mouwen, zou ik zeggen.

Irene Bal

Ik ben het met het artikel eens: de journalistiek krijgt het werk in de schoot geworpen. Selecteren, in context plaatsen, duiden.

Ook zie ik graag journalistieke aandacht voor het feit dat Assange op een aanklacht die niets met Wikileaks te maken heeft, geïsoleerd wordt. Behalve een gevaar voor de democratie is dat, zolang het onweersproken blijft, ook een gevaarlijk precedent voor de journalistiek zelf. Want welke journalist maakt géén gebruik van onbekende bronnen?

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief