Den Haag, 27 maart. Waar haalt het kabinet het lef vandaan om middenin de grootste crisis sinds de jaren dertig de AOW-leeftijd te verhogen, juist op een moment dat massawerkloosheid dreigt?
Op de voor de hand liggende vraag is het antwoord minder voor de hand liggend. De bodem van ’s Rijks schatkist is de directe aanleiding voor de kabinetsplannen. Balkenende IV geeft de komende twee jaar 50 miljard euro meer uit dan het binnenkrijgt. Dat komt bovenop de 80 miljard aan noodhulp in het bankwezen. Meer staatsschuld betekent meer rentelasten waardoor minder geld overblijft voor de typische overheidsuitgaven voor bijvoorbeeld onderwijs, zorg en infrastructuur.
Vergrijzing staatsvijand nummer één
De vergrijzing van de bevolking is voor de begroting staatsvijand nummer één. Alle werknemers dragen verplicht een premie af waarmee direct de uitkeringen aan de huidige 65-plussers wordt betaald. Maar de levensverwachting is sinds 1957, toen de Algemene Ouderdomswet werd geïntroduceerd, sterk verbeterd.
Mannen en vrouwen worden tegenwoordig gemiddeld zeven jaar ouder dan bij de start van de oudedagsvoorziening. In 2040 zullen Nederlandse burgers gemiddeld tien jaar langer AOW krijgen dan in 1957. Tegen die tijd is het aantal 65-plussers ruim verdubbeld van 2,2 miljoen nu, naar 5 miljoen. En de beroepsbevolking daalt.
Dit betekent een ingrijpende wijziging van de verhouding premiebetalers en -ontvangers. Het wordt steeds moeilijker om die rekening te kunnen betalen. „Mensen kunnen wel zeggen: waarom nu de AOW wijzigen, middenin een crisis. Maar dan zeg ik: de demografie is ook een acuut probleem”, stelt de Rotterdamse econoom Fieke van der Lecq.
Toekomst van de AOW
Wat is de toekomst van de AOW: een verdubbeling van de premies of een halvering van de uitkeringen, vroegen drie experts zich in het economenvakblad Economisch Statistische Berichten zich 25 jaar geleden al af. „Hoe langer een hervorming van de financiering wordt uitgesteld, hoe hoger de economische en sociale kosten van een aanpassing zullen worden”, voorspelden zij in november 1983.
Sluipende fiscalisering
De sociaal-democraat Ad Melkert timmerde als minister van Sociale Zaken in de jaren negentig een plafond in het AOW-bouwwerk. Daardoor past de overheid het gestaag oplopende bedrag aan AOW-uitkeringen nu bij. Ofwel, de belastingbetalers. Deze ‘sluipende fiscalisering’ vreet steeds dieper in op de overheidsfinanciën. Dit jaar zal er voor 28 miljard euro aan AOW worden verstrekt. Van de beroepsbevolking komt 19 miljard euro aan premies binnen, de staat past 9 miljard bij. Eenderde van de huidige uitkeringen wordt dus inmiddels betaald uit belastinginkomsten.
Vluchten naar Australië
Het stelt de samenleving voor wezenlijke vragen, meent de Amsterdamse econoom Arnoud Boot. „Is het nu een sociale uitkering om te voorkomen dat je verkommert of is het een pensioen? Als het een sociale uitkering is, waarom krijgt iedereen het dan? Het rondpompen van geld is inefficiënt, leidt tot hogere belastingen en gaat ten koste van de economische groei.” Als het een pensioen is, vervolgt hij, waarom dan die rigide leeftijdsgrens?„Ik zie mensen naar de VS of Australië vluchten want daar bestaat de pensioenleeftijd niet. Maak die leeftijd toch flexibel.”
Het paarse kabinet lanceerde ooit een AOW-spaarfonds om vanaf 2020 de rekening te kunnen betalen. Op papier zit daar nu 40 miljard euro in, maar het is een fictief fonds. Ieder jaar zet het ministerie van Sociale Zaken een paar miljard apart, maar alleen in de boekhouding. In 2006 constateerde een werkgroep van topambtenaren dat iedere bijdrage aan het fonds direct tot een hoger tekort op de begroting leidt. „Op de totale houdbaarheid heeft deze storting geen effect.” Er wordt helemaal niet gespaard.
Sluimerend generatieconflict
Het voedt een sluimerend generatieconflict. Meer overheidsuitgaven betekenen hogere belastingen, wat ten koste gaat van economische groei en het aantal banen. Daarmee bestaat het risico dat het draagvlak in de samenleving verdwijnt. Want wie garandeert dat ook toekomstige generaties de AOW-lasten willen opbrengen?
Het succes van Alternatief voor Vakbond (AVV) illustreert een groeiend ongemak daarover. Deze bond is opgericht uit onvrede over de gevestigde vakbonden, omdat die onvoldoende zouden opkomen voor bijvoorbeeld jongeren, flexwerkers en zelfstandigen. De AVV stoort zich juist aan het gebrek aan solidariteit tussen generaties en pleit voor razendsnelle verhoging van de AOW-leeftijd. Zonder die stap betalen jongeren te veel de lusten van ouderen.
Vergrijzing ook een zegen
Maar er zijn ook economen die zich verzetten tegen alle kommer-en-kwelverhalen over vergrijzing. De inmiddels opgeheven Raad van Economische Adviseurs stelde een paar jaar geleden dat de politieke discussie te veel gedomineerd wordt door „de zwaarmoedigheid” van bijvoorbeeld het Centraal Planbureau. Vergrijzing is ook een zegen, een succesverhaal van emancipatie, meenden zij. Met baten die minder zichtbaar zijn, en moeilijker te berekenen dan de kosten.
Internationaal gezien behoort Nederland tot de landen met de betere stelsels. Want naast de AOW bestaan er ook nog aanvullende pensioenen. Duitsland koos zonder veel maatschappelijke discussie voor een hogere pensioenleeftijd van 67 jaar. Daar zijn de kosten voor de staat nog veel nijpender omdat de oudedagsvoorziening voor een groter deel via de staatsbegroting loopt.

Kansen voor de vakbonden
Lans Bovenberg, hoogleraar economie uit Tilburg, ziet in een verhoging van de leeftijd grote kansen voor de vakbonden. „De betaalbaarheid is slechts de aanleiding om de AOW te wijzigen. Het kan ouderen juist meer regie geven over hun eigen loopbaan. De AOW-leeftijd is meer een symbool voor uitgerangeerde ouderen. Naar welke samenleving wil je toe? Dit biedt enorme mogelijkheden voor de emancipatie van ouderen.”
Het is volgens Bovenberg juist een kans voor bijvoorbeeld de FNV die nu fel tegen verhoging van de AOW-leeftijd is. „Op je 65ste krijg je nu functioneel leeftijdontslag, je verliest je ontslagbescherming. Met een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar krijgen Nederlandse werknemers straks twee jaar langer ontslagbescherming.”

AEX: 341,95 

