Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties, onder leiding van rechter Richard Goldstone, presenteerde gisteren in New York een opmerkelijk hard rapport over de Gaza-oorlog. Eerder spraken onder meer Human Rights Watch, Amnesty International en het Rode Kruis al van Israëlische oorlogsmisdaden, maar het rapport van de Verenigde Naties, dat ook Hamas beticht van oorlogsmisdaden, geldt politiek en juridisch als zwaarder. Het maakt mogelijk de weg vrij voor vervolging van verdachten van oorlogsmisdaden door het Internationaal Strafhof. Goldstone beveelt de VN-Veiligheidsraad aan het rapport naar het Strafhof te sturen.
Israël verwerpt in eerste reacties de conclusies van het rapport. De Israëlische VN-ambassadeur, Gabriela Shalev, zei op de Israëlische radio dat de conclusies eenzijdig zijn. Israël weigerde mee te werken aan het onderzoek. Volgens een regeringswoordvoerder was de uit vier leden bestaande commissie „bevooroordeeld”. Ze zou vooral het Israëlische gedrag onderzoeken en misdaden door Hamas buiten beschouwing laten.
Israël viel eind 2008 de Gazastrook aan, naar eigen zeggen om een einde te maken aan raketbeschietingen door Hamas. De Israëlische luchtmacht bombardeerde het dichtbevolkte gebied, waarna het leger delen innam. Na drie weken trok het leger zich weer terug, nadat Israël én Hamas eenzijdig een staakt-het-vuren hadden afgekondigd. De fundamentalistische beweging Hamas heeft nog steeds de macht in de Gazastrook.
Volgens Goldstone is de bevolking van Gaza slachtoffer van een jarenlange politiek van isolatie, vernedering en geweld. In de oorlog werden Palestijnse burgers als menselijk schild gebruikt. Tussen militaire en burgerdoelen maakte men onvoldoende onderscheid.
Ook Hamas heeft oorlogsmisdaden gepleegd door raketten af te schieten op Israël, aldus Goldstone. Deze raketten maakten sinds 2000 18 dodelijke slachtoffers. De vier leden tellende commissie bewaart echter de voornaamste kritiek voor het Israëlische leger.
Tijdens de oorlog vielen volgens Palestijnse bronnen 1.400 doden, merendeels burgers en veel kinderen. Goldstone bevestigt dit aantal in zijn rapport. Israël zegt dat er ruim 1.100 doden zijn gevallen, van wie 295 burgers. Tijdens de oorlog vielen dertien Israëlische doden, merendeels militairen.
In het rapport worden tientallen voorbeelden genoemd van oorlogsmisdaden. Elf voorbeelden van directe aanvallen op burgerdoelen worden genoemd, waarbij doden vielen. In tien van die aanvallen is „geen gerechtvaardigd militair doel” gevonden. Tijdens zijn bezoek aan de Gazastrook, in juni, sprak de rechter onder meer met Khaled Abed Rabo. Deze man, die eind maart ook in NRC Handelsblad zijn verhaal deed, verloor twee dochters tijdens de oorlog. De familie moest het huis in Jabaliya verlaten waarop Israëlische soldaten het vuur openden. De wijk waar Abed Rabo woonde is met de grond gelijk gemaakt.
Goldstone kritiseert verder de eerste klap die Israël uitdeelde op 28 december 2008, om half twaalf in de ochtend. Op dat moment gingen de scholen net uit en liepen veel mensen terug van hun werk naar huis om te gaan lunchen. Het moment van de aanval, zegt Goldstone, moet gekozen zijn om de burgerbevolking zo hard mogelijk te treffen en paniek te zaaien.
Israël zei tijdens de oorlog dat er burgerdoden vielen omdat Hamas burgers inzette als menselijk schild en wapens opsloeg in huizen en moskeeën. Bij een luchtaanval op een moskee op 3 januari vielen 15 doden.Volgens Israël ging het om een Hamas-bolwerk. Goldstone heeft daar geen bewijzen voor gevonden.
Het rapport beschrijft ook voorbeelden van verboden gebruik van wittefosforgranaten. Het dorp Khuza’a werd hiermee aangevallen, evenals scholen en een VN-complex. Wittefosforgranaten zijn volgens internationale afspraken niet toegestaan als munitie, zeker niet in dichtbevolkt gebied.
Opmerkelijk is dat Goldstone niet alleen mogelijke oorlogsmisdaden in de oorlog heeft onderzocht, maar de situatie in een breder perspectief plaatst. Volgens de Zuid-Afrikaanse rechter heeft de jarenlange isolatie van het gebied tot armoede en verbittering onder de bevolking geleid. Israël bezette de Gazastrook van 1967 tot 2005, en heeft het gebied sindsdien vrijwel afgesloten van de buitenwereld. Noodzakelijke goederen, zoals voedsel, medicijnen en bouwmaterialen, komen mondjesmaat binnen. Ook de situatie op de bezette Westelijke Jordaanoever is volgens Goldstone onmenselijk. Hij wijst erop dat Israël als bezettende macht de plicht heeft te zorgen voor de bevolking.

AEX: 317,06 

