Van Rij: ik was geen Brutus, want Jaap was geen Caesar

Gevallen voorzitter Marnix van Rij ziet vernieuwing in het CDA stranden

Gepubliceerd: 25 mei 2002 00:00 | Gewijzigd: 23 oktober 2009 16:08

Marnix van Rij zegde als voorzitter van het CDA in september toenmalig partijleider Jaap de Hoop Scheffer de wacht aan. Beiden vielen. Hoe diep, beschreef Van Rij in zijn pas verschenen boek. `Het is nu: rijen gesloten, koppen dicht, volg de leider. Want die zorgt voor de baantjes.'

Frank Vermeulen

Archieffoto van Marnix van Rij.   Foto Roel Rozenburg
Archieffoto van Marnix van Rij.
Foto Roel Rozenburg

Achteraf is hij woedend geworden, zegt Marnix van Rij (41). Maar dat was weken, maanden nadat de ex-voorzitter van het CDA zichzelf in september vorig jaar, zoals hij het noemt, ,,politiek opblies'' om een leiderschapswisseling te forceren. Het is inmiddels Pinksteren 2002 en de lijsttrekker die door zijn actie op het schild werd verheven in het CDA, Jan Peter Balkenende, heeft de Tweede-Kamerverkiezingen met een historische zege afgesloten. Van Rij pocht daar niet op, hij zegt alleen dat Balkenende ,,op het precies juiste moment is gelanceerd''.

Boek

De gevallen voorzitter hield destijds nog een laatste desolate persconferentie in een Van der Valk-wegrestaurant bij Breukelen. Daar bezwoer hij dat hij ,,een boek ging schrijven''. Dat boek Duizend dagen in de landspolitiek overhandigde Van Rij gisteren aan PvdA-prominent Bram Peper die hem tijdens het schrijven heeft bijgestaan. Opmerkelijk is Van Rij's laconieke beschrijving van de bloedstollende vergadering van het CDA-partijbestuur op zaterdag 29 september vorig jaar, die toenmalig leider Jaap de Hoop Scheffer de kop kostte, hemzelf maakte tot een politieke paria, en de partij in een crisis stortte in het zicht van de Tweede-Kamerverkiezingen.

Van Rij schenkt een glas Spa en beaamt dat zijn notities van dat dramatische weekeinde tamelijk emotieloos zijn. ,,Ik was hoofdrolspeler en tegelijkertijd waarnemer. Ik herinner me dat ik dacht: Jezus, het is nu echt wel een chaos. Huilende mensen en toestanden. Maar ik zette dat af tegen andere crisissituaties in mijn leven, de dood van mijn vader, van mijn moeder, de echtscheiding. Die hadden mij wel aangegrepen. In vergelijking daarmee vond ik dit wel een crisis, maar, kom op zeg! Dat CDA blijft wel bestaan! Daar komt wel weer iemand bovendrijven! Dit was niet iets waar je voor kiest, maar we moesten er wel doorheen. Later, onder het schrijven, werd ik ongelooflijk boos: omdat ik bepaalde dingen niet heb gezien. Omdat ik fors ben gemanipuleerd. En grote fouten heb gemaakt.''

U schrijft dat u zich nooit zelf kandidaat had moeten stellen voor het lijsttrekkerschap. U werd daardoor een machtsbeluste Brutus.

,,Achteraf gezien was dat een fout. Uiteindelijk bleek de helft van de aanwezigen op die cruciale bestuursvergadering op zaterdag mij als lijsttrekker te steunen. Toen heeft Jaap het bijltje erbij neergegooid. Ik beschrijf de forse vergaderfouten die zijn gemaakt. Wij hebben bijvoorbeeld geen van beiden gezegd dat we eerder die dag een afspraak hadden gemaakt. Ik zou op plaats vier of vijf op de lijst komen. Maar ik heb zitten wachten op hem en hij op mij, uiteindelijk hebben we het geen van tweeën aan de orde gesteld. Wij hebben elkaar na die vergadering overigens ook nooit meer gesproken. Maar toen hij weg was als lijsttrekker, kantelde binnen 24 uur het beeld tegen mij. Ik kon twee dingen doen: mij niet kandideren, maar dan zou ik het verwijt krijgen van een behoorlijk deel van de partij dat ik wegliep voor mijn verantwoordelijkheid. Wél kandideren betekende dat de andere helft van de partij zou zeggen dat het een machtsgreep was.

,,Nu weet ik, dat is achteraf, dat ik me had moeten terugtrekken. Dat was voor mezelf het beste geweest. Dit leek op de ultieme bevestiging van de theorie dat ik Brutus was die toestak om de macht te grijpen. Maar ik was geen Brutus, want Jaap was geen Caesar. We hadden geen leider.''

Wie vonden dat binnen het CDA?

,,Dat was een geluid dat overal te horen was. Kijk, zo'n politieke partij heeft vele informele circuits. Het stikt ervan. Je hebt naast de formele structuur al die clubjes. Dat gaat van de mensen van het kabinet-Biesheuvel, tot en met het Reeuwijkberaad. Je hebt de confrontatiebeweging van oud-CDJA'ers uit de jaren tachtig. Je hebt een groep die ik altijd voor mezelf `De Laatste Jongeren uit de KVP' noem. Je hebt het invloedrijke oud-bewindsliedenberaad, de bestuurdersvereniging, stichtingen rond de partij en ga zo maar door.

,,En overal hoorde ik ongenoegen over het politiek leiderschap in Den Haag. De strategie die ik had uitgezet was dat we moesten proberen alle condities zo optimaal mogelijk te maken, zodat de aanwijzing van Jaap als lijsttrekker daarvan een bijna natuurlijke resultante was. Maar begin 2001 ging het precies de andere kant op: Jaap groeide niet in de peilingen, Jaap ging juist naar beneden. Er was sprake van eroderend leiderschap van Jaap. In de fracties van Eerste en Tweede Kamer zelf werd men ongemakkelijk.''

Want hun banen kwamen in gevaar?

,,Ja, maar dat zijn mechanismen die niet uniek zijn voor het CDA. In de VVD en de PvdA zag je dat ook tijdens de campagne. Zo'n VVD-voorzitter Bas Eenhoorn die opeens politieke uitspraken begint te doen, en zelfs heel scherpe uitspraken over dat Hans Wiegel misschien wel... Dat was killing voor Hans Dijkstal. Hetzelfde geldt voor die uitspraken van PvdA-voorzitter Ruud Koole die in Nieuwe Revu zei dat Melkert niet van het scherm afspatte. Twee weken voor de verkiezingen! Hij heeft zich op het effect verkeken en het was natuurlijk een uitermate ongelukkige opmerking.

,,Als je je een paar weken voor de verkiezingen als partijvoorzitter met het politieke leiderschap gaat bemoeien, is het te laat. Dat mág ook niet. Dat was mijn angstbeeld ook. Dat heb ik Jaap ook voorgehouden. Ik heb hem gezegd dat het niet goed ging en dat we wel konden doen alsof het wél goed ging, maar dat we onherroepelijk voor de vraag zouden komen te staan wie de echte leider bij het CDA was: Jaap de Hoop Scheffer of Marnix van Rij. Dat was dodelijk, dodelijk voor hem, voor mij en voor het CDA.''

Eenhoorn en Koole hadden niet zoals u plotsklaps de ambitie om Kamerlid en zelfs lijsttrekker te worden.

,,Ik heb de reacties op mijn eigen kandidatuur onderschat. Maar mijn voorstel was juist om die beeldvorming te neutraliseren door ónder Jaap te dienen.''

Hij legde dat uit als Van Rij komt achter mij staan met een mes in de hand.

,,Ja, daar is het fout gegaan. Maar Jaap is zelf begonnen met mij het leiderschap aan te bieden, eerst op 12 juli, toen weer op 15 augustus. Overigens, in beide gevallen kreeg ik later met Kamerlid Hans Hillen te maken, de vertrouweling van Jaap. Dat is zoiets als een afspraak maken binnen je huwelijk met je vrouw en de volgende dag heb je met de buurman te maken.

In ieder geval wordt het dan támelijk gecompliceerd. Maar vervolgens zei Jaap op 4 september ten overstaan van het dagelijks bestuur dat hij slechts voor anderhalf jaar beschikbaar is. Dat betekende dat zijn positie op dát moment helemaal weg was. Toen ik hem vroeg of hij dan ook had nagedacht over wie er dan na hem het politiek leiderschap moest overnemen, kwam hij eerst aan met Kamerlid Camiel Eurlings en toen weer bij mij. Maar tóen bedacht ik dat hij het echt serieus meende. Dat zou dan ergens tussen 2002 en 2006 zijn. Maar dan moest ik kandidaat zijn op de lijst, kiezen voor de politiek, praten met mijn vrouw. Zó is dat aanbod van mij tot stand gekomen.''

In uw boek schrijft u dat oud-minister Bert de Vries, die inmiddels interim-voorzitter is van de partij, als eerste suggereerde dat u op de lijst moest.

(Met stemverheffing) ,,Ja, en dát zal hij niet leuk vinden, dat ik hem daaraan herinner! Het was zijn idee om zo van die dreigende rivaliteit tussen het voorzitterschap en het partijleiderschap af te komen. Met een beroep op het bekende CDA-harmoniemodel. Hans Hillen had mij op 16 augustus aangeraden De Vries te bellen. Ik had niks met De Vries, maar ik dacht: laat ik dat maar doen, anders doet Hillen het. Bert de Vries heeft dat uitgelegd, heb ik later begrepen, dat ik hem voor mijn karretje wilde spannen om lijsttrekker te worden. Terwijl ik hem het dilemma heb voorgelegd van het eroderend leiderschap van Jaap. Bert de Vries heeft later tegen mij gezegd dat ik het anders had moeten doen. Als ik dan vraag hoe, geeft hij niet thuis.''

U schrijft ook dat er een oplossing was: u zou op nummer drie komen op de lijst, maar dat heeft Jan Peter Balkenende geblokkeerd omdat dat zijn plaats was.

,,Dat heb ik van een betrouwbare bron gehoord. Ik heb me voorgenomen dat nog een keer te bespreken met hem, maar dat is er nog niet van gekomen.''

Wat gebeurde er na de val?

,,Ik had tot het laatste moment gedacht dat we er wel uit zouden komen. Toen dat niet gebeurde, was dat voor mij een enorme dreun. Ik realiseerde me dat ik mezelf politiek had opgeblazen. Geredeneerd vanuit ambities en macht had ik een ijzersterke positie in het CDA. Een provinciale voorzitter schreef me bijvoorbeeld: `Als jij je koest had gehouden, was jij de partijleider geworden na 15 mei.' Die dinsdag besefte ik hoe diep ik was gevallen. Daarom ging ik dat boek schrijven. Ik wilde onderzoeken wat er gebeurd was. Een ding wist ik wel: dat het heel hard nodig was, wat er was gebeurd. Maar voor mij persoonlijk had het een erg hoge prijs.

,,Na de val volgde verdoving, verdriet en verlatenheid. En daarna krijg je woede, berusting en acceptatie. Wat er ook gebeurt: het wordt heel stil. De week na het aftreden rende ik als een verslaafde iedere avond naar mijn computer. Als partijvoorzitter heb je gewoon iedere dag, naast het normale e-mailverkeer, veertig tot vijftig berichten uit de partij. Maar toen ging ik de fase in van de no new messages, je bent disconnected. Je bent niks meer, in die partij maar ook voor jezelf. De eerste keer dat je no new messages krijgt, denk je nog dat het een storing moet zijn.''

Eerder zei u dat u zich gemanipuleerd voelde.

,,Dan denk ik aan Hans Hillen, die een ongezond grote invloed had op Jaap, daar had ik veel scherper op moeten reageren. Maar ook aan sommige informele groepen in de partij die je opstuwen en die je op je verantwoordelijkheid wijzen, en je wens onafhankelijk te blijven bagatelliseren.''

Maar er is ook vanuit het partijbureau gemanipuleerd: bijvoorbeeld met het laten lekken van een zogenaamd onderzoek waaruit bleek dat De Hoop Scheffer oubollig zou zijn.

,,Dat is volstrekt langs mij heen gegaan. Dat was ook niet een daad van het bureau maar een eenmansactie. Ik heb het ten zeerste betreurd dat het gebeurde.''

En dan was er de campagnestrateeg op het partijbureau, Joep Mourits, van wie ook werd gezegd dat hij zaken te veel naar zijn hand zette.

,,Daar gaan de wildste geruchten over. Hij is iemand die heel strakke analyses maakt en die misschien iets te rechtstreeks voor de politiek verwoordt. Hij was absoluut niet de kwade genius achter de schermen. Naar mijn gevoel heb ik mijn rol als voorzitter gewoon serieus genomen. Eén van de dingen waarvoor ik moest zorgen was: het winnen van de verkiezingen. Het feit dat je over strategie nadacht, dat op papier zette, zette kwaad bloed bij de fractie. Joep leverde het materiaal aan, maakte de analyses gebaseerd op de objectieve gegevens van onderzoeksbureaus, maar dat kan kennelijk niet bij beroepspolitici. In ieder geval heb ik gezien dat Jaap afhaakte op het moment dat zijn eigen naam op basis van objectieve gegevens negatief voorbijkwam. Het woord `imago' mocht ook niet meer gebruikt worden, hij wilde niet met cijfers geconfronteerd worden, en hij beschouwde het als een vijandige campagne vanuit het partijbureau. Maar ik wilde permanent campagnevoeren, dat stond ook in mijn profielschets, daar brachten we een stukje professionalisme in van Mourits. Die kwam met uitkomsten die kennelijk niet gewenst waren. En dan krijg je te maken met de Hilliaanse manier van denken, in de trant van: `Hillen loopt al twintig jaar mee', en `die weet alles en is eigenlijk geniaal'.

,,Maar wij waren bezig op z'n Fortuyns avant la lettre. Wij maakten precies dezelfde analyses als Pim Fortuyn later deed. Met de vier issues waar het CDA op scoorde zouden we nooit de verkiezingen winnen: waarden en normen, gezinspolitiek, medisch-ethische kwesties, landbouw. Nee, we moesten doorbreken op de andere drie grote thema's die het Nederlandse volk bezighielden: veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs. En we zagen de verschuivingen onder het electoraat, zodat we een `onthaagste' campagne wilden gaan voeren. We hadden zo het campagneteam van Pim Fortuyn kunnen vormen bij wijze van spreken. Daar kreeg ik amateurisme en een klank uit het verleden voor terug van Jaap en zijn mensen. Uiteindelijk vind ik het frappant dat Jan Peter toch de offensieve campagne op zijn wijze heeft gevoerd die wij graag wilden.''

Had het niet meer in de rede gelegen om in plaats van de zeer Haagse Balkenende een niet-Haagse lijsttrekker te kiezen?

,,Exact! De Brabantse gedeputeerde Pieter van Geel zou een heel goede lijsttrekker hebben kunnen zijn, omdat hij precies datgene had kunnen bewerkstelligen wat we wilden: het Zuiden terugwinnen met een niet-Haagse campagne en een niet-Haagse lijsttrekker.

,,Kijkend naar het afgelopen half jaar is het anders gelopen. Pim Fortuyn heeft de niet-Haagse campagne gevoerd, het is dus een buitenparlementaire oppositie geweest die Paars heeft gesloopt. Wij vonden dat de CDA-lijsttrekker dat had moeten doen, maar goed, dat is niet gebeurd. Achteraf was het goed in de combinatie met Fortuyn dat we Jan Peter Balkenende hadden in de Haagse arena en niet Pieter van Geel vanuit Brabant, omdat Jan Peter in Den Haag kon oogsten wat Fortuyn daarbuiten allemaal had losgemaakt. De campagne van Jan Peter is foutloos gevoerd en dat had niemand hem kunnen verbeteren.''

Maar heeft de partij nu de richting waarnaar u als voorzitter gestreefd heeft?

,,Wat ik graag zou zien, maar wat niet gaat gebeuren, is dat de christen-democratie de leiding neemt in de dialoog met minderheden in Europa. Dat je die groepen niet buitensluit maar dat je een inclusieve beweging wordt aan de basis. En dat je die minderheden, ook moslims, ín je partij haalt. Ik zou graag gewild hebben dat die discussie nu al in de partij gevoerd wordt. Maar wat we nu zien is rallying around the leader. We hebben straks misschien een minister-president, en dat is onze nieuwe leider, van een centrum-rechts kabinet. Voor de partij is dat slechts een korte oppepper. Structureel moet je de vraag stellen of je – ook vanuit je historische wortels – groepen die nu niet participeren in de democratie wil emanciperen binnen jouw beweging. Of zeg je: nee, we plaatsen een muur. Als ze wat willen, regelen ze het zelf maar. En dit zijn onze regels en daar moeten ze maar naar luisteren. Dat is de lijn van Balkenende.

,,Ik had graag een acceleratie gezien van de vernieuwing die acht jaar geleden werd ingezet. Debatten over ideeën in een democratische transparante partij. Maar de kans is heel groot dat het CDA nu de partij wordt van: rijen gesloten, koppen dicht en achter de leider aan. Want die zorgt voor de baantjes. En dan denk ik: mensen, leren we het nooit? Dat is allemaal zó tijdelijk.''

Marnix van Rij: Duizend dagen in de politiek, Een poging tot vernieuwing van het CDA. J.M. Meulenhoff, 200 blz. €15,95
Achtergrond

Discussie

Gaat de nieuwe staatsinrichting de problemen van de Antillen oplossen?

In Nederland

Problemen met Antilliaanse jongeren in Nederland houden politici bezig.

Kaart

Een interactieve kaart van de Nederlandse Antillen en Aruba met staatkundige informatie.

zoeken

in