Zonder pistool durft de boswachter het bos niet in

De politie pakte deze week tien man op, verdacht van stropen en illegale wapenhandel. „Stropen is goeie business”, weet de jachtopziener. En de pakkans is klein. 

Het ecoduct bij Kootwijk, gemeente Barneveld, biedt onder meer de vele edelherten in het nationale park De Hoge Veluwe de kans de rijksweg A1 te passeren. Foto’s Siebe Swart, ANP/Marten van Dijl, ANP/Koen Suyk

Het gebeurde drie jaar geleden en boswachter Hans van der Weele weet het nog goed. „Ik was samen met een brigadier van de politie te voet aan het surveilleren. We hoorden gekraak in het bos. Zien we ineens een man die een ree bovenop een ander ree legt. Aan de rand van het bos, bij z’n auto, klaar om in te laden. Toen we hem aanspraken, had hij een smoes. ‘Ik wilde jullie bellen om te wijzen op stropers.’ Maar hij was het zelf. Een ex-jachtopzichter. De brigadier sprak hem aan, de man legde zijn wapen neer, dat heb ik snel weggelegd.” 

Bang uitgevallen is Van der Weele niet. Maar langzamerhand, na zesendertig jaar werken, voelt de boswachter uit Zeeland de behoefte niet langer onbewapend door de gebieden te struinen die hij namens Staatsbosbeheer in Zeeland in de gaten houdt. „Het stropen neemt toe. En het geweld ook. Straks staan ze met kalasjnikovs voor je. Er komt een moment dat je voor het dilemma staat: moet je ingrijpen, of is dat te gevaarlijk met zulke zware jongens.”

Van der Weele zou best bewapend willen worden met handboeien, pepperspray en ’s nachts een pistool.

Het hoofdkantoor van Staatsbosbeheer reageert begripvol, maar afwerend. „We hebben geen concrete plannen. De discussie loopt al jaren. Het is lastig, onder meer omdat bewapening strijdig is met wat we als boswachters óók willen uitstralen: gastheerschap”, aldus een woordvoerder.

Edelhert ANP/Marten van Dijl

Beschermde diersoorten

Het debat over het toezicht in het buitengebied laait weer op, nu justitie deze week bekendmaakte tien mensen te hebben aangehouden in de omgeving van Barneveld op verdenking van het stropen van wild en illegale wapenhandel. De politie nam tientallen wapens in beslag, waaronder dubbelloops hagelgeweren, kogelgeweren, een handvuurwapen, alarmpistolen en een stroomstootwapen, geluiddempers en munitie, alsmede een grote hoeveelheid illegaal geschoten vlees van beschermde inheemse diersoorten, en twee voertuigen.

Hoofdverdachte is een 28-jarige man uit Barneveld. „Het vermoeden is dat hij wekelijks op wild jaagt, zoals wilde zwijnen, herten, eenden, konijnen, duiven en ganzen”, aldus het Openbaar Ministerie. „Dat is niet toegestaan zonder jachtakte.”

Andere stropers in Gelderland zouden van de man wapens en munitie hebben gekocht.

Stropen is „goeie business”, vertelt Aart van Dorland, boswachter en jachtopzichter in de Betuwe en op de Utrechtse Heuvelrug. Het wild – en niet te vergeten ook vis als paling en snoekbaars, mosselen en oesters – wordt verkocht aan „restaurantjes” of wordt verhandeld op de zwarte markt. Ook worden „goeie prijzen” betaald voor bijvoorbeeld een kalf van een reegeit. „Die zijn geliefd om op te zetten.”

Niet zelden is het de stropers te doen om de „sport”, meldt Van Dorland. „Ze zetten het wild in het licht, laten hazewindhonden los en kijken welke hond het eerst iets te pakken heeft. Daar sluiten ze weddenschappen op af. Later vind je dan in de sloot het aan stukken gescheurde wild terug. Het zijn meestal kampers die dat doen.”

Geen zelfmoordterroristen

Van Dorland heeft als buitengewoon opsporingsambtenaar de afgelopen zeven jaar de nodige stropers te grazen kunnen nemen. Hij is als jachtopzichter wél bewapend. De aanhoudingen verlopen doorgaans rustig. „Stropers zijn soms gewelddadig, maar het zijn geen zelfmoordterroristen. Ze zijn meestal nog wel zo verstandig om te beseffen dat als ze hun wapen oppakken, het veel slechter voor hen afloopt. Meestal reageren ze gelaten.”

Niettemin kunnen burgers en boeren deze lieden beter niet staande houden. Van Dorland: „Soms is een boer zo onverstandig de stropers aan te spreken. Ik heb regelmatig gehoord dat boeren een pak slaag hebben gekregen en zijn bedreigd. ‘Ik steek de boerderij in de fik’, kregen ze te horen, of: ‘Ik steek je koeien dood’.”

Meldingen zijn natuurlijk van harte welkom. Het netwerk van jagers en vissers, boeren, burgers en buitenlui heeft z’n waarde al vaak bewezen. Toch blijft de pakkans niet zo heel groot.

ANP/Koen Suyk


De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging vindt, in reactie op de „schrikwekkende” vondst van het wapenarsenaal in Barneveld, dat het toezicht in het buitengebied „onder een acceptabel minimum” is gedaald. Directeur Laurens Hoedemaker: „Vroeger had Nederland de veldpolitie, het buitengebied was haar exclusieve werkterrein. Door wijzigingen in de politieorganisatie, al dan niet geleid door bezuinigingen, is deze tak van de politie uit het buitengebied verdwenen. Het toezicht wordt nu onder meer gedaan door een groot korps vrijwilligers, waaronder veel jagers en lokale jagersverenigingen, samen met buitengewoon opsporingsambtenaren, de boa’s. Anders dan de veldpolitie heeft de boa minder bevoegdheden, tijd en middelen om op te treden tegen criminaliteit. Op vormen van georganiseerde stroperij is de boa niet toegerust.”

Helemaal mee eens, zeggen ze bij Staatsbosbeheer. „Wij hebben onvoldoende geld om het toezicht te versterken.”

Ja, het Rijk heeft eerder een ton extra ter beschikking gesteld, bedoeld om mensen op te leiden. „Maar dat is veel te weinig”, aldus de woordvoerder van Staatsbosbeheer. „Het is vrijwel niets vergeleken bij wat wij jaarlijks alleen al kwijt zijn aan het opruimen van drugsafval. Anderhalf miljoen euro.”

Ook Vereniging Natuurmonumenten vindt het tijd worden voor extra geld. Of meer assistentie door de politie. „Wij roepen altijd assistentie van de politie in.”

Nu nog, melden jagers en boeren, komt de politie niet altijd opdagen. „Heel frustrerend voor de melders”, zegt jachtopzichter Van Dorland.

Begrijpelijk vindt hij het wel. „De politie heeft te weinig capaciteit en heeft andere prioriteiten. Zelfs de dierenpolitie krijgt zo veel meldingen binnen over bijvoorbeeld mishandeling van dieren, dat ze geen tijd heeft om ’s nachts te surveilleren in de bossen.”

Strik

Met de stroper uit Zeeland is het niet goed afgelopen. Hij kreeg weliswaar een boete, zijn wapen werd verbeurd verklaard en hij was acht jaar lang zijn jachtakte kwijt. „Maar daarna zijn we hem nog twee keer tegengekomen. De tweede keer liep hij recht in mijn licht. ‘Hé Hans, hoe is het’, zei hij. Ik antwoordde: ‘Met mij gaat het goed, maar met jou niet’. Het is een notoire stroper. De laatste keer had hij een strik gezet. Nou, als je een boswachter boos wilt krijgen, is het met een strik. Een ree ligt vijf tot tien minuten te spartelen tot het is gestikt. Een vreselijke dood.”