Geheime documenten op straat door groot veiligheidslek bij de politie

Foto ANP / Valerie Kuypers

Door een omvangrijk veiligheidslek bij de politie zijn tientallen vertrouwelijke documenten op straat komen te liggen. Het gaat om politie-onderzoeken naar moordzaken, overvallen, criminele organisaties en jihadverdachten. De gevoelige informatie was te vinden via zoekmachine Google. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad.

De politie bevestigt het veiligheidslek en heeft de documenten direct offline gehaald. Tot gistermiddag waren de documenten te bekijken door het simpelweg intypen van de naam van een van de verdachten in Google. De informatie uit recherche-onderzoeken stond op de persoonlijke website van een boekhouder. Een familielid van de boekhouder is systeembeheerder bij de politie en heeft de informatie op een onbeveiligd deel van de website geplaatst. Het is onduidelijk waarom en hoe de systeembeheerder dit heeft gedaan.

Jihadi’s maandenlang geschaduwd

De uitgelekte documenten hebben betrekking op strafzaken waarin verdachten worden geobserveerd. Zo is het netwerk rond een leider van een criminele organisatie in kaart gebracht, net als het netwerk van een buitenlandse oud-diplomaat die betrokken zou zijn bij criminele activiteiten. De documenten bevatten soms informatie die is verkregen van de Criminele Inlichtingen Eenheid, een strikt geheime afdeling binnen de politie die gebruik maakt van informanten. Een groep jongeren die ervan verdacht wordt naar Syrië te willen reizen voor de jihad, is maandenlang geschaduwd. Hiervan waren enkele observatieverslagen online te bekijken. In een verslag van 15 oktober schrijft de politie dat het observeren veel capaciteit vergt van de regionale eenheden. „We merken wel dat het al lastiger wordt om de diensten rond te krijgen.”

Foto’s en adressen van tientallen verdachten

De uitgelekte informatie bevat daarnaast namen, foto’s en woonadressen van tientallen verdachten. Er is bijgehouden in welke auto’s zij rijden, op welke plekken zij samenkomen, met wie zij contact hebben en welke telefoons zij gebruiken. Ook geven de documenten een inkijkje in hoe de agenten hun observaties tot in de details beschrijven.

Zo valt over een 17-jarige verdachte te lezen hoe hij vorige maand om 8.50 uur zijn woning verlaat, welke kleren hij draagt en hoe hij met de bus naar school reist. Rond 11.00 uur loopt hij met vrienden naar een winkelcentrum. De agenten noteren dat ze daar broodjes en flesjes drinken kopen en vervolgens „gratis koffie” drinken. Een week later staat in een nieuw observatieverslag dat de tien agenten die bij de observatie betrokken zijn de verdachte kwijtraken nadat hij op de scooter is weggereden. Maar tien minuten later pikken ze hem weer op, nadat ze zijn mobieltje hebben gelokaliseerd via telefoonpalen.

Ook over de politie zelf stond gevoelige informatie online, zoals namen en telefoonnummers van rechercheurs en officieren van justitie. Daarbij was in sommige gevallen ook vermeld met welke strafzaken zij zijn belast. Het Openbaar Ministerie (OM) onderzoekt samen met de politie of het uitlekken van deze namen gevolgen heeft voor lopende onderzoeken.

Reactie politie

De rijksrecherche is gisteren een onderzoek begonnen naar het uitlekken van vertrouwelijke recherche-informatie. „Het Openbaar Ministerie wil weten hoe dit heeft kunnen gebeuren en wie de informatie heeft bekeken”, zegt een politiewoordvoerder. De systeembeheerder die de documenten op een privéwebsite had gezet, is voorlopig op non-actief gesteld.

De rijksrecherche onderzoekt met welke intenties de man de documenten online heeft gezet. Hoe lang de informatie op het web heeft gestaan, kan de politie niet zeggen.