Profvoetballers krijgen meer onderhandelingsmacht en de transfersommen voor Nederlandse betaaldvoetbalclubs komen onder druk te staan. Dat is het gevolg van de nieuwe Wet werk en zekerheid, zegt Roberto Branco Martins, lector Arbeid en Sport aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van Pro Agent, de belangenvereniging voor voetbalmakelaars.
Impact groter dan gedacht
Volgens Branco Martins is de impact van de wet, die op 1 juli 2015 in werking treedt, groter dan menigeen denkt. De lector baseert zich op het wetsartikel dat bij contractbreuk zonder een dringende reden de werknemer een vergoeding aan de werkgever verschuldigd is die gelijk staat aan de resterende loonkosten. De voetballer die zijn contract wil verbreken kent straks exact zijn afkoopsom. Branco Martins:
“Clubs zullen daarom graag een transferclausule in het contract willen opnemen. Maar waarom zou een speler daarmee instemmen? Als hij geen clausule opneemt, kan hij voor een eventueel gunstige restwaarde van het contract – dus zonder hoge transfersom – weg. De club zal meer aan de wensen van spelers tegemoetkomen, verwacht ik. Vooral de betere spelers staan straks sterker.”
Positie voetballer versterkt
Volgens een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken klopt die interpretatie niet, omdat de wet de mogelijkheid biedt dat partijen een financiële regeling overeenkomen die leidt tot een hogere vergoeding bij voortijdige contractbeëindiging.
“Dat is juist de strekking van mijn betoog”, reageert Branco Martins.
“Bij zware contractonderhandelingen krijgt de wet wel degelijk zijn weerslag. De positie van de voetballer is versterkt. Een transfersom kan alleen met zijn instemming bepaald worden.”