Een ‘Twitterbrein’ kan geen Proust lezen. Digitaal lezen ondermijnt lezen romans

Een jongen bekijkt de website van social media site Facebook op een iPad. Foto ANP

Internetlezen begint slachtoffers te eisen, schrijft The Washington Post. Klassieke romans van George Eliot, Marcel Proust en Herman Hesse dreigen door ons digitaal leesgedrag onleesbaar te worden.

Internetartikels krijgen van haar een paar seconde de kans zich te bewijzen. Niet interessant genoeg? Klikt ze verder. Dat is het digitale leesgedrag van dertiger Claire Handscombe, beschreven in het The Washington Post-artikel ‘Serious reading takes a hit from online scanning and skimming, researchers say’. En dat gedrag trekt Handscombe door in haar offline leesgedrag. Het gevolg: romans die ze ooit in alle rust las, scant ze nu op kernwoorden. Ze is vaak genoodzaakt tijdens het lezen van een roman terug te bladeren, omdat ze het verhaal niet meer begrijpt.

Neurowetenschapper Maryanna Wolf, die het onderwerp zo’n zes jaar geleden al behandelde in haar boek Proust and the Squid, is in The Washington Post erg pessimistisch over de gevolgen van digitaal lezen. Volgens Wolf contrasteert deze nieuw opgekomen ‘non-lineaire vorm’ van lezen met de traditionele manier van ‘diep lezen’, een techniek die de mens sinds de hiërogliefen eigen heeft gemaakt. Door internet leest de mens niet meer van pagina naar pagina, maar springeriger. Ouders en kinderen moeten nu vrezen voor een verslechtering van het begrijpend lezen.

Het digitale lezen zal uiteindelijk resulteren in een ‘Twitterbrein’, zegt Wolf. Vanwege de plasticiteit, de aanpasbaarheid van onze hersenen zal ons leesgedrag door internet - door de vluchtigheid, de video’s, de linkjes - aan dit ‘skimmen’ aanpassen. En dat proces is nu al gaande. Docenten over heel Amerika klagen over het feit dat steeds minder studenten erin slagen om klassiekers van George Eliot en Marcel Proust uit te lezen. Het kostte Wolf zelf twee weken om weer gewend te raken aan een roman van Herman Hesse:

“Ik maak geen grapje: het lukte me niet. Die eerste pagina’s kwam ik nauwelijks door. Het lukte me niet om af te remmen. Ik plukte kernwoorden uit de tekst, schoot in een zo hoog mogelijke snelheid door de bladzijdes. Ik walgde van mezelf.”

Internet zorgt voor de ultieme ‘ideeënseks’

De pessimistische visie van Wolf sluit aan bij wat technologiecriticus Nicholas Carr schrijft in zijn bestseller Het Ondiepe. Carr is van mening dat het ‘complexe denken’ onder druk staat. Over de gevolgen van social media voor onze aandacht schreef Carr:

“Ik denk niet meer op de manier waarop ik dacht. Mijn concentratie begint te verslappen na een bladzijde of twee.”


Schrijver en journalist Pepijn Vloemans is het niet met Carr eens. In maart van dit jaar opende hij het opiniestuk Maakt internet ons dommer? in nrc.next met deze exacte klacht:

“‘Sinds ik een smartphone heb, kan ik geen boeken meer uitlezen”, bekende een vriend onlangs, „Ik heb er de concentratie gewoon niet meer voor.” Onder mijn vrienden bespeur ik een steeds grotere vijandigheid tegen sociale media: een andere vriend ruilt zijn smartphone uit zelfbescherming in voor een klassieke gsm.”

Vloemans wuift de bezwaren weg. Hij ziet een ‘fundamentele, positieve ontwikkeling in de menselijke evolutie’ aan het werk. We leven volgens Vloemans in een tijdperk van ultieme, én ideale, ‘ideeënseks’. Voor het eerst in de menselijke geschiedenis, dat volgens Vloemans ‘voor 99 procent uit intellectuele stagnatie’ bestaat, kunnen briljante ideeën direct gedeeld worden. Dat heeft veel gevolgen voor de vooruitgang. Ook voor onze intelligentie:

“een deel van de informatie in dit essay heb ik via een bericht op Facebook vergaard. Ooit verspreidden goede ideeën zich vrij traag over de wereld. Vandaag worden de beste ideeën razendsnel opgepikt.”

Dit leidt tot het lezen van minder boeken, maar dat moeten we voor lief nemen. Vloemans:

“We lezen wellicht minder boeken en struinen individueel misschien te veel op internet, maar nog nooit in de geschiedenis konden we zo gemakkelijk iets delen dat ons boeit.”

Een veilige conclusie lijkt dus dat internet er voor zorgt dat we minder romans lezen. Maar maakt het ons écht dommer. Hendrik Spiering, wetenschapsredacteur van NRC Handelsblad, geeft aan dat het antwoord nu nog niet te geven is:

“De waarheid is: we weten het niet. Het zou kunnen zijn dat die Carr gelijk heeft. En dan worden we allemaal heel dom. Maar de kern is anders: ik denk dat we steeds beter gaan leren om met die voortdurende afleiding om te gaan.”