Opinie: Het keerpunt is bereikt: de emancipatie is niet uit, maar gewoon af

emancipatie

De bijlage Opinie & Debat van NRC Weekend staat vandaag in het teken van emancipatie. Foto NRC

Vrijheid of gelijkheid? De 50/50-droom stuit op de realiteit van de menselijke natuur, stellen Diederik Boomsma en Jonathan Price vandaag in een opiniespecial in NRC Handelsblad. Lees hun stuk hier.

Weet u nog, de felle genderstrijd die uitbrak toen het grootpatriarchaat in 1968 een totale oorlog verklaarde aan alles wat rook naar feminisme en vrouwenrechten? Vrijheidsminnende vrouwen die onderdoken bij de vleermuizen in oude Duitse bunkers in de duinen, en als urbane Amazones ten strijde trokken tegen de besnorde gedachtenpolitie? Die donkere dagen dat wie gesnapt werd met een exemplaar van De Tweede Sekse onmiddellijk werd veroordeeld tot vijftig jaar concubinaat en dwangarbeid aan het aanrecht?

Nee, wij ook niet. In vijftig jaar tijd heeft het feminisme in Nederland bijna al haar idealen roemvol bereikt, zonder veel verzet of grootschalig mannelijk protest. Die tweede feministische golf is misschien wel de succesvolste ideologie en sociale revolutie uit de wereldgeschiedenis. Nederlandse vrouwen maken stuk voor stuk vrije, welbewuste keuzes: om te studeren, te werken, lijsttrekker te worden of de wereld rond te reizen, te trouwen, kinderen te krijgen, en om dan minder te gaan werken. Tijd voor een feestje, dus.

Maar dat vindt het gros van de feministen zelf dus niet. Zo klaagden Justine Ruitenberg en Wil Portegrijs dinsdag in deze krant dat emancipatie ‘uit’ zou zijn, omdat uit hun onderzoek blijkt dat vrouwen hardnekkig volharden in deeltijdwerk. Zeker als er kinderen komen, terwijl hun mannen fulltime aan de slag blijven. Van gelijke verdeling tussen betaald en onbetaald werk is daarom geen sprake. En die rolverdeling verandert maar niet.
In het tijdschrift Genderstudies constateerde SCP-onderzoeker Portegrijs zelfs dat traditionele rolpatronen heropleven en we qua opvattingen inmiddels zijn teruggezakt tot het niveau van de jaren tachtig. De horror!

Deze realiteit kwelt niet alleen feministen, maar ook de Nederlandse overheid en zelfs de Europese Commissie al jaren. Waarom blijven die Nederlandse dames zo achter? Sommigen wijten het aan de weigerachtigheid van mannen, anderen fulmineren tegen vermeend ambitiegebrek van de Bataafse vrouw.

In haar proefschrift wijst Ruitenberg op een andere boosdoener: sociale normen. Door een subtiel spel van impliciete sociale bemoediging van ouders, partners, vrienden en werkgevers hebben die arme vrouwen de gedachte verinnerlijkt dat ‘zorgen voor anderen belangrijk is’. Daarom werken ze gemiddeld maar 26,4 uur per week. Zelf blijken ze gelukkig met die verhoudingen, onderschrijft het onderzoek. Maar toch is het „niet echt een vrije keuze”, dixit Ruitenberg.

Hier rijst die oeroudste vraag: was will das Weib nou eigenlijk echt? Volgens Ruitenberg en Portegrijs is een vrouwelijke keuze dus alleen vrij als zij op geen enkele manier bloot staan aan, niet eens expliciete kritiek, maar: een mogelijk gebrek aan schouderklopjes. Welbeschouwd is dat eigenlijk een tamelijk betuttelende (bijna patriarchale) opvatting. Vrouwen kiezen er inmiddels immers voor om al dan niet te luisteren naar ouders, partners en vrienden! Als ze willen, kunnen ze die raad of ontbrekende schouderklopjes in de wind slaan en met kind op de crèche zes dagen per week asperges steken of massaal executive boardrooms bestormen.

Dames, blijkbaar willen jullie het niet! Het is ironisch: feministen beknorren nu het feit dat vrouwen andere keuzes blijken te maken dan mannen. Ze wuiven de vlag van keuzevrijheid, maar veroordelen de daadwerkelijke keuzes die hun volwassen, goed opgeleide seksegenoten maken.

Emancipatie wordt dan niet gemeten in termen van vrijheid, maar in termen van gelijke uitkomsten. Maar wordt het zo langzaamaan niet eens tijd voor de conclusie: allebei kan blijkbaar niet? De huidige, ongelijke (of in ieder geval verschillende) verhoudingen en opvattingen zijn dan juist het product van die vrijheid, omdat vrouwen nu eenmaal geneigd zijn om andere prioriteiten te stellen en keuzes te maken, wat er vervolgens toe leidt dat er meer vrouwen zullen zijn die parttime werken, en net wat minder vrouwelijke ME’ers en topmanagers.

Met andere woorden: de 50/50-droom van feministen – een wereld waar alle mensen m/v zich gedragen als mannen in de jaren vijftig met fulltime baas en baan en uitbesteden van de zorg – stuit op de weerbarstige realiteit van de menselijke natuur. Het keerpunt van de emancipatie is gewoon bereikt. Ook recent Duits onderzoek wijst die kant op. Het in september 2013 verschenen rapport Vorwerk Familienstudie van het Institut für Demoskopie Allensbach constateert: „Opvattingen over de rolverdeling tussen man en vrouw zijn al twintig jaar nauwelijks veranderd.” Laten we vrouwen dus niet nog meer bestoken met moralistische propaganda voor fulltime banen, die de inschatbare waarden van onbetaalde moederzorg juist in twijfel trekt. Laten we de verschillen niet veroordelen, maar koesteren als een verworvenheid van de vrijheid. Emancipatie is niet uit. De emancipatie is af.

Diederik Boomsma en Jonathan Price zijn beide promovendus Rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden.

Lees verder in NRC Weekend:
‘Anderhalve baan mag geen nieuw keurslijf worden’, door Christien Brinkgreve en Justine Ruitenberg.
‘Moeders zijn geen willoze wezens’, door Barbara Baarsma.
‘Jonge moeders moeten nu wel fulltime werken’, door Juliette Vasterman.
‘Bevrijd vrouwen van Vrouwenstudies’, door Marike Stellinga.

Lees meer over:
emancipatie
feminisme
gelijkheid
vrijheid

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief