Je leest deze post (waarschijnlijk) niet uit – maar deel hem vooral!

Online lezem

De Miljoenennota 2012 online. De kans dat veel Nederlanders dit document online van begin tot het eind hebben gelezen is nog kleiner dan wanneer zij het op papier aangereikt zouden hebben gekregen. Om niet te zeggen: nihil. Foto ANP / Lex van Lieshout

Media

Dat mensen online anders lezen dan van papier wisten we natuurlijk al. We haken online sneller af. Maar website Slate heeft nu laten onderzoeken wanneer we precies online afhaken. Conclusie: voordat we op de helft zijn meestal.

Kort houden. Dat is het credo bij online schrijven. De gemiddelde websitebezoeker leest niet al te lang door. Dat er uitzonderingen zijn, blijkt natuurlijk wel uit de populariteit van onze online rubriek longreads. Maar toch, de ‘gemiddelde bezoeker’ is niet onbelangrijk.

Na de eerste zin zijn 61 van de 161 lezers al afgevallen

Slate begint zijn lange analyse (maar wees niet bang: ook met heel veel infographics) met de opmerking dat na de eerste zin van een online artikel al 61 van een fictieve 161 lezers zijn afgevallen. Dat zijn de lezers die (in het jargon) bouncen. Ze zijn weg voordat ze ook maar iets hebben gelezen.

Tegen de tijd dat lezers in een artikel naar beneden dienen te scrollen (bij dit stukje op nrc.nl heeft dat moment al plaatsgevonden) vertrekken nog eens minstens vijf van die originele 161 lezers. En dat terwijl een doorsnee artikel op nrc.nl zonder scrollen niet veel meer is dan een foto en de intro die je ook op de homepage al hebt kunnen zien.

En daar eindigt het niet. Voordat menig lezer halverwege het artikel is, heeft hij zijn aandacht al verplaatst naar de reacties helemaal onderaan. Of hij is aan de slag er een tweet over het artikel uit te gooien. Lang niet iedereen komt daarna weer keurig terug bij de alinea waar hij was gebleven.

Kwaliteit van een artikel verlengt de leestijd wel

Slate weet dit alles dus, doordat de website onderzoek heeft laten doen naar leesgedrag op zijn eigen website en op andere online nieuwsplatformen. Daarbij baseerde de geraadpleegde onderzoeker zich op gegevens van het programma Chartbeat, dat het dataverkeer van menig website bijhoudt.

De wellicht voorspelbare uitkomst van de analyse is dat online lezers doorgaans moeilijk hun aandacht bij een tekst kunnen houden. Van de honderd lezers die in het eerdere voorbeeld niet direct bij de eerste zin al waren vertrokken, zijn er na een paar honderd woorden (in deze blog hier dus ongeveer) nog maar vijftig over.

Niet leuk voor een schrijver van een online artikel, maar wel de harde werkelijkheid. En de klant (lees: lezer) is koning. Maar tijd steken in een artikel is voor de online schrijver ook zeker weer niet geheel nutteloos. Er blijkt namelijk wel degelijk een verband te bestaan tussen de kwaliteit van een artikel en de tijd die lezers erin willen steken. Misschien haakt de helft wel af op de helft, maar bij een slecht artikel is dat deel nóg groter. Gelukkig maar.

Drang om waar voor je geld te krijgen is laag

De reden van onze gebrekkige aandachtsspanne online? Het feit dat je niet hebt hoeven betalen voor een artikel (of voor een film of serie die je downloadt, of een gratis verkregen e-boek), lijkt het meest waarschijnlijke antwoord. In dat geval zal de interne drang om ‘waar voor je geld te krijgen’ immers beduidend lager zijn. Dus zul je als lezer sneller wegklikken of stoppen met lezen als het begin je niet bevalt.

Online schrijvers hebben zich daar bij neer te leggen. Of beter gezegd: journalisten in het algemeen. Want uit veel onderzoek blijk dat mensen ook krantenartikelen (op papier dus) lang niet allemaal uitlezen. Een kwestie van het belangrijkste vooraan zetten, dat is wat elke journalist op zijn opleiding niet voor niets leert. Enige echte aandachtspuntje: online dus alleen nog korter van stof zijn.

Hoe het wel moet, demonstreerde Slate overigens al enige jaren geleden. Redacteur Michael Agger schreef toen dat online lezers gezien moeten worden als informavores: jagers constant op jacht naar feitjes. Worden die niet direct gevonden, dan zoeken ze door. Bulletpoints, dik gedrukte woorden waar het belangrijk is en korte zinnen zijn de oplossing.

Bulletpoints heb ik in dit artikel wederom niet gebruikt. En hoe nieuw de informatie in dit stuk van zo’n 600 woorden voor iedereen precies is, blijft natuurlijk ook maar de vraag. Hopelijk nieuw genoeg. En zo niet? Geen probleem, dan is het voor mij en nrc.nl slechts te hopen dat je dit artikel al na alinea twee hebt gedeeld op Twitter en Facebook. Ver voordat je het uit had…

Lees de meer gedetailleerde analyse van Slate hier.

Lees meer over:
digitaal lezen
Internet
Michael Agger
Slate Magazine

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief