Knokken

Tijd voor grote woorden – bij de presentatie van het sociaal akkoord afgelopen donderdag ontpopte Mark Rutte zich op de valreep als man van het moment, drager van een hogere verantwoordelijkheid, het langverwachte Hollandse antwoord op Barack Obama. Luister: „Iedereen heeft geknokt voor zijn eigen opvattingen. Maar er was ook een gedeelde overtuiging en een gemeenschappelijk doel. We vinden namelijk allemaal dat we in een van de mooiste landen van de wereld wonen en we willen allemaal dat dat zo blijft.” Het akkoord was geen deemoedige capitulatie van een almaar bleker wordend kabinet met een nagenoeg onzichtbare minister-president, het akkoord was „historisch”. Iets groots en tegelijk iets heel Hollands – een beetje als de Deltawerken, zeg maar.

Het is een groots akkoord – zoiets als de Deltawerken

Over dat akkoord wordt al genoeg geschreven – mij interesseert vooral de taal waarmee het werd gepresenteerd. Ik hoor die taal graag. In tijdens van crisis gaat het erom dat een samenleving weer als een gemeenschap wordt gezien – we doen het samen! En zelfs linkse academici zijn er inmiddels achter dat nationaal gevoel daarbij een positieve rol kan spelen. Het is moeilijk offers brengen als je geen idee hebt voor wie je het doet. Wanneer je alleen nog wilt betalen voor waar je zelf gebruik van maakt, voel je je al snel de hele dag misbruikt. „We are all in this together”, sprak Bill Clinton tijdens de Democratische conventie vorig jaar. Voor je dat kunt zeggen, moet je wel eerst even weten wie die wij zijn. Zonder dat gevoel is er weinig mogelijk.

Het moet alleen wel een beetje overtuigend zijn.

Wie een beroep doet op saamhorigheid, zal die eerst moeten kweken. Ik heb bij dit kabinet nog geen initiatief gezien dat een nieuw soort betrokkenheid van burgers aanmoedigt, geen uitzonderlijke toespraak of daad, geen aanzet tot een boodschap die bijdraagt tot het bezield vormgeven van „een van de mooiste landen te wereld”. Het sociaal akkoord is knap bij elkaar gepolderd, een hele opluchting, maar aan een breder draagvlak wordt niet gewerkt. De noodzaak van bezuinigen; een ander mantra was er tot nu toe niet.

Veelzeggend dat politici van het slag Rutte niet verder komen dan roepen dat Nederland zo’n mooi land is – nooit hoor je ze eens uitleggen waarom. Lege woorden. In heel Europa beginnen nu de effecten van de crisis zichtbaar te worden op de klassieke, onheilspellende manier – een hang naar radicale zuiverheid en een hang naar radicale oplossingen. Het verlangen naar identiteit als bestemming is allang geen krampachtige reactie van ouderen meer die de globalisering niet aankunnen – steeds meer wordt het een obsessie van jongeren die culturele of religieuze eigenheid willen bevechten.

Wat dat betreft is er weinig verschil tussen de onverwacht geradicaliseerde jongens die bereid zijn in Syrië te sterven voor een zuiver islamitische samenleving en de Franse jongeren van Génération Identitaire, die de oorlog hebben verklaard aan de „islamisering” van de samenleving, trainingskampen organiseren en hun leuzen schreeuwden vanaf het dak van een bezette moskee in Poitiers.

Facebook leert dat er inmiddels ook een Nederlandse afdeling bestaat, die aankondigt binnenkort tot actie over te gaan. Het sentiment is bekend: men is geen racist, maar eist de eigen cultuur op en beschouwt de generatie die hen uitleverde aan de multiculturele samenleving als de erfvijand. Nieuw is dat er in termen van oorlog wordt gesproken. Men wil knokken, maar anders dan Rutte bedoelde in zijn persconferentie. Door de aanslagen van de Noor Breivik was dit soort retoriek verflauwd – maar hij is terug van misschien wel nooit weggeweest en lijkt een nieuwe lichting aan te spreken. Marginaal? Ook Wilders noemt de islam niet langer meer een ideologie, maar een ziekte – ziekte als iets dat moet worden uitgeroeid, neem ik aan, niet iets dat met paar aspirines kan worden onderdrukt.

In Frankrijk verkeert Marine Le Pen permanent onder de mensen en ook Wilders flyert er lustig op los tijdens zijn verzetstoer. Ondertussen debatteert men in de Tweede Kamer machteloos over het Marokkanenprobleem. Bijna had minister Asscher het eerste exemplaar van de Nederlandstalige Turkse krant in ontvangst genomen, die gelieerd blijkt te zijn aan de nationalistisch-islamitische Gülenbeweging en die, volgens een pregnante reconstructie in deze krant, de zaak-Yunus heeft aangejaagd. Ook hier dezelfde emoties – angst voor verlies van eigenheid, het afwijzen van andere culturen/religies, de bereidheid om de strijd aan te gaan.

Het multiculturele drama verandert in een identiteitsdrama. De politiek is opnieuw ziende blind.