Mode kan niet zonder grafische vormgeving

Bij Dries van Notens mannenmodeshow voor najaar 2012 was een bijzondere performance te zien. De Nederlandse kunstenaars Gijs Frieling en Job Wouters (Letman), die ook prints voor de collectie hadden ontworpen, schilderden samen met vier assistenten tijdens de show nog door aan het decor.

Frieling en Letman hebben ook de openingszaal beschilderd van Couture Graphique, een modetentoonstelling in Moti (Museum of the image) in Breda. Het duo maakte een ‘winkelstraat’ van de ruimte: losse stukken met steeds een ander motief in intense kleuren. Op een van de winkels hangen twee pakken van Dries van Noten met dessins van hen.

Couture Graphique onderzoekt de relatie tussen grafisch ontwerp en mode. Die gaat veel verder dan alleen dessins en bedrukkingen van T-shirts: (grafische) vormgevers hebben tegenwoordig een belangrijke rol bij modehuizen. Alles wat de deur uitgaat – kleren, accessoires, maar ook advertenties, verpakkingen en niet te vergeten het logo en het label – moet dezelfde boodschap uitdragen. De ‘total look’ van een modehuis, noemt José Teunissen, lector aan de modeopleiding van ArtEZ in Arnhem en samensteller van de tentoonstelling, dat.

Zo’n total look is op een tentoonstelling lastiger te tonen dan je zou denken. Vooral de grote merken brengen brengen liefst alleen hun laatste collectie naar buiten, maar als je die laat zien, omringd door logo’s, wordt het al snel ‘de Bijenkorf’. Teunissen heeft gekozen voor een minimalistische oplossing. Van Burberry is alleen wat cosmetica te zien; de beroemde ruit zit zowel op de verpakking als in de lipstick. Van Louis Vuitton, het wereldmerk dat nog altijd teruggrijpt op een meer dan honderd jaar oud logo, is er slechts een versleten schoudertasje in logocanvas, van Chanel twee jasjes en een tasje.

Van andere merken is er wel veel meer te zien: honderd tassen, allemaal anders bedrukt, die Paul Smith liet maken bij de opening van zijn honderdste Japanse winkel, een installatie met een oud ziekenhuisbed van A.F. Vandevorst, een Belgisch merk dat bekendstaat om de Sovjetinvloeden. In een zaal die is versierd door Paul Boudens, een grafisch ontwerper die heeft gewerkt met Yohji Yamamoto en Haider Ackermann, staat werk van Bas Kosters, Walter van Beirendonck, Henrik Vibskov en Bernhard Willhelm, modeontwerpers die zelf veel grafisch bezig zijn en geregeld buiten hun vakgebied komen; Kosters is net zo bekend om zijn tekeningen en poppen als om zijn kleren.

De derde en laatste zaal is ingeruimd voor het experiment. Er staan speciaal gemaakte stukken van studio Erik van Lieshout (omhulsels die tegen mode moeten beschermen) en een jurk van Jacob Kok, winnaar van Project Catwalk, met een lenticulaire print – het soort bewegend beeld dat bekend is van ansichtkaarten.

En zo scheert de vrolijke expositie langs allerlei aspecten van de relatie tussen (grafische) vormgeving en mode, zonder dat vaak overtuigend wordt aangetoond dat de twee onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Wat dat betreft heeft de dikke, gedegen catalogus veel meer te bieden.

Foto Boudewijn Bollman. Eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad.

Couture Graphique. T/m 8 aug. Moti, Breda. Info: Motimuseum.nl