Akkoord woningmarkt: wat zijn gevolgen voor huurders en kopers?

Toelichting woonakkoord

Minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst, D66-leider Alexander Pechtold, Arie Slob van de CU en Kees van der Staaij van de SGP tijdens de toelichting over het woonakkoord. Foto ANP / Robin Utrecht

Een gelegenheidscoalitie van coalitiepartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP presenteerde vanochtend een akkoord over hervorming van de woningmarkt. Wat zijn de gevolgen van het akkoord voor kopers, huurders, corporaties en de economie? NRC Handelsblad maakte een handig overzicht.

Wat betekent het woonakkoord voor kopers?

De drempel om een huis te kopen wordt verlaagd. Sinds 1 januari moesten nieuwe huizenkopers hun hele hypotheeklening in dertig jaar aflossen om hypotheekrenteaftrek te kunnen krijgen. Nu hoeven zij nog maar de helft af te lossen – in feite de situatie die al bestond sinds 2011. De maandelijkse lasten van een hypotheek worden hierdoor lager.

Kopers kunnen een tweede lening afsluiten tot 50 procent van de waarde van de woning. Op deze lening krijgen kopers geen hypotheekrenteaftrek. De maandelijkse lasten zijn hierbij in de eerste jaren lager, maar op termijn hoger, zegt het kabinet.

Kopers die in dertig jaar de helft aflossen krijgen wel minder hypotheekrenteaftrek. Met een fiscale truc lossen ze namelijk fictief voor de belastingdienst wel 100 procent af. Zo heeft het kabinet de bezuiniging op de hypotheekrenteaftrek (5,2 miljard euro op lange termijn) veiliggesteld. Onbekend is nog wat er gebeurt met mensen die tussen 1 januari en nu een huis hebben gekocht.

Vooral voor starters zijn lagere maandlasten gunstiger – en daarmee voor de doorstroming op de woningmarkt. Een starter die een huis koopt, zet een keten van verhuizingen in beweging.

Minister Blok (Wonen, VVD) had 20 miljoen euro gereserveerd voor gunstige hypotheekleningen voor starters. Daar komt 30 miljoen euro bij, zodat er circa 11.000 startersleningen kunnen worden verstrekt. De geleidelijk afbouw van de maximumhypotheek van 106 naar 100 procent van de woningwaarde in 2018 gaat door.

Wat betekent het woonakkoord voor huurders?

Het kabinet versoepelt het beleid om ‘scheefwoners’ (huishoudens met midden- en hogere inkomens in goedkope huurwoningen) “uit te roken”.

De huren van gesubsidieerde huurwoningen (maandhuur tot 681 euro) worden iets minder verhoogd. De maximale huurverhoging voor de laagste inkomens tot 33.000 euro blijft volgend jaar 4 procent (inclusief inflatie). Huurders met inkomens tussen 33.000 euro en 43.000 euro kunnen een verhoging van 4,5 procent krijgen (was 5 procent). Het meest profiteren huishoudens die meer dan 43.000 euro verdienen: hun maximale huurverhoging zakt van 9 naar 6,5 procent. Deze groep werd dan ook het hardst geraakt in de oorspronkelijke kabinetsplannen.

Huishoudens met een inkomensdaling, bijvoorbeeld door werkeloosheid of pensionering, kunnen een huurverlaging krijgen. Deze maatregel geldt met terugwerkende kracht van twee jaar. Voor gehandicapten en chronisch zieken kan een uitzondering gemaakt worden op de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Om privacyredenen hoeven huurders hun inkomensgegevens niet aan de verhuurder door te geven. De Belastingdienst bepaalt in welke categorie huurders vallen.
De huurtoeslag wordt verhoogd van 45 miljoen euro in 2013 tot 420 miljoen euro in 2017.

Wat betekent het woonakkoord voor woningcorporaties?

De nieuwe verhuurdersheffing voor woningcorporaties, oplopend tot twee miljard euro in 2017, wordt verlaagd naar 1,7 miljard euro.

Het debat zal blijven of corporaties genoeg inkomsten hebben om deze heffing te kunnen betalen. Het kabinet verlaagt de beoogde huurverhogingen, de hoofdbron van inkomsten voor corporaties. Over de jaren 2013-2017 ontstaat er tussen de heffing en extra huuropbrengsten een tekort 350 miljoen euro, volgens berekeningen van het kabinet.

Het kabinet denkt dat corporaties dit ruimschoots kunnen compenseren met extra verkoop van woningen en het omlaag brengen van de bedrijfslasten. Wel verdwijnt het omstreden huurplafond dat Rutte II wilde invoeren. Het kabinet wilde de maximale huur vaststellen op 4,5 procent van de woningwaarde die de gemeente vaststelt (woz-waarde). Diverse onderzoeken wezen uit dat vele corporaties hierdoor in financiële nood zouden komen. Het kabinet handhaaft nu het bestaande woningwaarderingsstelsel met ‘woonpunten’ die de maximale huur bepalen. Vanaf 2015 wil het kabinet het huurplafond meer afstemmen op de waarde en kwaliteit van de woning via een zogenoemde ‘huursombenadering’.

Wat betekent het woonakkoord voor de economie?

Het akkoord moet – net als het regeerakkoord – de woningmarkt uit het slop halen. Het kabinet hoopt dat lagere maandlasten van hypotheken de huizenverkoop aanjagen. Maar de financiële druk op sociale huurders om te verhuizen naar een koophuis of de vrije-sectorhuurwoning is iets minder groot geworden.

Het zal moeten blijken of het akkoord het consumentenvertrouwen in de woningmarkt vergroot. Een “belangrijk nadeel”, zoals Blok zelf onlangs aan de Kamer schreef, is dat dit akkoord heel snel op het vorige volgt. “Immers, waarom wordt dit beleid na verloop van tijd niet ingeruild voor weer een andere visie?”, schreef Blok.

Om de noodlijdende bouwsector te helpen, wordt de btw op verbouwingen en renovatiewerken een jaar lang verlaagd van 21 naar 6 procent. Verder komt er verspreid over twee jaar 150 miljoen euro vrij voor een ‘energiebesparingsfonds’. Met hulp van marktpartijen moet het fonds uitgroeien tot 600 miljoen euro. Huiseigenaren kunnen via het fonds leningen afsluiten voor energiezuinige investeringen in hun woning. Zo worden er ook banen in de bouw gerealiseerd.

Essentieel voor de bouw blijft het vertrouwen in de woningmarkt en de investeringen van corporaties. Zonder die twee blijft de bouwsector in de put zitten.

Lees meer over:
ChristenUnie
d66
Hypotheekrente
hypotheken
PvdA
scheefwonen
SGP
Stef Blok
VVD
wonen
woningmarkt
woonakkoord

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief