Abvakabo-geld werd op privérekeningen gehouden
Foto Hollandse Hoogte / Marco Okhuizen
Kaderleden en bezoldigde bestuurders van de Abvakabo, de op één na grootste vakbond, hebben jarenlang financiële vergoedingen voor zichzelf gehouden die aan de bond hadden moeten worden overgemaakt. Dat meldt NRC Handelsblad vanmiddag. Het gaat om zogeheten vacatievergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen van pensioenfondsen, klachtencommissies en cao-fondsen. Die worden betaald door de opdrachtgever, veelal lokale overheden of bedrijven.
Bij alle bonden geldt dat de vacatiegelden moeten worden gestort op de rekening van de bonden, sinds 2007 ook bij de Abvakabo. Voor pensioenfondsen is dat sinds kort wettelijk verplicht. Maar Abvakabo’ers maakten afspraken met de opdrachtgevers over het storten van die bedragen op hun privérekening. Het gaat om bedragen variërend van enkele honderden tot tienduizenden euro’s per jaar. Het bijwonen van een vergadering levert per keer 410 euro op, de voorzitter kan tot 820 euro krijgen.
De vergoedingen en werkgeversbijdragen zijn voor alle bonden een belangrijke inkomstenbron. Bij de grootste, FNV Bondgenoten, ging het in 2010 om bijna 32 miljoen euro, 43 procent van de inkomsten. Bij Abvakabo was dat ruim 6,3 miljoen, 13 procent van het totaal.
Bestuur zou kwalijke praktijken willen afdekken
Abvakabo liet in 2010 Hoffmann Bedrijfsrecherche onderzoeken of bezoldigde bestuurders afspraken over privéstortingen hadden gemaakt. Eén bestuurder moest ten onrechte ontvangen vacatievergoedingen terugbetalen. Volgens Abvakabo-penningmeester Meindert van den Berg leverde het onderzoek geen concrete bewijzen op van andere malversaties. De bond beschouwt dat onderzoek overigens als vertrouwelijk. Intern is daar kritiek op: het bestuur zou kwalijke praktijken uit het verleden willen afdekken.
Tot voor kort was het vooral bij pensioenfondsen gebruikelijk dat de vergoedingen aan kaderleden of bestuurders werden overgemaakt, zegt Van den Berg. Sinds 2007 is bij de Abvakabo de richtlijn dat het geld rechtstreeks naar de bonden gaat. Maar in interne correspondentie uit januari wordt bevestigd dat “dit beleid slechts ten dele wordt gehandhaafd”. Pas na 2010 werden de stortingen daadwerkelijk gecontroleerd.
Binnen de bond is er veel verzet tegen het beleid. De kaderleden vinden de vergoeding “erkenning en waardering” voor hun vakbondswerk.