Nederland wil sneller, maar de materie is taai

Wie de toespraak leest van Wilma Mansveld, de Nederlandse staatssecretaris voor Milieu, in Doha (over de resultaten van de klimaattop hoeven we het hier niet te hebben, die stellen nauwelijks iets voor), merkt dat het vertrek van de grote gedoger van Rutte I heeft geleid tot een nieuw klimaatgeluid.

Terwijl onder toeziend oog van Geert Wilders en de zijnen de regering angstvallig het woord klimaat probeerde te vermijden, sprak Mansveld in Doha de wens uit dat Nederland opereert ‘at the forefront of climate action’. Ze maakte duidelijk dat het nieuwe regeerakkoord  ‘charts a new and ambitious course to put us there’.

De wil tot ‘meer’ en ‘sneller’ is ongeveer het tegenovergestelde van wat de vorige regering wilde. In het regeerakkoord van Rutte I stond nog: ‘Nationale koppen op de Europese regelgeving worden opgespoord en verwijderd’.

Overigens wekte de regering daarmee ten onrechte de indruk dat Nederland tot dat moment op het gebied van klimaatbeleid meedeed in de Europese voorhoede. Die veelvoorkomende misvatting werd eerder al rechtgezet door Natuur & Milieu. En ook door onderzoeksjournalist Noud Köper, die in zijn boek Verslaafd aan Energie uitlegt ‘waarom het Nederland niet lukt schoon, zuinig en duurzaam te worden’ – zoals de ondertitel luidt.

Natuur & Milieu baseert zich op de Environmental Performance Index van de universiteit van Yale, waarin Nederland binnen de EU op de twintigste plaats staat (zie grafiek hierboven). De luchtkwaliteit is belabberd, er is een groot overschot aan stikstof en fosfaat in de bodem, het oppervlaktewater is slechter dan waar ook in Europa, en op het gebied van duurzame energie presteert Nederland ver onder het Europese gemiddelde.

In de jaarlijkse Climate Change Performance Index (CCPI) van Germanwatch en het Climate Action Network Europe krijgt Nederland, net als vorig jaar, een aparte vermelding bij de opsomming van opvallende resultaten. In 2011 daalde Nederland door een mager resultaat op het gebied van emissiereductie en het algemene klimaatbeleid 11 plaatsen, naar de 42ste plek. Dit jaar daalt Nederland verder naar plaats 49:

For the second year in a row the Netherlands drop dramatically in the ranking. However, the Netherlands recently had a change of government. Dutch experts reviewed the climate policy of the old government only and express their hopes that the new government can change this disappointing trend next year.

Verder wordt Nederland binnen de EU in één adem genoemd met het slecht presterende Polen:

The European Union presents a mixed picture. While the top ten of the CCPI ranking is dominated by European countries, other countries such as the Netherlands and Poland perform considerably below average. Considering that the current EU emission target for 2020 is extremely unambitious, the topranking position of EU countries will be at risk during the next few years.

Nederland lijkt in Doha een stap in de nieuwe richting te hebben gezet. Mansveld stelde namens de regering voor volgend jaar 200 miljoen euro beschikbaar voor klimaatbeleid in ontwikkelingslanden. Dat geld komt weliswaar uit de pot van ontwikkelingssamenwerking – en is dus niet, zoals ooit de bedoeling was, allemaal ‘nieuw geld’, maar de intentie is er wel.

Verder, concludeert de staatssecretaris in een brief die ze vandaag naar de Tweede Kamer stuurde, dat klimaatverandering ‘taaie materie’ is:

Veel onderdelen van die aanpak staan inmiddels op de rails, maar de klimaatonderhandelingen blijven moeizaam verlopen. Uiteenlopende belangen en het multipolaire krachtenveld bemoeilijken de ambitieuze en gemeenschappelijke stappen die nodig zijn. Desondanks zijn in Qatar opnieuw noodzakelijke stappen gezet waar ik tevreden mee ben.