Terugkijken en -lezen: ‘Langs de grenzen van Turkije’ - Ayman uit Breda wil nog liever vechten

Buitenland

NRC Weekend en de VPRO brengen wekelijks een vierdelige serie over de grenzen van Turkije, een reisverslag van onze correspondent Bram Vermeulen. Bekijk hier de tweede aflevering terug en lees het bijbehorende verhaal, dat gisteren in de krant stond.

De tweede aflevering van Langs de grenzen van Turkije, Nieuwe Buren, gaat over de relatie tussen Turkije en buurland Syrië. Die is door de burgeroorlog ernstig verstoord. Turkije worstelt met zijn eigen rol in het conflict in het buurland. Vluchtelingenkampen aan de grens zijn overvol.

De uitzending:

En het verhaal van Bram Vermeulen, dat gisteren verscheen in NRC Handelsblad:

Aflevering 2: Ayman uit Breda wil nog liever vechten

De Turkse grens met Syrië trekt jonge Syriërs uit West-Europa aan. Hun steun aan het verzet in het vaderland is een zoektocht naar zichzelf.

Hij valt op tussen de strijders met hun bravoure. Hij heeft een kale kin. Zij dragen baarden en hebben wit verband om hoofd, armen of benen gewikkeld. Als ze de lakens van hun ziekbedden opzij slaan, kunnen ze wonden laten zien die getuigen van de hevigheid van de strijd aan de andere kant van de grens. Hij heeft zelfs geen schrammetje. De kliniek in Reyhanli, aan de Turkse kant van de grens met Syrië, is een pleisterplaats voor jonge jongens, studenten, advocaten, boeren, die met kalasjnikovs vechten tegen de overmacht van het Syrische regeringsleger. Kanonnenvoer.

Tussen al die verhalen van het slagveld, maakt Ayman Kurdi (23) een bedeesde indruk. Hij is ruim een kop kleiner dan de strijders die op krukken door de ziekenzaal strompelen. Hij praat pas als je hem aanspreekt. Hij luistert naar de verhalen, hij bestudeert de wonden, krabbelt af en toe wat op een papiertje. Dan loopt hij door naar de volgende zaal. Ayman Kurdi komt uit Breda.

Opgegroeid in de Sint Ignatiusstraat. Zijn vader ontvluchtte Syrië in 1982, na de opstand in de stad Hama die meedogenloos werd neergeslagen door het regime van Hafez al-Assad. Via Dubai en Duitsland kwam de familie in Nederland terecht.

Ayman studeert nu medicijnen aan de Universiteit Antwerpen. Hij kent Syrië alleen van YouTube. Het land van zijn ouders is een verzameling paniekerige beelden van inslaande bommen, ambulances vol doden en gewonden. Een brandend land. In de anderhalf jaar die voorafgingen aan zijn trek naar de Syrische grens zette hij die beelden op zijn Facebook. Niet alleen om zijn zorgen te delen met zijn vrienden in Nederland en België. Maar vooral om te laten zien: dit land, dat ben ik ook.

Ayman, de aanstaande arts, is van Nederlandse bodem, maar heeft Syrisch bloed. „Mijn Nederlandse en Belgische vrienden reageerden nooit. Niet op de dingen die ik op Facebook zette en niet op de dingen die mijn broertjes op hun pagina’s plaatsten. Foto’s van vermoorde en afgeslachte kinderen. Video’s die aantonen hoe de milities van Assad bombarderen en martelen. De enige reactie die ik ooit kreeg was: jongen, niet iedereen kan tegen deze beelden.”

De onverschilligheid over de oorlog in het land van zijn vader vervreemde hem van zijn geboorteland. Hij moest naar de oorlog, of op zijn minst naar deze grensplaats waar de oorlog voelbaar is. Ze konden hem tenslotte wel gebruiken.

De grens tussen Turkije en Syrië is een magneet voor migrantenkinderen in Europa. De eerste Syriër die ik in de Turkse grensstreek tegenkwam, woonde in Londen en reed in een auto met een Britse nummerplaat: „dan kom je makkelijker langs de wegversperringen van de Turkse politie”. De tweede kwam uit Nijmegen.

In juli werd aan deze grens de Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans ontvoerd. In het weekend na zijn vrijlating spraken we op een terras in Istanbul over zijn ontvoerders. „Ze hadden onvervalst Britse accenten, uit Birmingham, Liverpool. Een Britse Pakistaan vertelde hoe hij was opgegroeid met Britse speelkameraadjes. Een onschuldige jeugd. Tot hij de jongens op een dag grappen over hem hoorde maken. Hij was en bleef anders. Hoe hard hij ook probeerde Brit te worden.”

De ontvoerders van Jeroen Oerlemans sloten zich aan bij de heilige strijd tegen Assad. Er is veel geschreven over die buitenlandse jihadisten in Syrië. Ayman Kurdi wil niets met die strijders te maken hebben. De grens is het verschil tussen oorlog en vrede, „tussen hel en paradijs”, zegt hij. Hij wil iets doen, iets wat verschil maakt. Daarom is hij hier.

Ik vraag hem: wil je niet naar Syrië? „Jawel. Ik wil wel, vechten net als zij. Nog liever dan terug naar België.” Het is begin september. Zes weken later hebben we weer contact, via de e-mail. Hij is terug in België. Hij moet zich haasten want hij heeft zo een practicum. Naar Syrië is hij niet geweest. Hij is aan de veilige kant van de grens gebleven. „Ze laten me niet door met mijn Nederlandse paspoort.” Ik lach: „Er zijn toch wel andere manieren om in Syrië te komen?” De hekken op de grens tussen Turkije en Syrië zijn in de afgelopen anderhalf jaar in stukken geknipt door smokkelaars, vluchtelingen en strijders. „Het is me afgeraden. Omdat ik de regio niet ken. Ik ken mijn familie in Syrië niet eens. De jongens zeiden: er zijn genoeg strijders daar. Ga jij maar je diploma halen, en kom dan terug. We hebben je nodig in het vrije Syrië.”

Aan de grens leerde Ayman Kurdi niet alleen de Syriër in zichzelf kennen, maar ook de Nederlander.

Lees meer over:
Bram Vermeulen
Breda
Langs de grenzen van Turkije
Syrië
Turkije
vluchtelingen
VPRO

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief