'Britse burgers betrokken bij ontvoering Nederlander in Syrië'
Foto Hollandse Hoogte
De Britse politie onderzoekt of twee Britse burgers betrokken waren bij de ontvoering van de Nederlandse fotojournalist Jeroen Oerlemans in Syrië. Oerlemans werd in juli samen met collegafotograaf John Cantlie ontvoerd door moslimextremisten en uiteindelijk bevrijd door het Vrije Syrische Leger.
Een man en een vrouw, beiden 26 jaar oud, werden gisteren op de luchthaven Heathrow ingerekend, omdat ze zouden hebben willen deelnemen aan de strijd tegen de Syrische president Bashar al-Assad. Toen Oerlemans en Cantlie in juli werden vrijgelaten zei Cantlie dat een van hun ontvoerders met een Londens accent had gesproken. Tien van de vijftien ontvoerders zouden Brits zijn. In het kader van het onderzoek naar de twee verdachten zijn woningen in het oosten van Londen doorzocht.
Oerlemans zei over de ontvoerders:
"Er was geen vrouw te bekennen, dat verbaasde me. Maar dat betekent niet dat het niet gaat om een van die jongens in het kamp. Ze waren allemaal ergens in de 20, dus het zouden best de ontvoerders kunnen zijn."
'Turkije speelde cruciale rol bij bevrijding Oerlemans'
NRC Handelsblad berichtte in augustus dat de Turkse inlichtingendienst een cruciale rol speelde bij de bevrijding van Oerlemans. De operatie die tot de bevrijding van Oerlemans leidde, werd aangevoerd door sjeik Farwaz, een lokale commandant van het Vrije Syrische Leger, die goede contacten heeft met de Turken.
Het CDA stelde naar aanleiding van de bevrijdingsoperatie Kamervragen over de rol van Nederland, omdat Nederlandse diplomaten niet in het grensgebied aanwezig waren om Oerlemans na zijn bevrijding op te vangen. Een van de aanwezige Nederlandse journalisten: "Juist van een overheid verwacht je volledige zorgvuldigheid in dit soort zaken."