Vogelbescherming verliest zaak om ontpoldering Hedwigepolder
Het Belgische gedeelte van de Hertogin Hedwigepolder is al in ontwikkeling als natuurgebied. De Belgische dijk tussen de Hedwige- en de Prosperpolder is afgegraven. Links achter het hek het Nederlandse deel van de Hedwigepolder. Foto Hollandse Hoogte / Goos van der Veen
De Nederlandse staat hoeft op korte termijn niet te beginnen met het onder water zetten van de Hedwigepolder in Zeeland. Dat heeft de rechtbank in Den Haag besloten. De Vogelbescherming had daar in een bodemprocedure om gevraagd, meldt de NOS. Er lopen nog procedures van zowel Europa als Vlaanderen om Nederland te dwingen de polder onder water te zetten.
De kwestie rond de Hedwigepolder sleept al sinds 2005. Toen werd afgesproken de Hedwigepolder volledig onder water te zetten, ter compensatie van de natuur die verloren is gegaan bij de verdieping van de Westerschelde. Dat was nodig om de haven van Antwerpen bereikbaar te houden voor grote zeeschepen. Het volledig onder water zetten van de Hedwigepolder bleek de afgelopen jaren echter een heet politiek hangijzer.
De Vogelbescherming eiste in de procedure dat Nederland het Scheldeverdrag met Vlaanderen uitvoert en de Hedwigepolder dus onder water zet. Volgens de rechtbank kan de Vogelbescherming dat echter niet eisen. Dat kan alleen Vlaanderen als verdragsluitende partij.
Procedures van Vlaanderen en Europa lopen nog
De premier van Vlaanderen Kris Peeters liet gisteren weten dat als Nederland voor 22 november geen besluit neemt er een arbitrageprocedure tegen Nederland wordt gestart. Ook loopt er nog een juridische procedure van de Europese Commissie.
Vlaanderen eist niet per se dat de Hedwigepolder onder water wordt gezet. Een alternatief plan van staatssecretaris Bleker waarbij een groot deel van de Hedwigepolder droog zou blijven werd dit jaar verworpen door De Tweede Kamer.