Breivik definitief niet in beroep - nieuw bestemmingsplan Utøya
Breivik twee weken geleden, na het horen van zijn vonnis. Foto Reuters /Stoyan Nenov
Anders Behring Breivik is definitief niet in beroep gegaan tegen zijn veroordeling. Hiermee is het proces tegen de Noorse massamoordenaar formeel tot een einde gekomen, meldt persbureau AP.
Breivik werd twee weken geleden schuldig bevonden aan de terreuraanslagen die op 21 juli vorig jaar aan in totaal 77 mensen het leven kostte. De rechter achtte de 33-jarige Noor toerekeningsvatbaar, een oordeel dat de rechtsextremist tevreden stemde en hem ertoe deed besluiten zich neer te leggen bij de gevangenisstraf van 21 jaar die hij kreeg opgelegd.
het Openbaar Ministerie in Noorwegen besloot onmiddellijk na het vonnis al niet in beroep te gaan. De gevangenisstraf kan keer op keer worden verlengd, zolang Breivik als gevaar voor de samenleving wordt beschouwd. In feite kan dat betekenen dat de Noor nooit meer vrijkomt.
Al Jazeera sprak over de gevolgen van de aanslagen in Noorwegen met premier Stoltenberg:
jeugdbeweging heeft nieuwe plannen voor Utøya
In Oslo heeft de socialistische jeugdbeweging AUF plannen bekendgemaakt over het eiland Utøya. De Noorse jongeren willen volgens voorzitter Eskil Pedersen het eiland een renovatie geven, om er weer een jaarlijks zomerkamp te organiseren.
Aan de zuidkant van het eiland wil de jeugdbeweging een monument plaatsen voor de slachtoffers van de aanslag van Breivik. De kantine, waarin diverse jongeren tijdens het bloedbad stierven, wordt verwijderd. Er wordt een heel nieuw gebouw neergezet om te eten, vergaderen en winkelen. Uiteindelijk moet er een veiliger eiland ontstaan met betere voorzieningen voor de bezoekende jongeren.
Volgens Pedersen komt er rond 22 juli geen zomerkamp meer op het eiland in verband met de herdenking van de slachtoffers. Wanneer er wel weer een kamp komt is nog onduidelijk, maar komende zomer in ieder geval niet. De plannen zijn naar verwachting in 2015 voltooid. Het nieuwe bestemmingsplan van AUF moet ongeveer acht miljoen euro kosten, twee derde daarvan is inmiddels gedekt middels een inzameling.