De wereld voor niks verbeteren, nee toch

Een van de dingen waar Simon Upton, directeur milieu van de OESO, zich druk over maakt, is subsidie op fossiele brandstoffen. In een interview dat ik gisteren met hem had in Den Haag legde hij herhaaldelijk uit dat de OESO, de organisatie waarin rijke land zichzelf, hun economische samenwerking en hun relatie met ontwikkelingslanden onderzoeken, niet gaat over het beleid, maar hooguit de consequenties ervan doorrekent.

De meeste concrete vragen over milieubeleid pareerde hij met (overigens niet oninteressante) algemene beschouwingen. Behalve die over de subsidies op fossiele brandstoffen. Jaarlijks geven de OESO-landen daaraan 45 tot 75 miljard dollar uit, zo blijkt uit de onlangs verschenen Environmental Outlook to 2050, (hier een samenvatting) ontwikkelingslanden en opkomende economieën zelfs 400 miljard dollar. (Let wel: subsidie op fossiele brandstoffen!!)

,,Dat is heel simpel, dat moet stoppen” zegt Upton. ,,Als je wilt dat we minder fossiele brandstoffen gebruiken, is het idioot om de prijs kunstmatig laag te houden. Als je om sociale redenen mijnwerkers wilt subsidiëren, kun je dat beter rechtstreeks doen, dan via de omweg van brandstofsubsidies.”

De Outlook, de aanleiding voor Uptons bezoek aan Nederland, is een interessant rapport, juist omdat de verschillende beleidskeuzes en hun gevolgen zo overzichtelijk naast elkaar zijn gezet (en doorgerekend door het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving). De auteurs hebben zich geconcentreerd op vier thema’s: klimaat, biodiversiteit, water en gezondheid. En vooral op de dwarsverbanden tussen die vier. Wat goed is voor het klimaat, hoeft niet per se positieve gevolgen te hebben voor het waterverbruik.

Het beeld dat wordt geschetst is – zoals zo vaak in dit soort rapporten – grimmig (hier en vooral hier enkele aardige commentaren). Bij ongewijzigd beleid stijgt de vraagt naar energie tot 2050 met 80 procent, gaat het verlies aan biodiversiteit onverminderd door, neemt het aantal mensen dat kampt met watertekorten fors toe en (een van de opvallendste conclusies) wordt luchtvervuiling in steden (zowel in arme als rijke landen) de belangrijkste doodsoorzaak van kindersterfte.

Het deed me even denken aan de cartoon (zie hier) die afgelopen week nog eens werd getoond door een wetenschapper op de Planet under Pressure conferentie in Londen: ‘Stel dat dat hele klimaatonderzoek bedrog blijkt, dan hebben we de wereld helemaal voor niks verbeterd.’