PS

Over de FSB is een paar maanden geleden een interessant boek verschenen van Andrej Soldatov en Irina Borogan, twee Russische onderzoeksjournalisten gespecialiseerd in de veiligheidsdiensten. Het heet The new nobility. The restoration of Russia’s security state and the enduring legacy of the KGB. Het boek verscheen in het Engels, omdat de auteurs meenden dat een Russischtalige editie geen kans maakte. Dat bleek na zijn succes in het Westen inderdaad zo te zijn: de kleine Russische editie werd meteen in beslag genomen.

Soldatov en Borogan beschrijven de FSB als een organisatie die onder leiding van Poetin alle teugels in Rusland in handen heeft gekregen en inderdaad het liefst de Sovjet-Unie van Andropov zouden herstellen, volgens het Chinese model. Ze houden zich daarbij op geen enkele manier aan de wet, zijn geen verantwoording verschuldigd aan het parlement en lijken te zijn verworden tot een maffia-organisatie, die vooral bezig is met verrijking van haar hoogste medewerkers, tot grote ergernis van het voetvolk.

Zo  tonen de beide auteurs aan hoe KGB-generaals in de jaren negentig schatrijk werden door zich onroerend goed van de dienst (en dus van de staat) in Moskou gratis toe te eigenen en in zaken te gaan. Inmiddels zijn die zaken belangrijker  geworden dan haar eigenlijke taak, het garanderen van de  staatsveiligheid.

Ook het huidige anti-Amerikanisme wordt volgens de onderzoekers door de FSB georganiseerd als wapen om de oppositie in een kwaad daglicht te stellen. Dat Poetin de afgelopen jaren een herdenkingssteen voor Andropov op de buitenmuur van de Loebjanka onthulde en een standbeeld voor Dzjerzjinski op de binnenplaats van Petrovka 38, is volgens hen veelzeggend.