Oud-verzetsstrijder in NRC: bekentenis over moord in ’46 moest privé blijven

verzet

De 96-jarige oud-verzetsstrijder Atie Ridder-Visser. Foto NRC/ Danielle Pinedo

Binnenland

De brief van Atie Ridder-Visser aan de burgemeester van Leiden over de moord die ze pleegde op ondernemer Felix Guljé in 1946 had niet publiek mogen worden. Dat zegt de 96-jarige oud-verzetsstrijder vandaag in NRC Handelsblad.

Zijn familie had er recht op, meent Ridder-Visser. NRC-redacteur Danielle Pinedo sprak met haar.

Visser:

“Het was iets tussen de familie van Guljé en mij. De rest van de wereld heeft er niets mee te maken.”

Ridder-Visser bekende onlangs aan de Leidse burgemeester Henri Lenferink dat zij Guljé had vermoord omdat zij dacht dat hij tijdens de oorlog met de Duitsers had gecollaboreerd. Ze had er geen vertrouwen in dat hij door de Bijzondere Rechtspraak zou worden veroordeeld. Maar Guljé, een prominent katholiek ondernemer was geen verrader, integendeel. Hij was actief geweest in het verzet en hielp bij de onderduik van joden.

Toen Atie Ridder-Visser de eerste keer met Lenferink sprak over de brief kwamen zij overeen dat de inhoud niet openbaar zou worden. De tweede keer zei Lenferink dat hij het aan zijn functie verplicht was openheid van zaken te geven. Ridder-Visser ging akkoord, omdat zij “niet de eisende partij was”. ’s Avonds zag zij op Teletekst haar naam staan.

Volgens een woordvoerder van Lenferink is in het eerste gesprek niet afgesproken dat de brief niet in de publiciteit zou komen, maar “wel dat de familie van Guljé zou worden geïnformeerd”.

Ridder-Visser weigert het haar verleende verzetsherdenkingskruis terug te geven vanwege de moord.

Lees het interview met Atie Ridder-Visser vandaag in NRC Handelsblad of in de digitale editie voor abonnees.

Lees meer over:
Atie Ridder-Visser
Felix Guljé
Henri Lenferink

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief