Sluipwespen van 1 millimeter tollen voor hogesnelheidscamera
Dat een bioloog grote ontdekkingen kan doen door om zich heen te kijken is een romantisch idee. En het lijkt verleden tijd. Zo was het in de tijd van Charles Darwin, toen een bioloog nog een naturalist heette. Maar nu?
Veel biologisch onderzoek bedient zich van grootschalige analysetechnieken voor DNA en eiwitten, van celkweken en genetisch gemodificeerde organismen die weinig met ‘vrije natuur’ te maken hebben.
Maar voor het onderzoekend rondkijken hebben biologen er sinds een paar jaar een belangrijk stuk gereedschap bij gekregen: de hogesnelheidscamera. Bijna elke week verschijnen er in vooraanstaande wetenschapsbladen ontdekkingen die gedaan zijn met dit soort camera’s.
Dat zijn allemaal ontdekkingen uit de dagelijkse natuur. Hoe klapt een vleesetende plant dicht, welke routes vliegt een bromvlieg? En hoe landt een vleermuis op het plafond?
Gisteren toonden onderzoekers van de Wageningen Universiteit deze filmpjes.
Sluipwespen, minder dan een millimeter groot, tollen er alle kanten op. Kijk even naar de onzachte landing aan het eind van het filmpje – die duurde in werkelijkheid 0,014 seconde. In de tijd dat een mens met zijn ogen kan knipperen, is het insect al twintig keer naar beneden gestuiterd.
Kostprijs van de camera die ze gebruikten: 140.000 euro exclusief toebehoren. Maximale filmsnelheid: 1.400.000 beelden per seconde, in plaats van de 24 beelden die een traditionele filmcamera in een seconde schiet. De tijd dat de negentiende-eeuwse fotograaf Eadweard Muybridge furore maakte met een serie achtereenvolgende foto’s van een rennend paard ligt voorgoed achter ons.
NRC-wetenschapsredacteur Hester van Santen, auteur van dit stukje, schrijft zaterdag in de bijlage Wetenschap over hogesnelheidscamera’s, en hoe biologen ze gebruiken. Van een ontploffende atoombom tot een duizendste seconde in het leven van een vlo.
