Kredietwaardigheid Griekenland verder omlaag
Contractarbeiders protesteren op de Akropolis, in oktober 2010. Foto Reuters
Standard & Poor’s Ratings Services (S&P) heeft de rating voor de langlopende schuld van Griekenland verder verlaagd tot B van BB-. Dat heeft de kredietbeoordelaar bekendgemaakt.
S&P zegt zich zorgen te maken nu ambtenaren van de EU kijken of de terugbetaaltermijnen voor het Griekse steunpakket van 110 miljard euro moeten worden opgerekt. “Als onderdeel van een dergelijke verlenging geloven wij dat de kredietverlenende eurolanden om een vergelijkbare behandeling als commerciële partijen zullen verzoeken in de vorm van het tevens verlengen van de looptijden van hun obligaties en leningen”, aldus S&P.
Een dergelijk schuiven met financiële lasten kan leiden tot een “geforceerde” handel, wat S&P ertoe zou brengen het kredietwaardigheidsoordeel verder te verlagen tot SD, ofwel selective default, stelt het bedrijf.
“Zelfs als er geen afstempeling van de hoofdsom volgt, wordt zo’n verlenging van de looptijden over het algemeen gezien als minder voordelig voor commerciële partijen dan terugbetaling volgens de originele voorwaarden van de schuld”, aldus S&P.
De Griekse ratings blijven op de zogenaamde CreditWatch met negatieve vooruitzichten, voegt S&P eraan toe.
Het land had al eerder dit jaar de zogenoemde ‘junk status’ gekregen, die vergelijkbaar is met die van een derdewereldland. Destijds schreef Heleen de Graaf, gespecialiseerd in financiële economie, in NRC Handelsblad hoe slecht zo’n verlaging was voor het imago van Griekenland:
“Het risico voor investeerders is groter geworden. De kans is kleiner dat ze het geleende geld terugkrijgen. Natuurlijk zal Griekenland niet opeens failliet gaan; de ECB neemt veel voor zijn rekening en het land krijgt hulp uit het Europese noodfonds. Maar het is wel slecht voor het imago van het land. Het heeft nu de kredietwaardigheid van een derdewereldland.”
